Fin

Veel mooier dan "The End" vind ik het altijd als er "Fin" staat, aan het einde van een film, ook als het helemaal geen Finse film geweest is.

Dit is mijn 300ste schrijfsel. U kwam ruim 7000 keer lezen in het afgelopen jaar en hebt ruim 11000 keer op mijn weblog geklikt. Ik ben ongeveer een jaar geleden begonnen en heb dus ongeveer 60 keer gespijbeld.
En nu ben ik klaar. Ik heb een jaar lang mijn gedachten en gevoelens, mijn geluk en verontwaardiging, mijn lied en mijn leef met jullie gedeeld. Ik ga ze nu weer reserveren en delen met mensen die ik aan kan kijken en aan kan raken.

Toen ik begon wist ik niet dat ik kon schrijven en dat ik schrijven leuk kon vinden. Het is mooi om te ontdekken dat ik dat talent heb.
Ik heb zelf dingen ontdekt en heb ook mensen de kans gegeven om mij te ontdekken, zonder dat ik vooraf kon voelen of ze wel "veilig" waren. Het is fijn dat ik dat heb gedurfd: bloot op internet gaan liggen met mijn mening over wat rechtvaardig, grappig of mooi is en dan wachten op wat er komen zou. Heel Nederland kon me lezen en genadeloos neersabelen in een vlijmscherp commentaar. Het is bij één negatieve reactie gebleven.

De aanleiding om te stoppen is, zoals zo vaak, iets kleins. Ik kwam er achter dat het deel van Utrecht waar ik woon helemaal geen "Oog in Al" heet, ook al noemt de volksmond het wel zo. Officieel heet dit stukje Utrecht "Halve Maan" [Haalve Moan].
De achterliggende oorzaak is dat ik wat dieper wil gaan graven. Spitten op de vierkante meter, in plaats van mijmeren over het leven van alle dag. Een soort antitwitteren.

En natuurlijk gebeuren er allerlei leuke dingen die een stukje waard zijn, als je hebt besloten te stoppen.
Zoals de BOVAG meneer, die vanmiddag zeurde dat de autobilist "weer eens als melkkoe" en "keihard gepakt" en "we krijgen er niets voor terug". Die meneer zou ik graag eens uitleggen hoe ik me "gepakt" voel als fietser die al decennia meebetaalt aan lelijke asfaltvlaktes en die in de giftige gassen fietst van al die steeds minder schadelijke auto's.
Of het mailtje dat ik kreeg over een initiatief om het woord "gehandicapte" via een Sire campagne de taal uit te werken. Dat sluit prachtig aan bij mijn stukje over debielen.
Of mijn avontuur van vanmiddag bij de uiterst leuke dermatoloog en haar beeldschone assistente, die met z'n tweeen gebogen over mijn "full monty" onderlichaam een groeiseltje hebben weggesneden. Met sappige details over verdovingsinjecties en vlijmige mesjes.
Die stukjes schrijf ik dus niet meer. Genoeg is genoeg en nog meer is ook meer van hetzelfde. En als ik het niet schrijf, kunnen jullie het niet lezen. (Er schuilt een ware Johan Cruijff in mij, wat ik je brom)

Als jullie me na vandaag nog willen vinden, zoek dan naar iemand die diep graaft in de Halve Maan.

Bedankt voor het meewandelen. U was een fantastisch publiek.

Fokke en Sukke

Mijn zoon brak zijn arm, voor de tweede keer in een jaar. De reis naar de polikliniek, het maken van de foto, het gipsen: het werd een soort routine.

Gipsen is trouwens een archaïsch woord aan het worden. Er komt geen gips meer aan te pas, het is een rolletje glasvezel dat nat gemaakt wordt en daarna verstijft. Harder en lichter dan gips, tel uit je winst. Hoewel, het is vier keer zo duur als gips, wist de gipsmeneer te vertellen.

Vervelend voor zoon, die z'n sport weer een paar dagen moest laten schieten. Maar de pleister op de wonde was zoet, al is dat vreemde beeldspraak in dit verband (hihi).



Jean Marc van Tol signeerde bij Broese (of Selexyz, daar wil ik vanaf zijn). Voor wie er niet meteen een belletje rinkelt: Jean Marc van Tol is de geestelijk vader van Fokke en Sukke, die hij met Reid en Geleijnse volledig uitwerkt. Bovendien maakt hij Kort en Triest in de Kidsweek. Geweldige sprookjesparodie.

Zoon is een enorme Fokke en Sukke fan. En zoon heeft nu een gipsarm met een originele Jean Marc van Tol er op, met Fokke met mitella. Reken maar dat die gipsarm ingelijst gaat worden!

Charlie

Charlie is voor één weekend mijn held. En dat is bijzonder, want Charlie is een VVD'er en daar heb ik niet bijzonder veel affiniteit mee.

Tot zaterdag wist ik niet eens van het bestaan van de beste man, maar zaterdag trad hij op tijdens het partijcongres waarin besloten werd over het lot van Marc en Rita. Via de zegening van internet TV was het gehele congres te volgen. Mooie TV: zelfs mijn oude buurman Jan was in een glansrol te zien achter de voorzittershamer. Wat Oog in Al toch aan pareltjes voortbrengt.

De uitslag van het congres is inmiddels historie. De conclusie die we kunnen trekken is dat de ledenpopulatie van de VVD een andere samenstelling heeft dan de kiezerspopulatie. Ik vrees dat dat bij de eerstvolgende verkiezingen te merken zal zijn.

Charlie Aptroot is VVD fractielid en medestander van Rita Verdonk. In een indrukwekkend betoog liet hij zaterdag weten dat hij het er niet mee eens was dat Rita was weggestuurd en dat hij twijfelde of hij in de Tweede Kamer kon blijven nu dit besluit was genomen. Tot zover niets nieuws.
Wat Charlie tot mijn held maakt, is dat hij meteen verklaarde dat de zetel die hij in de Tweede Kamer bezet hield niet aan hem hoorde, maar aan de VVD. Mocht hij vertrekken, dan liet hij zijn lege stoel achter voor de VVD fractie om hem in te vullen.

Hulde! Er zijn te veel akelige mannetjes en vrouwtjes geweest in de afgelopen jaren die hun zetel als persoonlijk beschouwden, inclusief aandachttrekker Wilders. Het is volgens mij een lek in onze democratie dat mensen op persoonlijke titel een "groep" kunnen vormen en vrolijk naar eigen believen volksvertegenwoordiger gaan zitten spelen.

Zo niet Charlie. Hij heeft zijn mening niet ondergeschikt verklaard aan de partijmores, maar trekt wel de juiste conclusie: als je gaat, lever dan je stoel in bij de partij namens wie je in de kamer zit.

Wellicht is er toch nog hoop voor de politiek.

Eekhoorn en Mier

Niemand wist waar iemand anders was. En iedereen wachtte op de lente.

Toch kon de eekhoorn het niet laten een heel klein briefje aan de mier te sturen. Tot zijn onuitsprekelijke genoegen kreeg hij op de allerlaatste dag van het jaar een briefje terug. Een felle sneeuwstorm blies het envelopje onder zijn voordeur door, liet het door zijn kamer dwarrelen en schoof het door een kier de kast in.

‘Hallo eekhoorn!’ schreef de mier en de eekhoorn prikte het briefje op de binnenkant van zijn kast en keek ernaar zolang het winter was en iedereen zich verborgen hield.

‘Hallo mier,’ zei hij zo nu en dan tegen het briefje. Zo ging de tijd sneller en minder saai voorbij.




Toon Tellegen heeft de Constantijn Huygensprijs 2007 gewonnen. Eindelijk eens iemand die hem wat mij betreft ook totaal helemaal verdient.

En het mooie is dat een boek van hem helemaal op internet staat, inclusief prachtige afbeeldingen. Klik hier en smul van de prachtige verhalen. In het begin misschien even wennen.

21 minuten

Hoera, we zijn gelukkiger dan twee jaar geleden. Ik wist het wel, dat ze aan het wachten waren met het naar buiten brengen van die conclusie tot ik die enquete had ingevuld. Gisteravond heb ik het eindelijk gedaan, na een stortvloed van reclamespotjes ("Dit jaar zoekt u bij elkaar 3 uur naar uw sleutels, staat u 17 uur poespoespoes te roepen en met brokjes te rammelen, zit u 200 uur op de wc, waarvan 20 uur vegend, poetst u 12 uur uw tanden, wat 12 uur te weinig is en als u man bent wast u 2 minuten uw handen na het plassen. Totaal. Per jaar.")

En vanochtend werden de resultaten al gepresenteerd. Wij zijn gelukkiger dan twee jaar geleden. Fijn, he. Maar dat wisten we in februari ook al: wij zijn gelukkig en onze kinderen ook. Zou dit een subtiele vorm van hersenspoeling zijn? Elke keer publiceren dat uit onderzoek is gebleken dat we gelukkig zijn. Dan gaan we het vanzelf geloven. "Ik ben gelukkig, geloof ik"; Een variatie op een thema van vroeger tijden: "Ik geloof, dus ik ben gelukkig".

Dat ze die conclusie hebben kunnen trekken uit die rare vragen lijst, kan ik me niet goed voorstellen. Of misschien was het ook wel heel logisch. De vragen waren zo opgesteld dat ze alleen begrepen werden door de hoogopgeleide metrosexueel.

Bijvoorbeeld:
Welke van de volgende mogelijkheden zou u overwegen om de politiek te beïnvloeden, naast al dan niet gaan stemmen bij verkiezingen?
Jaa, eeuuh... Even hoor... Jaa, eeuuh...Verdonk misschien? Is dat het goede antwoord? Of toch Wilders?

En die metrosexueel is natuurlijk heel gelukkig. Sowieso is iedereen heel gelukkig als die rottige vragenlijst is ingevuld. "Pfff, ook weer gebeurd. Dan kan ik nu tenminste m'n sleutels weer gaan zoeken."

Maar het mooiste is het begin. Dan heb je nog de illusie dat het best grappig kan worden. In het begin van de lijst staat de waarschuwing:
In verband met de lengte van de vragenlijst, krijgt u niet alle vragen / stellingen voorgelegd.

9-13

Weet u nog waar u was op 13 september 2001?
............
Nee?
............
Ik ook niet.
Gek hè?

Plant

Mijn nieuwe tuin heeft een pergola. Dat zijn drie rechtopstaande palen met een dwarsbalk er op. Het is de bedoeling dat daar straks een prachtig bladerdak op gaat verschijnen en dus heb ik allerlei klimplanten naast de palen neergezet. Ik volg de vorderingen van die klimmers nauwgezet.

De klimplanten hebben verschillende tactieken om hogerop te komen. De ene soort groeit dunne uitsteeksels die als ze iets tegenkomen zich daar aan vastklampen, waarna de rest van de plant er parallel aan doorgroeit. Zo:



De andere soort werpt zich met z'n hele hebben en houwen in de strijd, slingert zich om de paal heen en groeit al slingerend omhoog.
Nu vroeg ik me af hoe zo'n plant dat nu doet. Als ik de uitloper tegen de paal aan leg, gaat hij keurig om die paal heen slingeren, als of hij voelt waar die paal is. Leg ik hem andersom om de paal heen, dan slingert hij keurig de andere kant op. Weer zo'n geval waarin je het idee hebt dat de plant zich bewust is van de paal en doelbewust om de paal heen groeit. Ik vond het een enorme knappe prestatie van die plant, tot ik me realiseerde dat het helemaal niets met bewust te maken heeft.

De kant van de stengel die tegen de paal aan zit, zit in de schaduw van zichzelf en krijgt dus minder zonlicht. De buitenkant van de stengel krijgt meer licht en zal daardoor dus iets sneller groeien dan de binnenkant. En dan kan het niet anders dan dat de stengel gaat buigen, precies zo dat hij in een rondje om de paal gaat groeien. Niks bewust of knaps aan, gewoon iets onvermijdelijks dat gebeurt als er meer of minder licht op de stengel valt.

De plant is me er niet minder door geworden, ik vind het nog steeds geweldig dat hij op die manier groeit. Maar het mysterie is verdwenen. De geest is uit de plant.