Eens

"Kijk schaapjes"
"Aap!"
"Wat zeggen de schaapjes"
"Beh"
"Ja, beeeh zeggen ze"
"Aap"
"Schaapjes, ja"

Zo praten we wat over onze ervaringen, mijn dochter en ik. De zon schijnt, de wind ligt achter de horizon te schuilen en het leven is mooi en overzichtelijk. Mijn stoere fiets brengt ons waar mijn benen hem heen duwen, onvermoeibaar. Mijn dochter zit in haar stoeltje, tussen mijn armen aan het stuur. Haar koppie onder mijn kin en alles wat we zeggen kunnen we van elkaar horen. Zachtjes snorren de banden over het asfalt.

Ik voel me groot en sterk, een echte vader. Geen draak die ons iets kan doen, als ik me zo voel. Ik ben veel groter dan mezelf, want ik heb iets te beschermen dat ik meer lief heb dan mezelf.
Maar al die grote gedachten kunnen binnen blijven. Er zijn immers geen draken, er is alleen de zon, de weg, de schapen en wij.

Het kleine koppie tussen m'n armen begint te knikkebollen en ondanks de riempjes dreigt het voorover tegen de handgrepen aan te komen. Ik pak met m'n linkerhand het midden van het stuur, zodat m'n arm een hoek maakt. Daarin kan het kleine koppie rusten, zodat alle schaapjes en andere indrukken er een plekje in kunnen vinden. De kleine slaapt en ik voel me stoer.

Geen kramp die mij klein gaat krijgen. Die arm blijft daar, zodat mijn prinsesje kan slapen, terwijl de zon en de schapen en de weg voorbij glijden. We zijn op weg naar huis, maar de eeuwigheid mag nu beginnen. Altijd zó vader blijven, met een klein koppie in de holte van mijn arm en de wereld in harmonie om ons heen.

Graag, als het kan.

4 opmerkingen:

Anoniem zei

heeeeeel herkenbaar

AnJoyMe zei

Mooi geschreven.

Ik had vroeger ook een hele stoere sterke en lieve vader. Helaas kun je de tijd niet stilzetten, en gelukkig is hij nog steeds lief, maar stoer en sterk allang niet meer. Hij herinnert me altijd graag aan die keer dat hij met mij ging fietsen op het vlakke en dus winderige groningse platteland. Hij had moeite om de trappers in het rond te duwen, hij moest recht tegen de wind in fietsen, en het ging er echt even ruig aan toe.
Het kleine meisje in het stoeltje achterop zag alleen maar de grote sterke rug van haar vader, zag de bladeren van de bomen waaien, de koetjes en de schaapjes (ja, ook al) in het weiland, en verzuchtte toen: "Wat gaan we hard, hè, papa?" Waarop de papa ineens harder ging fietsen omdat hij anders van zijn fiets zou rollen van het lachen...
P.S. Dat meisje (ik dus) was toen een jaar of twee jong...

Anoniem zei

Aaaaaahhh, mooi!

Anoniem zei

ik ben het met je eens