Hoorspel

Vannacht gaat het beginnen, om kwart voor 1. Vierhonderveertig weeknachten lang zal ik in de komende twee jaar aan de radio gekluisterd liggen, van kwart voor één tot één uur. Net zoals ik dat van januari 2005 tot september 2006 heb gedaan met de uitzendingen van Het Bureau.

Het Bureau, het toppunt van dikke boeken gevuld met de saaiheid en uitzichtloosheid van het wetenschappelijk ambtenarenbestaan. Ik moest er niet aan denken om dat te gaan lezen. Tot ik het per ongeluk tegenkwam midden in de nacht op de radio. En ik was verkocht. Voortaan liet ik me bijna iedere nacht in slaap praten door Maarten Koning en z'n hinderlijke collega's en niet te vergeten z'n narrige vrouw Nicolien, waarin ik Yvonne van den Hurk bijna niet meer kon herkennen.
Het herkenningsmuziekje van de hoorspelserie werd mijn favoriete blues: "Nobody loves you when you're down and out". Zo heerlijk om op die tonen in een troostrijke slaap te vallen.

Maar slopend was het wel. Nooit vóór 1 uur slapen en altijd rond 7 uur op. Met gemengde gevoelens heb ik naar de laatste aflevering geluisterd. Er bleef een soort leegte achter, alsof ik niet meer ingestopt werd, maar om 12 uur slapen was ook wel lekker.

En nu is er dus Bommel, het hoorspel. Vierhonderveertig nachten. Zal ik er aan beginnen? Ik kan het ook podcasten en dan op de MP3 speler luisteren, gewoon overdag ofzo. Maar dan mis ik wel dat lekkere gevoel: in m'n bed in het donker, radio zachtjes aan en inslapen bij de stem van een Heer van Stand.

Ach, die wallen gaan toch nooit meer over. Aflevering 1, ik ben er klaar voor!

Wolk


De lucht boven de A2 blijft boeiend.

 

Klimaat

Pfoe, wat had ik het vandaag warm. Of misschien verbeeld ik het me maar, gevoed door de berichtgeving over Het Rapport.

Het is weer terug op de politieke agenda, het milieu. Een jaar of tien uit de mode geweest, want het is maar lastig om bewust om te gaan met je omgeving. Nadenken of je de auto moet nemen naar Albert Heijn of met polypropyleenvrije plastic tassen aan het stuur van je fiets moet gaan zeulen. En die groene of bruine kliko stonk zo, dus ging na een goede start bij veel mensen het groenafval gewoon bij het grijze in de zak. En wat merkte je er nu eigenlijk van, van dat milieu. De Centerparkshuisjes stonden er nog gewoon in de Dennenheugte of Het Lange Leemveld. En de zure regen, waar jarenlang hel en verdoemenis over werd gesproken, die was toch ook opeens niet meer in het nieuws. Zeker overgewaaid, net als het ozongat.

Het lijkt ingebakken, ons verlangen naar meer, anders en nieuw. En om dat verlangen te bevredigen moeten we consumeren. Niet dat het verlangen daarmee over gaat, maar het stilt het, eventjes. En het consuméren zorgt voor opwarming en de opwarming zorgt voor een ander milieu. Warmer, minder voorspelbaar, meer gedoe.

Ik heb al eens gemijmerd over het rapport van de Club van Rome, dertig jaar geleden. De berichten in dat rapport waren niet wezenlijk anders dan in het rapport van nu. De politici hebben zich nu echter in ferme bewoordingen uitgelaten: er moet nu echt iets gebeuren, anders is het te laat.

Maar -sorry kinders- ik ben bang dat het al te laat is. Er staan 2,5 miljard Chinezen en Indiërs te trappelen om op dezelfde manier energie te mogen gaan gebruiken zoals wij en onze Bush-brothers dat nu al doen. Gaan we die vertellen dat dat niet mag? Of gaan we het goede voorbeeld geven en allemaal onze auto weg doen? Fabrieken sluiten en minder produceren?
Het meest revolutionaire voorstel dat ik de afgelopen dagen heb gehoord was de wettelijke verplichting tot spaarlampgebruik. Yes! Toen de poolkap dat hoorde liepen de koude rillingen over haar rug.

Ik ga me verdiepen in de verzorging van palmbomen en alvast een vergunning aanvragen voor het aanleggen van een strandje langs het kanaal, met koek en zopie.

Maar ik blijf fietsen.

Je kunt hier de samenvatting voor beleidsmakers van het klimaatrapport van de VN downloaden.

Hoera

Mijn bijzondere felicitaties gaan vandaag uit naar een stoere Peuter, waarvan ik de belevenissen met veel plezier volg. Hij is precies 43 jaar jonger dan ik.

En daarnaast feliciteer ik natuurlijk mijn precies twee jaar jongere hartsvriend B, waar ik al 23 jaar (mijn halve leven) onze verjaardag mee deel.

En dan feliciteer ik ook alle ander mensen die op deze mooie dag jarig zijn. Met de kou van de winter in onze botten, maar onze blik op de lente gericht kwamen we ooit deze wereld binnenstappen.

En als ik dan toch bezig ben: iedereen gefeliciteerd met deze bijzonder mooie dag! Het is er weer één waar allerlei leuke dingen mee te doen zijn. En als-ie tegenvalt, dan wordt morgen vast een veel betere.

Beter

Huize B& leeft onder de terreur van de radio. Radio 1, wel te verstaan en dat is-ie ook. In bijna iedere ruimte in het huis staat -vooral 's ochtends- een radio het wereldnieuws te achtergronden. Ik ben benieuwd in hoeveel therapeutische sessies mijn kinderen hier op hun dertigste een plekje aan weten te geven.

Fijn is het vast niet, maar het is niet anders. Geen betere manier om mijn neuronen wakker te maken dat een flinke portie ellende.
Soms is al die informatie ook voor mij geen pretje. Vaak bij de reclame, die 's morgens op radio 1 erg gericht is op één doelgroep: de autorijdende, vermogende man van middelbare leeftijd die erg bang is voor ongelukjes. Ik dus niet.

Nu stroomt al dat reclamegedoe over het algemeen gewoon langs de gesmeerde boterhammen en de geschilde appeltjes het afvoerputje in, maar er is een uitzondering. De reclame voor de apotheker. Nadat eerst een stem heeft verteld dat apothekers zulke goede dingen doen -ze mengen namelijk soms zelf medicijnen (joepie)- komt de slotzin. De slogan, waar de jongens en meisjes van reclamebureau LMAO&HhvVJ zeker 14 brainsessies aan gewijd hebben. De slogan die Nederland moet verpletteren. Bent u er klaar voor?

Medicijnen werken beter
dankzij uw apotheker.

Als ik dit gedrocht van een onrijm eenmaal heb gehoord, wordt het nooit meer goed die dag. En het ergste is dat deze campagne genomineerd is voor een prijs!!!! Kijk even mee op http://www.knmp.nl/copy_of_knmp-vandaag/nieuws-publicaties/persberichten-knmp/campagne-medicijnen-werken-beter-dankzij-uw-apotheker-genomineerd-voor-san-accent/
die vast genomineerd wordt voor de mooiste URL van een reclamecampagnenominatie.

Wie nog even verder spit in de wondere wereld die apotheek heet, komt bij een persbericht waarin vol trots wordt aangekondigd dat de Verenigde Nederlandse Apotheken gaan fuseren met Brocacef.
Was dat geen farmaceutisch bedrijf?
De apotheker schuwt geen enkel cliché, want "Door deze samenvoeging ontstaat een sterke speler op de Nederlandse markt."

Ik ben blij en trots op een maatschappij die zoveel creatieve apothekers kent, maar ik weet het zeker en ik doe het beter: die apotheker deugt voor geen meter.

Kanker

J heeft kanker. En hij is niet de enige. Het lijkt of ik een grens over ben gegaan. Boven een bepaalde leeftijd krijgen de mensen om je heen kanker.
Mijn vader is tien jaar geleden al strijdend ten onder gegaan, maar gaandeweg beginnen ook ooms en tantes slachtoffer te worden. Er lijkt geen peil op te trekken wie er hoe getroffen wordt. Een zeer bewust levende, biologisch etende tante: darmkanker. Een oom die z'n hele leven gerookt heeft: lever en nieren.

Maar waarom J het krijgt is mij een raadsel. Iets over de vijftig, met het lichaam en de conditie van een jonge vent. Fietst nog regelmatig "even" heen en weer naar Duitsland vanuit Utrecht, in één dag. Skate, danst, loopt harder hard dan ik in mijn hoogtijdagen. Flirt als een jonge hond. Waarom krijgt hij nu kanker? Waarvan krijgt hij kanker?

Gelukkig is z'n lichaam sterk en ik heb er goeie hoop op dat de behandeling hem er doorheen helpt, zodat hij weer met overgave kan dansen en sjansen. Hij bericht z'n vrienden en kennissen zeer openhartig over de ontwikkelingen, wat de drempel om hem te benaderen laag houdt, gelukkig.

Mijn zeer gewaardeerde Google mailprogramma dacht daar overigens anders over. Ik heb al eerder geschreven over de advertenties die ongevraagd worden toegevoegd.
Aan het eerste mailtje waarin J meldde dat hij kanker had, had Google fijntjes de advertenties van twee uitvaartcentra geplakt.

De wereld van de marktwerking: wij zoeken op basis van statistiek uit waar jij behoefte aan hebt. En dat bieden we je dan aan, want daar word je blij van.

Maar nu even niet.

Goedemorgen

Mijn fietspad loopt dwars door de stad. Daarom is het op mijn fietspad vaak druk, maar dat vind ik niet erg. Al die andere mensen moeten ook ergens heen en gelukkig zijn ze niet in de auto gekropen, dus deel ik mijn fietspad graag met hen.

Omdat het regelmatig 's ochtends vroeg is, gebeuren er ook wel eens ongelukjes op het fietspad. Niet iedereen is even fluitend 's ochtends, tenslotte. Maar hoe zo'n ongelukje dan verloopt, dat kan nogal verschillend zijn.

Bijvoorbeeld: er komt een meisje mijn fietspad op vanuit een zijstraat. Ze kijkt niet op of om en duwt mij zo de straat op, waar net die twee bereden politieagenten van een paar dagen geleden weer aan komen galopperen. De paarden remmen gelukkig op tijd, catastrofe net voorkomen. Ik haal het meisje in en vraag haar of ze wat beter kan kijken als ze m'n fietspad op komt, omdat ik haar anders echt de toegang moet ontzeggen. "Ik keek echt wel", antwoordde ze, zonder me aan te kijken. En of ze die "t" uitsprak weet ik niet helemaal zeker. Het was vroeg. Zij boos, ik boos, overal adrenaline en daar was het echt veel te vroeg voor.

Ander voorbeeld: een meneer (op een fiets, duh) haalt iemand in terwijl ik hem net zelf aan het inhalen ben en duwt mij de straat op, waar toevallig net helemaal niets aan komt rijden. Hij merkt zijn vergissing, draait zijn hoofd om, kijkt me aan en zegt "Sorry". Ik zeg "OK" en lach een beetje schaperig. En allebei zijn we blij dat het zo'n mooie morgen is.

Het grote verschil is elkaar aankijken. Dan zie je dat we gewoon slaperige stomme mensen zijn, die niet alles tegelijk in de gaten kunnen houden en fouten maken. En dat is helemaal niet erg, als je maar "sorry" zegt en een beetje dom lacht.

Dus als u nog eens te gast bent op mijn fietspad: wees welkom en glimlach. En mocht u zingen, dan krijgt u bonuspunten.

Veelzijdig

"Wij hebben een veelzijdige baan voor u". Zo probeert adverteerbedrijf JCDecaux (van de bushokjes) posterplakkers te werven. Een baan met een voorzijde en een achterzijde, vrees ik. En op de achterzijde zit stijfsel.

Het hoort een beetje bij deze pimp-tijd. "Pimp my job-description" is een bezigheid waar veel mensen zich mee bezighouden. Dat is logisch en niet alleen omdat je er dan meer geld voor krijgt. Wat je de hele dag aan het doen bent, daar wil je trots op zijn. Het is dus ook helemaal niet gek dat mensen hun eigen werk meestal leuk vinden. Zoals de cassière, die vindt dat ze zo'n afwisselende en leuke baan heeft, omdat ze er van houdt om met mensen te werken.

Gelukkig maar dat onze geest zo flexibel is dat we ons er altijd wel uitkletsen. Zo geven we in ieder geval onszelf de illusie dat we precies aan het doen zijn wat we altijd gewild hebben.

Zo vond ik het de afgelopen dagen geweldig om met onbegrijpelijke logische formules en afleidingen bezig te zijn, zodat ik vanmiddag in twee uur iets begrijpelijks voor de docent op papier kon zetten. En nu maar hopen dat hij van mijn papier het gevoel krijgt dat ik het voldoende begrepen heb. Ik heb mijn twijfels.

Iedereen bedankt voor de morele steun in de afgelopen dagen. Het grote wachten begint. En als het niet lukt: "JCDecaux, here I come!"

B& blokt

en daarom blog ik pas dinsdag weer.

Ik zie ik zie wat ik niet zie

Aanstaande maandag worden de afgelopen 3 jaar samengebald in een tentamen van 2 uur. Het laatste verplichte vak dat ik moet doen en meteen ook het moeilijkste. Als ik het niet haal kan ik volgend jaar niet aan mijn master beginnen en moet ik de studie onderbreken. Ik was me al een jaar geleden bewust dat die aanstaande maandag er een keer aan zou komen.

De focus op die maandag is zo sterk dat ik bijna vergeet dat ik vandaag ook een tentamen heb. Nog wel van een erg leuk vak, psychologie van taal. Ik heb er heel veel geleerd over hoe dat nou zit, met mensen en taal.
Eén van de bekende feiten op dit gebied is dat het taalcentrum bij de meeste mensen in de linker hersenhelft zit. Zo'n beetje boven je oor.

Dat dat echt klopt is het meest doeltreffend bewezen door experimenten met split-brain patiënten. Deze ongelukkigen hadden zeer sterke epilepsieaanvallen en om te zorgen dat deze beperkt bleven tot één helft van het brein, werd de verbinding tussen de linker- en rechter hersenhelft doorgesneden. Onder verdoving en zo, hoor.

Deze mensen kregen voor een experiment een schotje tussen hun ogen, zodat het linker- en het rechteroog niet bij elkaar konden afkijken. Vervolgens lieten ze een plaatje zien aan het linkeroog en niet aan het rechteroog. Die informatie komt in het rechterdeel van de hersenen terecht, want om een of andere duistere reden wordt alles wat we zien verwerkt door de tegenoverliggende hersenhelft. Hersenhelft rechts ziet dus bijvoorbeeld een plaatje van een fiets.

Het bizarre is nu, dat als je aan deze persoon vraagt wat zij gezien heeft, ze zal antwoorden: "niets". Taal wordt namelijk gemaakt door hersenhelft links en die heeft niets gezien. De helften waren van elkaar losgesneden.
Vraag je vervolgens of ze aan kan wijzen wat ze gezien heeft, dan zal de proefpersoon met de linkerhand (want die wordt door hersenhelft rechts bestuurd) een fiets aan kunnen wijzen, maar met de rechterhand niet (want die wordt door de onnozele linkerhelft bestuurd).

Het is bijna niet voor te stellen, maar echt waar! En de grote vraag is: heeft die persoon nu een fiets gezien of niet?

Die vraag zal straks wel niet gesteld worden.

Slagwerk

Gisteren heb ik een geweldige uitvoering van de zevende symfonie van Mahler gezien, door het Utrechts Studenten Concert. Dat is een volledig symfonieorkest dat helemaal uit studenten bestaat, die niet eens conservatoriumstudenten zijn.

De zevende van Mahler is geen gemiddeld symfonietje, waarin je met gesloten ogen rustig mee kan drijven. Het is een stuk in vijf delen ("niet klappen tussen de delen in", drukte een meespelend klasgenote me op het hart), waarin echt van alles gebeurt.
Rustig meedeinen met de violen wordt afgewisseld door enorme dissonante akkoorden, tempowisselingen en gevechten tussen verschillende groepen instrumenten over wie nu het thema mag spelen.

Het allermooist is het slagwerk. Bij de meeste symfonieën zit helemaal achteraan een man. Het is altijd een man: slagwerk is nu eenmaal mannenwerk. Bij de strijkers zie je meer vrouwen en dat hoeft ook niemand te verbazen.

Nu is het niet bepaald een macho baantje hoor, slagwerker. Het klinkt leuk, maar volgens mij kun je nog beter altviolist zijn (en dat wil wat zeggen).

Maar goed, daar zit dan achterin zo'n man, ingespannen de partituur meelezend. Hij doet niets! Lijkt volledig nutteloos een rokkostuum te hebben gehuurd. Maar dan, rond maat 745 staat hij op. Slagwerkers bewegen altijd in slow-motion. In slow-motion en met uiterste behoedzaamheid tilt de slagwerker een triangel op van een tafeltje en gaat klaar staan, al die tijd z'n ogen verkleefd met de partituur, alsof de dirigent plotseling een paar maten overslaat als hij even niet op zou letten.
Dan, in maat 812 slaat hij op de eerste en de derde tel op de triangel. Ook zo tragisch aan slagwerkers vind ik dat ze hun slagwerk bijna nooit gewoon uit mogen laten klinken. Bijna altijd knijpen ze er na een paar tellen in of houden hun hand er op, terwijl die triangel best nog wel even door wil galmen. Mag niet van de componist.
Geheel niet gefrustreerd legt hij vervolgens met dezelfde behoedzaamheid de triangel neer en gaat weer zitten. De werkdag zit er weer op.
Maar de slagwerker is solidair. Ook al heeft hij niets meer op het podium te zoeken, hij blijft gewoon zitten en meelezen, met dezelfde concentratie als daarvoor.

Zo niet vanavond! Er was een uitstekend op elkaar ingespeeld team van zes (!) slagwerkers, die op en met alles geslagen hebben wat ooit bij elkaar verzonnen is. Natuurlijk triangels, maar ook bekkens, een tamboerijn, een heeeeele grote trom, een gong, koeiebellen in allerlei soorten en maten, veeeel paukengeroffel en een stellage met vier stukken plaatstaal. Geen idee hoe dat heet. Eentje ging zelfs met bezempjes op de zijkant van die heeeele grote trom slaan.

Maar als je nu een beeld voor je ziet van een gezellige chaos waarbij iedereen er lekker ritmisch op los mept, dan zie je het verkeerd. Ieder tikje, iedere klap, ieder veegje is met rituele zorgvuldigheid uitgevoerd, de ogen gericht op de partituur. Want je zou je gigaknal met die bekkens toch eens net een halve tel te vroeg doen...

Respect voor het Utrechts Studenten Concert, maar zeker voor de slagwerkers.

Genesis

Het is toch grappig hoe het balletje van het toeval kan rollen. Een paar weken geleden schreef ik hier over Genesis, in een bijrol weliswaar, maar toch. Ik had al jaren niet meer aan Genesis gedacht. Passé, oude mannen muziek (u mag zelf twee van de drie voorgaande woorden aan elkaar plakken voor het gewenste resultaat).

En nu krijg ik zomaar twee vrijkaartjes voor een evenement in de schoot geworpen: de volledige reconstructie van de tour uit 1973. Wel met andere muzikanten, maar dat is maar goed ook. Peter Gabriel is minstens tachtig en Phil Collins doet musicals met Tarzan tegenwoordig. Hij werkt samen met Martine Bijl!!! Mijn progressieve wereldbestormers met hun hervormende teksten en muziek die nieuwe dimensies opende. Samenwerken met mevrouw Hak!!!

Erg grappig dat ik nu de kans krijg om een show te zien die de wereld in vervoering bracht toen ik 12 was en waar ik later veel van heb gehoord en flarden van heb gezien.

Het enige probleempje is dat ik mijn vrienden van toen uit het oog ben verloren en voor mijn huidige klasgenoten is 1973 wel heel erg prehistorie.
Dus wie wil aanstaande maandag, 29 januari met B& mee naar Den Haag?

De enige die voorrang krijgt is mijn dochter. Ze twijfelt nog.

Lente

Hoewel het kouder wordt, komt zij er aan! De lente! Ik voel het in de lucht als hij blauw is en de zon schijnt. En ik heb de eerste ganzen in grote V-vorm alweer naar het noorden zien vliegen. De laatste naar het zuiden waren nog maar drie weken geleden vertrokken.

Maar bovendien en bovenal voel ik het in mezelf. De liedjes beginnen weer te borrelen als ik op de fiets zit. Er komt weer inspiratie om stukjes te schrijven. De zin in het leven gaat weer bruisen. Alleen het tentamen van 29 januari werpt nog een winterse schaduw vooruit.

Vanochtend fietste ik met een erg leuke en slimme medestudente naar de universiteit. Ze merkte op dat we op moesten passen voor politiecontrole, omdat het het einde van de maand is. Ik was in al die jaren fietsen nog nooit tot die conclusie gekomen, maar het lijkt wel logisch. Eind van de maand, streefcijfer nog niet gehaald: bonnen schrijven.
Maar nergens politie te zien. Ik vond dat ik m'n bijdrage ook wel had geleverd in de afgelopen weken.
Helaas fietste mijn behoedster niet mee toen ik op weg was naar huis. En je raadt het al...

Ik ben gewoon zacht zingend doorgefietst naar huis. Als dat geen lente is.

Raar

Rare namen
Snodgrass, Neurowetenschapper (VS)
Retemayer, Officier van Justitie (DU)
Garfield, Taalwetenschapper (VS)

Rare mensen
Als je op het perron staat te wachten en de trein rolt langzaam het station binnen, zijn er altijd veel mensen die met de trein mee gaan lopen, alsof ze al weten dat de deur een paar meter verderop terecht gaat komen. Nooit loopt er iemand tegen de rijrichting van de trein in.
Sommige mensen kijken er erg vastberaden bij. Met een blik die zegt: "Vorige keer is hij me al eens onglipt, dat gaat me geen tweede keer gebeuren".

Grappig

Heeft u daar misschien ook last van, lieve lezer? Dan kunnen we een belangenvereniging oprichten en subsidie aanvragen, voor onderzoek.

Ik heb last van grappigheid in mijn hoofd.

Met name woordgrappigheid kan mij enorm plagen. Woordgrappigheid treedt op de meest ongewenste momenten op. Als ik ernstig met mensen in gesprek ben of naar een zielige film zit te kijken, bijvoorbeeld. Dan komt er opeens een woordgrap opborrelen. En ik kan u uit ervaring meedelen: de meeste grappen denken heel wat van zichzelf, maar er zijn er maar weinig echt leuk. Allemaal hebben ze echter de onstuitbare drang om zichzelf aan de wereld te presenteren en als ik niet oplet werk ik daar nog aan mee ook.

En dat is niet goed voor je sociale leven, je carriere en soms zelfs je gezondheid.

Ter illustratie van bovenstaande: mijn 10 jaar jongere schoonbroertje (nu een ruime dertiger, maar destijds prille twintiger) noemde mijn woordgrappen destijds "dertigershumor". Probeer dan nog maar eens de oudere, maar toch heel leuke zwager met de jonge uitstraling te blijven spelen.
Maar het kan erger. Een vriendin van mijn dochter betitelde een ontsnappende woordgrap als een "Bassie-grap", waarmee ze mij in een ernstige depressie stortte. Als ik iemand niet kan uitstaan dan is het wel die half zwakzinnige bejaarde broer van die acrobaat.

"Maar", zult u zeggen, "gezondheid B&, overdrijf je nu niet een beetje". Nee!
Vanmiddag fietste ik in/door de regen in/door de stad, toen ik een meisje zag fietsen met een schilderijlijst om haar schouder en nek. "Om in te lijsten" grapte mijn hoofd er onmiddelijk op los en voor ik het wist had ik haar ingehaald en haar verteld dat ze om in te lijsten was. Ze was waarschijnlijk geen fan van Bassie.

Het schijnt dat die zwelling op het oog met hulp van wat ijs binnen een paar dagen wegtrekt.

Pech

Pas achteraf weet je dat het een foute beslissing was. Pas als alles fout is gegaan en de weg terug nog erger is dan de weg vooruit, dan pas weet je dat je het niet had moeten doen. Terugkijkend kun je dan zien: daar had ik een ander besluit moeten nemen. Dat weet je dan voor de volgende keer, maar dan zijn de dingen toch net weer even anders.

Van woensdag weet ik het, waar het fout ging. Ik was op de universiteit tot 2 uur, moest van 2 tot half 3 in de stad zijn en om 5 uur weer terug op de universiteit.
Toen besloot ik toch nog even naar huis te fietsen. Daar ging het fout.

Het regende al, dus vrijwillig een kwartiertje omrijden was niet fijn. Het werd nog minder fijn, toen ik in mijn haast thuis te komen tussen twee paarden doorfietste bij een rood licht. De voetgangerslichten waren al groen, dus ik verwachtte ook groen voor ons.
De voetgangerslichten werden echter rood en de paarden bleken van stoere politiemannen te zijn, die in vol galop de achtervolging inzetten. Nu kan ik goed fietsen en bovendien heb ik geprobeerd ze te demotiveren door te roepen dat het nog lang geen Sinterklaas is, maar het mocht niet baten. Ik werd klemgereden (vreemd dat op een paard ook "rijden" heet, eigenlijk) en mocht mijn identiteitsbewijs laten zien. Ach ja, die mensen moeten ook eten.

Zienderogen natter en armer fietste ik door tot mijn ketting brak. Het leek een herhaling van eerdere logs te worden, maar dan natter. Lopen leek de enige remedie: thuis was dichterbij dan de rijwielspecialist.

Thuis aangekomen bleek ik in het gevecht met de Ridders van de Sterke Arm mijn concertkaartjes te zijn verloren. En die had ik pas die ochtend gekregen...

Nu ik warm en droog achter mijn kopje koffie zit, kan ik de balans opmaken. Was het nu echt allemaal zo vreselijk?
- De regen is opgehouden en alles aan mijn lichaam is weer droog.
- De ketting is weer gerepareerd en had ook kunnen breken toen ik Ver Weg was.
- De kaartjes lagen (erg verzopen) in de tuin op me te wachten.
- De sponsoring van de bereden politie draagt bij tot het geluk van minstens twee paarden. Marianne van de Dieren is vast trots op me.

Het was gewoon een dag die onthouden wilde worden.

Storm

Gisteren leefde ik even midden in de wereld. Toen ik wakker werd hoorde ik van mijn wekkerradio al dat mijn overkant onderdeel vormde van 30 km file. De weg stond bij Oog in Al onder water en daarom was in beide richtingen de rechter rijstrook afgesloten. Dat vond ik wel raar, de rechterrijstrook in beide richtingen.
Later op de dag waaide bij Vinkeveen van alles op de weg, zodat de gehele A2 werd afgesloten. Hierdoor ontstond de bizarre situatie dat op een dag waarop heel Nederland vol stond met files, mijn trouwe file aan de overkant er niet was!

Vervolgens waaide een bouwkraan om, bovenop het gebouw waar ik op maandagmorgen m'n wiskundesommetjes zit te maken. Gelukkig zat er op dat moment niemand sommetjes te maken en dat zal ook nog wel even duren. Een lokaal met open dak is niet fijn in de winter.
Heel grappig vond ik de woordvoerder van de politie, die verklaarde dat het omvallen van de kraan mogelijk iets te maken had met de storm. Voorzichtig met al te stellige uitspraken, had hij bij de mediatraining geleerd.

En toen ging ook nog al het treinverkeer plat, waardoor de Jaarbeurs de grootste sleep-inn van Nederland werd. De Hema kon de onderbroeken en tandenborstels niet aangesleept krijgen. Gelukkig heb ik nog tandenborstels en onderbroeken genoeg, dus gun ik treinvluchtelingen graag hun hygiëne. Wij Utrechters zijn reuze gastvrij.

Er was ook nog een omroepbericht op het station dat me deed nadenken: "Tot nader order zijn er geen treinen in alle richtingen". Jammer. Ik had graag eens zo'n trein gezien.
En bijzonder tragisch was de nieuwslezer, die verkondigde dat er meer dan 150 ongevallen waren gebeurd met minimaal 3 dodelijke slachtoffers.

Met z'n allen hebben we 50% meer gebeld dan op een andere donderdag, zodat we wisten waar we waren en dat het goed met ons ging. Dat bewijst maar weer dat onheil verbroedert.

De vierde wand

Verdriet. Daarin was het prettig vluchten. Diep snottend, adembenemend verdriet. Want tranen en diepe snikken lieten geen ruimte voor gedachten. Gedachten die vertelden dat het altijd zo zou blijven, gedachten over eenzaamheid die nooit over zou gaan, gedachten over de mislukking, die nu al onomstotelijk vaststond.

We kwamen uit andere werelden: hij van de straat, ik uit de boeken. Hij had geen respect voor mij en liet niet na dat te uiten. Het bleef een ongelijke strijd. Het vermijden van die strijd was van levensbelang. Daarmee leerde ik mensen lezen.

Verdriet en mijn kussen. Het kussen, dat geduldig mijn tranen, snot en kwijl absorbeerde, mij zachtheid gaf en iets om me aan vast te houden. Mijn kussen begreep me en als ik weg zou gaan zou ik alleen mijn kussen meenemen, dat wist ik.

Natuurlijk ging ik nooit weg. Niet lichamelijk althans, wel geestelijk. De vierde wand werd langzaam hoger. De voltooing van de wand viel samen met het begin van de puberteit. Geen kwetsbaarheid meer, geen contact meer. En nooit meer huilen! Het lukte me om door mensen vooraf snel en goed te lezen onzichtbaar te zijn, geen aanleiding te geven.

Verdriet en mijn vader. Hij, mijn afwezige vader, was het die mij in gedachten troostte en die ik in mijn fantasie opblies tot grote proporties, die ik bovenmenselijke kwaliteiten meegaf. De realiteit kreeg nooit de kans door te dringen tot deze fantasie.

Binnen de rust van de vier wanden lukte het om eigenwaarde op te bouwen en iets van zelfvertrouwen, omwikkeld door wantrouwen en cynisme. Het lukte niet om echt contact te maken, noch met de totaliteit van mezelf, noch met anderen. Voor het contact met de buitenwereld gebruikte ik het wisselende gezicht dat ik inmiddels zo goed kon bedienen. Klantvriendelijkheid ten top: voor iedereen een masker op maat, gebaseerd op wat ik in de mensen las bij het eerste contact.

Het is eenzaam, achter de vierde wand, maar vooral veilig. Het voelt er zoals ik me kan voorstellen dat een anti-depressivum werkt: de dalen volgestort, de toppen afgevlakt. Geen reden voor diep verdriet, geen reden voor euforie.

Tot het moment dat de werkelijkheid zich zo dwingend opdrong dat de wand het niet meer hield. Vader, kussen, verdriet en verstand stortten in scherven ineen en het leek of het huilen nooit meer ophield.

Naakt voelt het leven nu tussen drie wanden. Iedereen kan naar binnen kijken en me zien. Ook mijn lelijkheid en mijn onvermogen. Maar de wereld kan me raken en ik kan de wereld raken.

Ik kan de vierde wand missen.

- Met dank aan Arthur Japin voor het beeld van de vierde wand -

Muziek

Muziek is bijzonder. Uit het oogpunt van de evolutie lijkt er geen enkele reden waarom er muziek zou zijn. Er zijn bijzonder veel levensvormen die helemaal geen muziek kennen en er heel goed in slagen om te overleven. En de melancholisch zingende walvissen lijken juist ten onder te gaan, hoewel het zingen daar weinig mee te maken heeft. Als je de geluiden die ze maken al zingen mag noemen.

Vogels zingen ook en dat hoor ik graag, maar mensen zijn het meest creatief met muziek. Mensen kunnen muziek maken die emoties beroert. Ik herinner me nog dat ik in mijn adolescentie voor het eerst een voetbalwedstrijd van het Nederlands elftal meemaakte, echt in het stadion. Ik was links, maatschappijkritisch en me aan het ontwikkelen tot zelfstandig mens. Ik hield wel van voetballen, maar niet van massa's en ook niet van vaderlandsliefde en patriotisme. Maar toen 50.000 mensen het Wilhelmus gingen zingen, stond ik dwars door de brok in m'n keel heen mee te snotteren.

Muziek kan binnenkomen zonder dat de ratio zich er mee bemoeit, zonder dat er weggerelativeerd kan worden, zonder dat er cynisme overheen kan gaan. Gewoon pats, boem, retteketet. Als ik een harmonie hoor spelen staat er kippe(n)vel (kies zelf maar) op m'n armen. En ik kom niet eens uit Limburg.

Misschien is dat wel de rol van muziek in de evolutie: zorgen dat we ook wel eens iets doen dat niet op rationele afwegingen gebaseerd is. En zorgen dat we ons gelukkig voelen, zonder dat er consumptie aan te pas komt. Wie vergeten is hoe dat ook al weer ging, moet maar eens een liedje zingen met een kind.

Ik wens jullie veel muziek.

A2

om me heen zie ik bekeken ogen
verweerde ogen
te vaak gelogen

geil en gretig voor een nieuwe wedstrijd
geld en geen tijd
allang de weg kwijt

krokodilletranen vullen glazen
nog een motie
geen emotie

ik verstop me en vergeet mijn zorgen
goed geborgen
nooit meer morgen

en het is een beetje grappig, het is een raar verhaal
de droom waarin ik doodga is het mooist van allemaal
't is gek om te vertellen, maar 'k zit er zelf niet mee
als mensen blijven rennen wordt het langzaam aan een

A2

Raadsel

Sommige raadsels kun je niet oplossen in je eentje. Onderstaande foto en het bijbehorende onderschrift staan in Wikipedia.

Het onderschrift is intrigerend en lijkt nog het meest op een woordenboekvertaling van iets buitenlands, zoals je ook bij goedkope Chinese produkten tegenkomt.
Het meest treffend vond ik de handleiding bij een softwarepakket, dat mij opdroeg: "Sluit vensters". Ik dacht nog: "...en zet radio of televisie aan", geïndoctrineerd als ik ben door onze nationale morgenzorgcampagne. Na herhaaldelijk doorlezen om te zien waarom het nu relevant was dat ik het raam dicht zou doen, bleek het een iets te letterlijke vertaling te zijn voor het afsluiten van Windows.

Wie helpt me?


Evita vermijdt van reis van staat in Spanje, met Franco.

Passion

Mijn dochter is groot aan het worden. Dat weet ik nu zeker. Ze draagt tegenwoordig allerlei kledingstukken die ik nog nooit gedragen heb. En deze kledingstukken moeten gewassen worden in een speciaal zakje met gaatjes, zodat de ruwe kleding van mijn zoon en mij geen vervelende dingen doet met haar verfijnde weefsels.

Maar waardoor ik echt zeker weet dat ze groot aan het worden is, is het opschrift op het waszakje:

"Private Passion".

Sprinter

De storm was woedend en ik moest heen en weer naar 15 km verderop, dus nam ik de Sprinter. De deuren gingen vanzelf weer dicht, nadat ik was ingestapt. Energiebesparing, zeker. Ze maakten een grappig mobiel telefoongeluidje, terwijl ze dicht gingen.

Ondanks dat het niet druk was, was er genoeg te horen. Twee mensen die elkaar enigszins kenden en elkaar lang niet hadden gezien en een mobelster, type hogere hotelschool, iets met communicatie of misschien wel gewoon rechten. De mobelster had een MP3-speler aan, waardoor ze haar mobiel niet goed hoorde. Of ze dacht dat de deuren weer dicht gingen. Toen ze hem wel had gehoord en heel handig het stekkertje van de MP3 in de mobiel stak, was ze alle contact met de buitenwereld kwijt. Heel hard ging ze vertellen waar ze gisteren geweest was en wie ze allemaal had gezien.

De twee vage kennissen lieten zich niet wegdrukken en voerden het volume op. Intussen bleven de mensen binnenkomen en de deuren zichzelf muzikaal begeleidend sluiten. En toen ging ook de mechanische mevrouw nog vertellen dat dit een Sprinter was en waar we allemaal gingen stoppen. Een net binnengekomen jongeman ging zich ook met de feestvreugde bemoeien en belde iemand aan wie hij "D-specificaties" ging doorgeven:

"Turkse kapperszaak. Ja. Nee, Turks. Dat is 5, 4, 3, 3, 4, 2 en dan 5, 5, 5, 3, 3, 1. Afhankelijk of ze gespecialiseerd zijn. Nou in heren of dames."
Mobielster: "Ja, De Dijk. Maar daar vind ik het best wel niet zo leuk, soms. En daarna Philemon"
Vage kennissen: "Nou z'n ouders schenen Jehova's te zijn en hij had een drankprobleem..."
Mechmevrouw: "...te Amersfoort en dan als stoptrein naar Zwolle".
Deuren: "Tiedeldiedoe, tiedeldiedoe, tiedeldiedoe"
"... Zonnebank: 5, 5, 2, 3, 4, 4, en dan 1, 2, 4, 4, 3, 5..."
"...Nee, die was er niet. Ja, vanavond. Je kunt wel blijven slapen...."
"...bevindt zich in de Sprinter..."
"...maag leeggepompt, toch. En toen hebben ze er een psycholoog op af gestuurd..."
"...tiedeldiedoe, tiedeldiedoe, tiedeldiedoe..."
"...5, 5, 4, 1, 1, 2...."

Gelukkig duurt 15 kilometer maar 15 minuten. Met de Sprinter.

Feest

Nadat de zon de bomen in brand stak en sissend achter de dijk verdronk, kwamen we er achter dat de brommer geen licht had. De dijk ook niet. Gelukkig waren we zo dicht bij de langste dag dat het lang duurde voor het echt pikdonker werd. Dat Hans veertien biertjes op had hielp niet erg bij het navigeren, maar omdat ik er ook veertien op had, kon het me niets schelen. Ik had me overgeleverd aan het instinct tot zelfbehoud van Hans. Misschien gaan we wel dood vanavond, dacht ik. De gedachte had iets neutraal geruststellends. Dan zou er toch een kern van waarheid zitten in die droom.

Vallen, iedere nacht weer, van grote hoogte. Van balkons, uit vliegtuigen, van flats, van ladders, van torens, schoorsteenpijpen. Alles wat flink boven het maaiveld uit kon steken had als podium gediend voor m'n valpartijen. De sensatie was zo echt, dat ik nu precies weet hoe het gaat voelen als het ooit echt gebeurt. De samengeknepen maag, het suizen van de luchtstroom langs m'n oren, de paniekerige en tegelijkertijd heldere gedachten. Maar nooit te pletter slaan, nooit neerkomen, nooit landen. De actie zonder de afloop. De angst zonder het drama.

Het was één van de laatste eindexamenfeesten en we hadden er geen zin meer in, Hans en ik. Ieder feest was hetzelfde: drinken, soms blowen en soms dansen met precies dezelfde mensen in een steeds andere omgeving. Praten met de leuke meisjes, die nooit genoeg dronken om zichzelf te laten gaan en zelden blowden.
En nooit zoenen, nooit vrijen, altijd naar huis in je eentje. Dat gold tenminste voor Hans en mij.
Dit feest was bijzonder. Het was in een schuur ergens in de polder, eerst de rivier over, in onbekend gebied. Iedereen zou blijven slapen en tegen beter weten in gaf dat nieuwe hoop. Om zo min mogelijk mee te hoeven maken van de saaiheid vóór het slapen, zouden we een expeditie doen. Zonder kaart zouden we de bestemming gaan zoeken. En om deze vreselijke ontbering iets te verzachten zouden we bij elke kroeg stoppen die we tegenkwamen, hoe onaantrekkelijk deze er ook uit mocht zien.

[meer feest volgt....]

Feest (2)

Wat zijn er veel kroegen in de buitenwijken van een middelgrote provinciestad. Café's waarvan je achteraf wel wist dat ze bestonden, maar waar je nooit op had gelet. En die bovendien erg gezellig bleken, toen we er naar binnen gingen. Aardige mensen die nieuwe gezichten wel een leuke afwisseling vonden en die trakteerden.

We hadden geen haast. Dertig kilometer is ook met z'n tweeën op een oude brommer wel in een paar uur te doen en het gezelschap was amusant. Voor we de brug overstaken, de grote leegte tegemoet, viel de schemering in. De kroegen zouden niet dik gezaaid zijn, zo tussen de weilanden in, dus we zouden nog redelijk op tijd aankomen. De te volgen route werd wel steeds meer een probleem. Donkere dijken, silhouetten van boerderijen, maar waar was het feest? We hadden een adres en een viltstiftschetsje, dat was het.

Bij een korte stop in een dijkcafé (ja, doe maar een pilsje) werden we op het goede spoor gezet en rond een uur of twee stommelden we de schuur binnen en werden zowaar met gejuich begroet. Ons heroisch voornemen had indruk gemaakt.
Ik belandde in een roes van alcohol en succes naast Miriam, die jarig was geworden om 12 uur.
De avond was mooi geweest, het bier lekker, de mensen aardig en de schuur gevonden. Het examen was achter de rug, de vakantie kwam er aan en als ik dan toch iedere nacht viel, kon ik nu ook wel een keer in het diepe springen.

Ik vertelde Miriam dat ik haar heel erg leuk vond en Hans moest de volgende dag alleen terug op de brommer.

Eten

In de afgelopen weken kreeg ik de kans om zowel in Amsterdam als in Nijmegen uit eten te gaan. Leuk.

In Amsterdam kwam ik met mijn gezelschap in een trendy kitscherig restaurant terecht, pal naast Jort van de Quote, met zijn vriendin Georgina die echte borsten heeft zonder siliconen. Ze praatten nogal luid, deze bekende Nederlanders, zodat het moeite kostte me te concentreren op mijn eigen gesprekspartner. Ik moest natuurlijk ook steeds even kijken of ik het kon zien, dat ze echt helemaal echt waren. Dat leidt ook af.
En er hing een hele grote schilderijlijst in mijn blikveld waarop een Nickelodeon tekenfilm werd vertoond, gelukkig zonder geluid.

Dat deze prikkelrijke omgeving niet bevordelijk is voor de communicatie, bleek toen mijn tafelgenoot later op de avond behoorlijk goed wist samen te vatten wat er allemaal aan het tafeltje naast ons was gezegd. Terwijl ik juist mijn hart aan het uitstorten was geweest.

We hadden nog een beginnersfout gemaakt: bij het raam gaan zitten. Het aanvankelijk rustige restaurant stroomde onmiddelijk vol nadat wij hadden plaatsgenomen. Gelukkig wilde niet iedereen een handtekening, maar de keuken raakte aardig overgekookt van zoveel aanloop. Het aardige was dat je via een ventilatiekanaal vanaf het toilet de gesprekken in de keuken kon horen. Ze waren blijkbaar met z'n drieën en er zaten ongeveer 100 mensen tekenfilms te kijken. Dat gaf wat paniek en lange wachttijden.

Dit allemaal in schril contrast met het voormalige studentencafe in Nijmegen, waar gewoon tafeltjes stonden en stoelen en verder niets, waar iedereen lekker zat te praten en te eten, het eten echt heerlijk was en niemand beroemd. En de rekening de helft.

Leve de provincie.

Treinen

Het was weer gezellig in de trein. Omdat er tussen Den Bosch en Geldermalsen iets ongelukkigs was, gebeurde het in die dagen dat reizigers naar Tiel, Roermond, Eindhoven, Arnhem en Nijmegen allemaal in dezelfde trein terecht kwamen. Ik moest naar Nijmegen en kon tot het einde in de trein blijven zitten. No worries.

Dat gold niet voor de andere mensen in en om mijn zitplaats. Ongerust werden de eindbestemmingen, routes en reisduren besproken, waarbij de wildste stellingen werden betrokken. De trein zou niet via Arnhem rijden (bijzonder), je kon op deze manier in anderhalf uur in Roermond arriveren (bijzonder optimistisch), met de bus van Nijmegen naar Eindhoven was sneller (bijzonder masochistisch) en om in Tiel te komen moest je eerst via Nijmegen naar Den Bosch en dan naar Tiel (bijzonder lang).

Uiteraard werd er ook veel gemobield. Na iedere woeste veronderstelling werd het thuisfront bijgepraat. En gemopperd op de NS, uiteraard. Dat kon toch zo niet en hoe kon je nou afspraken maken op deze manier en volgende keer neem ik de auto weer.

Gelukkig kwam de conducteur het allemaal oplossen. Met engelengeduld en een zakcomputertje rekende hij voor iedereen uit waar overgestapt moest worden, hoe laat de aansluiting kwam, hoe lang de reis zou duren, waar je klachten in kon dienen en hoe je je geld terug kon krijgen. Het meisje dat naar Roermond moest besloot dat ze nu heel erg kwaad was, want ze ging het allemaal niet halen. Dat meldde ze heel resoluut: "Ik ben nu heel erg kwaad". Niet helemaal overtuigend.
Verder was vooral iedereen opgelucht en tevreden. De mobieltjes werden voor de laatste keer getrokken en de rust keerde weer.

En niemand die iets gevraagd had over het ongeluk tussen Den Bosch en Geldermalsen.

School

Aan het eind van het jaar gaat de radio massaal nostalgisch doen. Iedere zender heeft wel een lijstje, al is het maar "de top 500 van afgelopen oktober in willekeurige volgorde gedraaid" (bij de vrolijke jongens van Arrow Rock).
En het moet toch wel een heel raar lijstje zijn als "School" van Supertramp er niet op staat. En dat confronteert mij op harde wijze met een ver verleden.

U moet weten, lieve lezer, dat de culturele opvoeding van B& bestond uit LP's van Jim Reeves, Engelbert Humperdinck en Tom Jones. Dan vergeet ik "Christmas with the Cats" en natuurlijk "James Last in Concert". Het meesterwerk van de collectie was de soundtrack van "Het gebeurde in het Westen", een geschenk van een progressieve oom.
Het leed dat dit alles heeft veroorzaakt is te groot voor één stukje, dat mag duidelijk zijn.

Door op het schoolplein maar zo min mogelijk over muziek te praten en mijn vrienden vooral te zoeken onder jongens zonder oudere broers of zussen, bleef de schade beperkt. Ik luisterde thuis naar mijn LP met in het Duits nagesynchroniseerde liedjes van de Beatles (Sie liebt dich, yeah, yeah, yeah) en verder hadden we het nergens over.

Tot we naar Eric gingen, voor een feestje. Miriam was er ook. Niet dat dat zo bijzonder was, want Miriam was er iedere dag, in de klas. Bij economie naast Carla recht voor me, zodat ik bijna haar haar kon ruiken. Maar voor het eerst was ik op een feestje waar Miriam ook was en andersom.
Natuurlijk gebeurde er niets spectaculairs. Een beetje hangen, een beetje bier drinken en naar muziek luisteren. Eric had twee oudere broers en dat kon je merken aan de muziek. Genesis. Miriam kende Genesis ook, wat helemaal niet raar is voor iemand met zo'n naam. Dat was duidelijk een puntje voor Eric, die al eerder had laten blijken dat hij Miriam wel lustte.

Kniezend zat ik aan mijn biertje te lurken. Dit kon ik nooit meer inhalen, met mijn gebrekkige kennis van symfonische of andere rock. Tot de klaaglijke mondharmonica-akkoorden weerklonken. Yes! Gered! Dit was muziek waarover ik kon meepraten.

Toen ik begon te vertellen over de beginscene en vooral die scene van die man op de schouders van dat jongetje met die mondharmonica in z'n mond zag ik eerst wat verbaasde blikken om me heen. Tot iemand me duidelijk maakte dat dit Supertramp was en niet Ennio.
Ik heb een hele tijd op de WC gezeten en ben daarna iets vroeger dan normaal naar huis gegaan.

Met Miriam is het helemaal goed gekomen, maar dat is een ander verhaal.

Boter

De man was marketingdeskundige van een multinational in voedingsmiddelen. Dat gaf hem zoveel authoriteit dat wij luisterden en hij sprak. Wij waren universiteitsnono's, die helemaal niets wisten van marketing en vooral niets van doelgroepenbeleid. Daar zou onze man ons wel eens even over bijpraten.

Bijpraten was wat mij betrof prima, als ik maar niet zo ging praten als de man. De stukjes communicatie, het marketingplaatje en zelfs het botersegment gingen vlot over tafel. Segmenteren van de markt, dat was de bedoeling. Je deelt je groep klanten in, in zo genuanceerd mogelijke groepen en ontwikkelt voor elke groep een eigen produkt. En deze produkt-marktcombinatie zet je dan in de markt. Waar in de markt dat dan precies is bleef onvermeld.

Als voorbeeld werd het al eerder genoemde botersegment opgevoerd. Hij kon er smeuiig over vertellen, maar mijn mond viel pas echt open toen ik hoorde op welk criterium de klanten werden ingedeeld. Ik verwachtte iets als leeftijd of postcode of inkomensgroep. Niets van dit alles. Om boter zo goed mogelijk te verkopen worden klanten ingedeeld op angst.

Angst dat je hart het af laat weten: "Bevel" met meervoudige levensduur.
Angst dat je je kinderen verkeerd te eten geeft: "Green Band".
Angst dat je niet kunt koken: "Roma".

Klanten worden in angstcategorieën ingedeeld. Vervolgens wordt de angst zachtjes bevestigd in reclame-uitingen en wordt het wonderprodukt onder de aandacht gebracht. Terwijl u dacht dat u lekker TV zat te kijken.

Smeer je boterham maar goed..........en huiver.

Dood

Van alle eigenschappen die ik heb is er één die me toch het meest verbaast. Dood gaan.
Net als alle levende wezens ben ik een geluksvogel. Uit alle miljarden wezens die voor mij hebben bestaan heb ik de juiste eigenschappen om gezond en gelukkig door het leven te stappen. De evolutie is medogenloos, dus iedere soort leven die in de afgelopen miljarden jaren niet mee kon is uitgestorven. Zo ben ik dus een wandelend pakketje succesvolle genen.

Dat succesvolle pakketje genen zorgt er wel voor dat ik dood ga. Als het me lukt alle trams, auto's en kogels te ontwijken ga ik gewoon dood doordat ik te veel vrije radicalen in m'n lichaam krijg, die uiteindelijk m'n cellen kapotmaken.
In al die miljarden uitprobeersels van de afgelopen miljarden jaren is er vast een organisme geweest dat die vrije radicalen beter de baas kon. Toch bestaat dat organisme niet meer. Uitgestorven wegens (bijna) onsterfelijkheid.

Want als extreem langlevende soort ziet het er niet best voor je uit. Je leeft wel lang, maar verandert niet voldoende. Kinderen moet je krijgen, die net iets andere eigenschappen hebben dan jij en dus net iets beter tegen nieuwe omstandigheden kunnen dan jij. Bij de eerstvolgende SARS epidemie leg jij het loodje, maar de kinderen van je kinderen zouden wel eens per ongeluk resistent kunnen zijn.
Evolutionair gezien kun je maar het beste dood gaan als je je hebt voortgeplant. Als je sommige mannen op de bank ziet hangen, is dat niet eens zo'n gek idee.

Tegenwoordig is het overdragen van informatie zonder sex belangrijker dan ooit. De mensen die jouw informatie overnemen, hebben meer kans om te overleven. Dat zijn eigenlijk ook jouw "kinderen". En dan is het helemaal niet nodig om dood te gaan. Als je maar nieuwe dingen te vertellen hebt, blijf je een nuttige rol spelen in de informatie-evolutie.

Ik studeer en schrijf. Alleen met die onsterfelijkheid wil het nog niet zo lukken.

Winnaar

Na een spannende strijd kan de jury bekendmaken dat "Oma" postuum de Gouden Knipoog uitgereikt zal krijgen. Leuk dat ze na zoveel jaar nog die erkenning krijgt.

De conclusie die ik trek uit de uitgebrachte en vooral het aantal niet uitgebrachte stemmen, is dat ik maar gewoon blijf doen wat m'n muzen me influisteren. Die moeten het geheel dan ook maar commerciëel afstemmen en een marketingcursusje doen ofzo.

Sport

Een jaar of twaalf geleden zwom ik kanaal. Of het toen al zappen heette weet ik niet, maar het kwam op hetzelfde neer. Ik drukte lusteloos de knopjes van de afstandsbediening in, geen zin om naar bed te gaan en te flauw om me ergens in te verdiepen, tot ik op het beeld van een dartwedstrijd kwam. Niemand in Nederland keek naar dartwedstrijden, want dat was een saai tafereel van dikke bierdrinkende Engelsen met een onbegrijpelijk enthousiast publiek. Tot mijn verbazing zag ik een Nederlandse naam. Nederlanders darten?? Het bleek een postbode uit Den Haag te zijn. Hij deed z'n best, maar moest het afleggen tegen de Engelse dikbuiken.

Het volgend jaar kwam ik hem weer tegen en omdat alle underdogs op mijn mentale steun kunnen rekenen, heb ik hard "Hup Raymond" geroepen vanachter mijn TV-scherm. Nou ja, hard zachtjes in mijn hoofd dan. En hij werd zowaar kampioen. Ik had toen nog geen weblog, dus het duurde even voordat de rest van Nederland hem leerde kennen. SBS6 stortte zich er op, heel Nederland werd enthousiast en ik verloor m'n interesse.

Gisteren herhaalde de geschiedenis zich. Ik zappte wat rond en zag opeens de bekende gestalte van Raymond van Barneveld, nu peetvader van de Nederlandse darters en al lang geen postbode meer. Overgestapt naar een andere dartbond speelde hij de finale van het WK tegen de legendarische Phil Taylor, die in z'n eentje al meer dan tien jaar alleenheerst in die bond.

Darten vind ik eigenlijk geen sport, evenmin als biljarten en schaken. Ze zweten te weinig en halen veel te rustig adem, die darters. Maar wat ik gisteren zag was een bloedstollende strijd van concentratie en de beheersing van zenuwen. Na een theoretisch niet meer in te halen 3-0 achterstand kwam van Barneveld terug en daarna bleven de mannen nek aan nek darten. Opleving en inzinking volgden elkaar op, vreugde om een voorsprong en teleurstelling om een gemiste kans wisselden elkaar af, tot de strijd op het einde nog door het raak gooien van één pijltje beslist moest worden.

Eén pijltje in een vakje van anderhalve vierkante centimeter gooien. Als het lukt win je 150.000 euro en eeuwige roem. Als je mist, is je tegenstander de winnaar. Je staat al een paar uur op een heet podium onder de spots, in een zaal met bierdrinkende, rokende en schreeuwende mensen. Iemand die dat kan is geen sporter, maar een zenuwtovenaar.

Gisteren was dat Raymond van Barneveld. Mooie sporter.

Nieuw

Het oude jaar was op en versleten, dus moest er een nieuw komen. Het grappige aan nieuwe jaren is dat je ze niet in één keer uit kunt pakken. Dat moet elke dag een klein stukje, zodat je pas aan het eind weet wat voor een jaar het is, in z'n geheel. En dan krijg je weer een nieuw.

Dit jaar was ik naar Zwolle getogen met de nieuwe dienstregeling, die lekker zat. Daar ging ik het nieuwe jaar inluiden met drie allochtone dames, geboren in respectievelijk Yogjakarta, Bangkok en Rome. B& start het nieuwe jaar in vreemde culturen, gewapend met oliebollen en sterretjes.

Het vieren van het nieuwe jaar gaat in Zwolle gepaard met luidruchtig lawaai in het oude. Het vuurwerk was in huis en 31 december was een zondag en de gehele Zwolse binnenstad was leeggewaaid. Zo niet de buitenwijken, waar men de ledigheid probeerde op te vullen met donderend geraas. Hele families stonden op de stoep van de nieuwbouwwijkwoning elkaar af te knallen, zeer tot ongenoegen van de twee kleinste allochtone dames, die nog niet gewend waren aan zoveel feestvreugde. En omdat fietsen met je handen op je oren niet meevalt, hebben we de rest van de dag en avond besteed aan een legpuzzel van 1500 stukjes. Combineer dat met champagne en een poesje van 10 weken en je begrijpt dat we die nét niet af hebben gekregen.

Een nieuw jaar waarin ik nog nooit zo relaxed vuurwerk heb bekeken. Op een bed liggend onder een groot kantelraam, waarboven de overbuurman al z'n dure aankopen schitterend tot ontploffing wist te brengen. En regenen dat het deed.

Vol van Italiaanse kookkunst, Nederlandse baksels, champagne van de Aldi, Chinese vuurkunstwerken en veel plezier heb ik me weer in de trein gehesen. Zwollle is voor mij de culturele parel van 2006.

Ik wens iedereen veel plezier bij het uitpakken van 2007.

Doe het zelf verhaaltje

Ik ga pas volgend jaar weer nieuwe stukjes schrijven. Als je je erg verveelt in deze dagen van ledigheid en wereldvrede, kun je zelf het volgende verhaal invullen. En stemmen voor de Gouden Knipoog, natuurlijk!!
--------------------------

De trouwjurk in de trouwmodespeciaalzaak hing erg satijn en overdadig te zijn . Er zat een briefje op geprikt, waarop de volgende woorden stonden:

Gaat niet door.

Nog wel strijken.

De gouden knipoog

Ter ere van het einde van dit jaar wil ik jullie vragen mee te werken aan de verkiezing van het lekkerste stuk.

Als modern consument georiënteerd schrijver wil ik natuurlijk graag weten wat mijn lezers het liefst lezen. Dichtsels? Maatschappelijk geëngageerd? Dagelijkse belevenissen? Plaatjes?
Ik zal aan de hand van de uitslag zorgen voor een juiste produkt-markt-mix in het komende jaar. En uiteraard krijgt het winnende stukje een eervolle vermelding en wordt de Gouden Knipoog 2006 uitgereikt tijdens een feestelijke bijeenkomst in de huiskamer.

Omdat het natuurlijk een heel gedoe is om al die stukjes weer opnieuw te bekijken, heb ik het jullie makkelijk gemaakt. Een deskundige jury (B& & kids) heeft een voorselectie gemaakt van tien stukjes. Je kunt snel naar die stukjes toe springen via onderstaande links. Gewoon eigenwijs een andere kiezen mag natuurlijk ook.

Stemmen gaat heel makkelijk, zonder dat je eerst in hoeft te loggen of aan hoeft te melden. Gewoon klikken op de "comments" link onderaan dit stukje en de titel van het stukje invullen. Als je "Anonymous" aanklikt als afzender is de stemming ook nog volledig anoniem. Net echt. Niemand belet je om te frauderen door 28 keer te stemmen, maar het is wel gemeen.

Op 31 december om 23.59 uur sluit de stembus en gaat de champagne open.

De genomineerden:

- De mevrouw
- Fiets
- Feestjes
- Normen en Waarden
- Stappen
- Oefenen voor Sinterklaas 2
- Oma
- Oefenen voor Sinterklaas 3
- Watje
- Memen

Olifantje

Er was eens een olifant. Het was een sterke stier (want zo heten mannetjes als ze olifant zijn), in de kracht van z'n leven. Hij had zo het nodige beleefd in de voorbije jaren: een leuke vrouw gevonden, kinderen gekregen, op zwerftocht geweest, gevochten om het leiderschap met andere ambitieuze olifanten en nu was hij op z'n top. Hij werd gerespecteerd alom en genoot aanzien.
Maar echt genieten van het aanzien kon de olifant niet. Het leven was eigenlijk wel saai met al dat respect en die vormelijkheid om hem heen. Hij kon met plezier kijken naar de jonge olifantjes, die speelden en renden en iedere dag leerden wat de wereld te bieden had.

De olifant nam toen een Besluit. Hij legde het leiderschap naast zich neer en verliet de kudde. In z'n eentje dwaalde hij rond, op zoek naar wat nu echt de moeite waard was in het leven. En zo kwam hij terecht in een groep olifantjes die met jonge en nieuwe ogen naar de wereld keken, zoals hij had gedaan toen hij ook een olifantje was.
De olifant dacht dat dat was wat hem gelukkig zou maken: met nieuwe ogen kijken naar de wereld, en hij vroeg of hij met de olifantjes mee kon doen. Die keken wel een beetje raar, want moest zo'n ouwe olifant niet heel andere dingen doen dan met hun meehuppelen? Maar omdat het blije olifantjes waren, mocht hij meedoen.

De oude olifant bleef jaren bij de kleintjes, die steeds groter werden. Hij had plezier en voelde zich gelukkig en zag iedere dag nieuwe dingen, die hij vroeger niet echt had gezien. Maar soms kwam hij andere olifanten uit de kudde tegen, die hem wezen op z'n Taken en Verantwoordelijkheden en die hem vroegen of het nu wel zo hoorde, dat hij daar tussen de kleine olifantjes rondliep. Dat bracht de olifant aan het twijfelen.

Op een dag gingen ze huppelen. De grote olifant huppelde dapper mee, maar hij kon niet meer zo goed blij zijn met het huppelen als anders. Zo kwam het dat hij achteraan de groep terecht kwam en uiteindelijk aan het sjokken was. De kleintjes waren al uit zicht en hij verzonk in diep gepeins of hij niet terug moest naar de kudde en z'n Taken en Verantwoordelijkheden op moest pakken.
Tot hij een klein slurfje voelde om z'n voorpoot. Het was één van de kleine olifantjes, die hem vroeg waar hij nu was en dat ze hem misten en waarom hij niet meehuppelde.

Vanaf die dag huppelde de olifant weer vrolijk mee. En wat de andere grote olifanten er van dachten? Dat voelde hij wel, maar hij zat er niet mee.

Dompers en ignorantijnen

Grijs en nat, de kleur verdwenen. Een warme herfst, wat raar.
Koud en stijf, geen speelsheid meer. Het einde van een jaar.
Een jaar zonder bijzonderheden, verkiezingen, een moord,
Milosevic is overleden en fans van Feyenoord.

De kortste dag is overleefd, het donker gaat verdwijnen
nog even kerst en oud en nieuw, dan gaat het licht weer schijnen.
En dan, als lenteknoppen bloeien en frisse morgendauw
parelt in de ochtendzon, dan ontmoet ik jou.

Praten zullen we en lachen. En rennen door het gras.
En als we afscheid nemen moeten, wensen dat het vroeger was.
Zo zullen uren langzaam lengen, warmer wordt de wind
en elk moment zal twinkels brengen en schaters van een kind.

Als we dan verzadigd zijn en dronken van elkaar
dan zeggen we: 't is mooi geweest
misschien tot volgend jaar.

Waarneming en fantasie

Ik ben nu al een tijdje aan het studeren. Daardoor heb ik de afgelopen drie jaar nagedacht over allerlei dingen die erg vanzelfsprekend zijn voor mensen en de vanzelfsprekendheid gaat er dan wel een beetje af. Als je je bedenkt wat er allemaal nodig is voor het lezen van deze tekst en vervolgens begrijpen wat er staat, is het een wonder dat wij (de schrijver en de lezer) op deze manier kunnen communiceren.

De conclusies die getrokken worden bij het doen van onderzoek zijn gebaseerd op waarnemingen. Waarnemingen doen betekent dat we onze zintuigen (vooral ogen en oren) gebruiken om informatie naar binnen te halen. Die informatie komt dan in ons brein terecht en wordt daar netjes van labeltjes voorzien en in laatjes gestopt. En ons brein zit zo in elkaar dat we op grond van die informatie dingen kunnen voorspellen. Als ik 238 witte zwanen heb gezien, denk ik dat iedere zwaan die ik daarna zal zien ook wit is.
Veel wetenschap wordt op die manier uitgeoefend. Daar heb je een brein voor nodig dat goed labeltjes kan plakken en in laatjes kan stoppen. Een heel methodologisch brein, dat zich aan de regeltjes houdt. Als een appel van een boom valt, geldt een regel die voorspelt dat die appel met een bepaalde snelheid op de grond komt en meestal houden appels zich aan dergelijke regels, net als vliegtuigen en raketten en kogels en bommen (helaas). En dat is wat ik zie als "bewust nadenken". Je neemt dingen waar en laat er dan de regeltjes op los: een grote witte vogel op het water is dus een zwaan.

Maar wat nu als appels opeens met een boogje van bomen gaan vallen. Dan kloppen onze regeltjes niet meer. Die regeltjes horen namelijk te beschrijven wat er in werkelijkheid gebeurt en appels zijn heel erg werkelijkheid. Om dat op te lossen heb je een ander soort brein nodig. Een brein dat creatief is. Creativiteit is dus heel belangrijk bij wetenschap. Maar wat is creativiteit nu eigenlijk precies? Het is niet de bestaande regeltjes toepassen, want die klopten nu juist niet meer. Het heeft met fantasie te maken: je dingen voorstellen die er niet zijn. Dat is niet anders in wetenschap dan in kunst.

Wat ik nu zo bijzonder vind aan fantasie is dat het toch moet werken met die dingen waar je een labeltje op heb geplakt en die je in laatjes hebt gestopt. Iets anders is er niet in je hoofd. Maar het voelt wel alsof het iets heel nieuws is, iets wat je zelf nog niet wist. Dus denk ik dat onze ladenkast heel groot is, veel groter dan dat deel waar we dagelijks mee bezig zijn. En soms, als het rustig is in de bovenkamer, op de fiets of tijdens een wandeling of op de WC of met precies de goede hoeveelheid alcohol in je bloed, gaan er opeens laatjes open die je nog niet kende en waarmee je prachtige nieuwe inzichten krijgt of mooie dingen kan maken. Je had het al wel in je hoofd, maar je wist het niet en opeens komt het in het spotlicht van je bewustzijn terecht. Dat zijn momenten waarop ik me gelukkig voel.

Intuïtie is volgens mij net zoiets. Dat is iets dat je weet, maar je weet niet waarom je het weet. Alsof er niet alleen laatjes zijn opengegaan, maar er ook nog een conclusie uit is getrokken, allemaal in het onbewuste deel van je brein. En alleen die conclusie komt in het spotlicht. Het vervelende is dat je dan niet uit kunt leggen hoe je aan die conclusie komt en daarin zijn mensen (met name mannen) nogal onvergeeflijk.

Fantasie en intuïtie zijn ondergewaardeerd in wetenschap. Maar daar gaat dit stukje verandering in brengen. Ik voel het.

Veilig

Hoe veilig voelt u zich, trouwe lezer? Ik heb niet te klagen. Er dreigt geen oorlog uit te breken, ik kan nog gewoon 's avonds laat zonder licht naar en van de stad fietsen en er zijn in Oog in Al ook al weer een tijdje geen grote bomaanslagen meer geweest.

Toch is het niet veilig, als ik de radio mag geloven. Tweehonderdduizend mensen zijn iedere dag bezig met het werken aan onze veiligheid. Dat is een boel Feyenoordstadions vol. Daarbij hebben we ook het internet nog en mobiele telefoons met camera's. Wat die met veiligheid te maken hebben werd pas nog schrijnend duidelijk.

Iemand (naam en weblog bekend bij de redactie) was z'n mobiel kwijtgeraakt, op een zaterdag in Utrecht (zie je, de onveiligheid komt al dichterbij). Het was een moderne man van de wereld, met een weblog en Flickr-account. Flickr is een website waarop je uit exhibitionistische behoefte foto's kunt zetten die je aan andere mensen wilt laten zien.
Tot zijn grote verbazing verscheen een paar dagen later een foto van twee jongens op zijn Flickr site. De foto bleek van z'n verdwenen mobiel afkomstig. Die had hij zo ingesteld dat genomen foto's automatisch werden doorgestuurd naar Flickr. Hij zette de foto op zijn weblog. Hij heeft veel meer trouwe lezers dan ik en die leefden erg met hem mee. Andere weblogs namen de foto over en binnen een paar uur waren duizenden mensen met hem mee aan het zoeken. Het was zelfs zo, dat enkele lezers het stukje muur en raam op de foto meenden te herkennen. Via Google Maps en de site van Funda, waarop zo ongeveer heel Nederland vanaf de grond gefotografeerd is vastgelegd, werd de locatie binnen een uurtje vastgesteld: een school in de binnenstad van Utrecht.
De site van de school werd snel gevonden en via de daar aanwezige foto's van feestjes en klasse-uitstapjes werd zelfs de klas en de naam bekend van één van de jongens. Contact opgenomen met de school, mobiel terugbezorgd. Eind goed al goed. Wat een zegening, al die moderne techniek.

De twee jongens bleken niets met de mobiel te maken te hebben. De foto was gemaakt door een vriend, de "vinder" van de telefoon. In de loop van dit proces stond echter de gewraakte foto van die twee jongens op diverse weblogs. Daar wisten de trouwe lezers wel raad mee. De jongens werden zonder proces veroordeeld en kregen een enorme berg commentaar over zich heen, met name op hun uiterlijk. Als je nu Googelt op de naam van één van hen, verschijnt hoog in de resultaatlijst deze link.

Publiek veroordeeld en verbaal gekruisigd voor een niet gepleegd vergrijp. Voornaamste misdaad: een onaantrekkelijk uiterlijk.

Niet veilig.

Gezellig

We hebben weer eens spelletjes gedaan. Waarschijnlijk ligt het aan het seizoen: de donkere dagen nodigen uit om samen aan een tafel iets onzinnigs te gaan zitten doen. Normaal gesproken zijn we niet zo'n bordspelletjesgezin. Een puber, een pre-puber en een vader die altijd bezig is, dat kruipt niet vanzelfsprekend achter het ganzenbord. We houden wel allemaal van spelen, maar dat gebeurt dan vaak individueel, ieder achter z'n eigen favoriete computerspel. De uitwisseling daarover heeft meestal de vorm van vertellen hoe cool of vet het nu weer geweest was.

Nu waren zowel de aanloop als de aanleiding goed. Het was gelukt om met z'n drieën de kerstboom op te zetten zonder ruzie. Daarna hadden we gezamenlijk het Groot Dictee van de Nederlandse Taal voor Kleine Mensen gedaan. Ik had 4 fout en werd daarmee door een stuk of tig kinderen voorbijgestreefd. Oei. En we hadden van Sinterklaas een chocoladeversie van Triviant gekregen. De kaartjes waren van chocola en als je alledrie de de vragen op het kaartje goed had, mocht je het kaartje opeten. Zo niet, dan ging hij terug in de voorraad. Ook geen gedoe met dobbelstenen ofzo, gewoon om de beurt een kaartje pakken.
Behalve smakelijk was dit ook uitermate oud-hollands gezellig. De onzinnigheid van de vragen droeg daar ook aan bij. Wie heeft er ooit van Jacques Klöter gehoord en welk programma presenteerde hij? Verder dan "kleutertje luister" kwamen we niet. Ook een vraag over Honoré de Balzac leverde uiteraard veel hilariteit op net als de poging tot antwoord op "Van welk bruine drank wordt in Turkije 1,2 miljard liter per jaar gedronken": Rum?
En we weten nu eindelijk met welke noten Indiase olifantendrijvers de huid van hun dikhuiden schuieren. Dat nadat we in het woordenboek hadden opgezocht wat schuieren is, natuurlijk.

Ik weet sinds gisteren de definitie van het typisch Nederlandse begrip gezelligheid. Gezelligheid is met elkaar praten en lachen en iets met chocola erbij.

Zen en zoon

In Zen and the Art of Motorcycle Maintainance wordt het verhaal verteld over een man en zijn zoon. Als je het wilt lezen: het staat hier online .

De man lijdt aan een erfelijke geestelijke afwijking. Hij heeft een gespleten persoonlijkheid. In hem huist een ander, Phaedrus genoemd, die zo nu en dan de regie overneemt.

Vader en zoon reizen samen op de motor door de VS en tijdens de reis ontvouwt zich het verhaal en de achtergrond. De vader is vooral bezorgd dat z'n zoon zijn afwijking zal erven. En terecht: zoon ontwikkelt inderdaad hetzelfde vreemde vermogen.
Het boek gaat over nog veel meer dingen, trouwens. Alleen niet over Zen en eigenlijk ook niet over motoronderhoud.

Ik heb het lang geleden gelezen, toen ik in de verste verte nog geen vader was of zou zijn, maar het sprak me toen al aan. Onlangs moest ik er weer aan denken, toen mijn zoon het moeilijk had in z'n eerste jaar brugklas. Twaalf jaar lang was hij een onbezorgd kereltje en nu leek alles opeens een onoverkomelijke berg, die zorgde voor paniek, angst en verdriet.

De dingen waar hij last van heeft zitten in hem. Het is de manier waarop hij tegen de wereld aankijkt en de wereld binnen laat komen die hem de problemen bezorgt, niet zozeer de wereld zelf.
Vroeger toen ik nog een klein B&netje was had ik daar ook last van. Ik heb inmiddels 30 jaar geoefend en geprobeerd, gevallen en opgestaan en weet nu hoe ik ermee kan leven. Maar hoe leg je dat uit? Om je kind te leren fietsen kun je je gek lopen achter zo'n klein fietsje aan. Wiskunde uitleggen is -zelfs voor mij- wel te doen. Hoe je een maaltijd moet klaarmaken kan ik overbrengen, zonder problemen. Dat je aardig voor de mensen om je heen moet zijn en niet altijd alleen aan jezelf moet denken kan ik overdragen. Gewoon, door het te zijn en te doen.

Maar die wijze levenslessen over accepteren wie je bent, welke valkuilen er dreigen en hoe zinloos het is om er bang voor te zijn, wat liefde is en wat echt belangrijk is in je leven. Hoe draag je die nu over?

Misschien door verhalen te vertellen of te schrijven op je weblog. En misschien kan het ook helemaal niet, moet je het gewoon aan je kind overlaten. Vertrouwen hebben dat ze het zelf kunnen en weer zullen opstaan na elke val.

Onderhouden of Zen? Ik weet het niet.

An Pierlé

Ik heb An Pierlé gezien. Dat kunnen niet veel mensen mij nazeggen. Ja, de honderd of wat mensen die er ook waren in de dependance van Tivoli, buiten de stadsmuren waar kabaal hoogstens een paar Citroëns uit hun slaap kan houden.

Het was memorabel.
Wie heeft ooit een Belgische Tori Amos op zien treden, zittend op een skippybal? Wie heeft het ooit meegemaakt dat halverwege een concert de leadsinger zei: "Nu is het tijd voor een verhaaltje, ga er maar bij zitten" (denk het Vlaamse accent er zelf bij) en dat alle honderd of wat mensen in de concertzaal op de grond gingen zitten om naar het verhaaltje te luisteren? Dat verhaaltje was niet echt een verhaaltje, het was een heel mooi liedje.

En wie heeft het ooit meegemaakt dat midden in een concert wiskundeprofessor Herman spontaan, doch na uitnodiging van An het podium betrad om de meest kloppende definitie van tijd te geven die ik in mijn lange leven heb ervaren: "Doe allemaal je ogen dicht.....En nu weer open. Dat was ongeveer 2 seconden"?

En wie komt ooit spontaan zowel Hugo (6 jaar niet gezien) als Edu (1 jaar niet gezien) tegen?

An Pierlé was gemaakt van het schattigste materiaal waar heksjes van gemaakt kunnen zijn. Ze zong mooie droeve liedjes en sprak tussen de nummers door liefdevol het publiek toe. Rocken deed het nergens, maar dat deert niet. De belangrijkste boodschap van het liefdesliedje dat ze aankondigde was "If you leave me, I will crunch all your CD's".

Hinderlijk was wel dat ze achterop haar mooie jurk zo'n zwarte doos had hangen met draadjes en antennes. Ik zie het helemaal voor me: eeuwig shoppen op zoek naar het perfecte jurkje, uren voor de make-up spiegel en dan zo'n techneut die zo'n zwart kastje met draadjes aan je jurk vastkleeft. "Sorry mop, kan effe niet anders".

Na het optreden stond An nog ruim een uur CD's te signeren en zelf met wisselgeld te schutteren. Rockstar op z'n Vlaams.
Ga er eens naar luisteren, bijvoorbeeld op 3voor12 (klik)

De lezer verleid

Hé, wat leuk
dacht ik
en was meteen vertrokken.
Het duurde dagen voor ik
weer grond onder me voelde.

Terwijl jij rustig en nuchter
je dingen deed
probeerde ik langzaam in je blikveld te verschijnen.

Er was een harde uitspraak nodig
om je te bereiken,
maar toen lag al m'n charme klaar
om opgeraapt te worden.
Je kon me lezen tussen regels door
en feitelijke feiten.

Een kruimel zacht
een steentje stoer
strooide ik op jouw gevoel
en je kwam
steeds dichterbij.

Het beeld voelt zacht, de ware geest
laat zich niet onderdrukken.
Pas als je niet meer zonder kunt
dan zal ik weggaan.

Laatste ronde

Soms kun je nog wel eens lachen op internet. Zoals bijvoorbeeld op de site www.worldslastchance.com

Deze site laat op een zeer professionele en vermakelijke manier twee dingen zien. Ten eerste dat je internet kunt gebruiken om hele rare ideeën aannemelijk te maken. Ten tweede dat je met behulp van de bijbel echt alles kan "bewijzen".

Op de site wordt beweerd dat het einde van de wereld nu toch echt nabij is. En het bewijs is (natuurlijk) te vinden in de bijbel. De bron is een passage waarin de komst van de moeder aller hoeren wordt aangekondigd, rijdend op een zevenkoppig en tienhoornig monster. Voorwaar een horny animal.
De passage zou zo uit Lord of the Rings (adult edition) gehaald kunnen zijn, maar de profeten achter de site zien hierin onomstotelijk bewijs dat paus Johannes Paulus de Tweede (voor de heidenen onder ons: dat is degene die vorig jaar overleed) terug zal keren. Maar laat u niet foppen: dat is niet JP, dat is een dienaar van... de duivel. Gelukkig, waar bleef-ie zo lang.

Ja en dan is het gebeurd, natuurlijk. Wij zullen ons massaal aan de voeten van de teruggekeerde JP werpen (incusief de miljarden moslims, buddhisten, hinduisten) en dan heeft de duivel gewonnen. Game over! Nieuwe ballen, nieuwe kansen.

Als dit waar zou zijn (wat ik betwijfel) toont het dat de duivel het nog niet helemaal begrepen heeft. Als hij nou als Elvis terug zou komen, alla. Ik zelfs ben al geen fan van welke JP dan ook, terwijl ik als goed christen ben opgevoed. Foute typecasting, is mijn oordeel.

Nu gaat het natuurlijk niet om de inhoud van dit sprookje. Varianten op dit verhaal zijn al eeuwen oud en kom je overal tegen, vooral als er weer een jaar aan komt met één of ander symbolisch getal. Maar ga eens kijken op de site en verbaas je over de professionaliteit waarmee hij is opgezet. Alles is er: een prijsvraag, een FAQ, vertaling in andere talen, "wetenschappelijke" publicaties. Ze kunnen je ook genezen van kwaaltjes, varierend van bijensteken en lichaamsgeur (altijd gedacht dat dat bij een lichaam hóórde) tot borstkanker.

Wie of wat er profiteert van deze site is mij niet duidelijk, dus het zou mij niet verbazen als het eigenlijk een site is van Koefnoen of Bureau Renkema ofzo.

Ga beslist eens kijken en doe het enige dat je kunt doen als de duivel je komt halen:

Lach!

Ziek zijn is pet

Dagen lag ik in m'n bed
met op m'n hoofd zo'n rare pet.
Zo nu en dan een hoesttablet
of twee of soms een heel pakket.

Ik voelde me totaal niet vet
met op m'n hoofd geen coole pet.
Een koppie thee stond naast m'n bed
dat had ik voor mezelf gezet.

Hij was wel leuk, maar gaf geen pret
daar op m'n hoofd, die maffe pet.
M'n lichaam was totaal besmet.
Dat duurt een tijdje, luidt de wet.

Vaak zat ik ook op het toilet
met op m'n hoofd die leipe pet.
Bepaald geen fleurig fijn boeket
waaide door m'n kleine flat.

Ik at geen warm of koud buffet
met op m'n hoofd die vreemde pet.
En alle letters van banket
die heb ik aan de straat gezet.

Het werd een soort van amulet
daar op m'n hoofd, die gekke pet.
Ik heb hem niet meer afgezet
en sprak soms snel een schietgebed.

Haal ik nu m'n tentamen net
met op m'n hoofd die malle pet?
Ontvang ik dan toch m'n brevet
gekleed in keurig net jacquet?

Dan zing ik vrolijk in falset
de ode aan de dwaze pet.
Het liefst met iemand in duet
met op m'n hoofd.....

lekker helemaal niks!

Uitslag






Het was wel een heeele grote man.

En bovendien speelde hij thuis.

Bus 12

Het werkcollege was taai. Niet alleen omdat het maandagochtend vroeg was, maar vooral omdat ik geen idee had hoe ik aan de opgaven moest beginnen. De studentenassistent was dit stadium al lang voorbij, als hij er ooit al geweest was. Als ik hem iets vroeg kreeg ik een antwoord waarmee ik al even weinig kon als de afleidingen in het dictaat.

Ik mis iets, een soort intuïtie. Mensen die die intuïtie wel hebben, hebben zo'n opgave zo opgelost. Ik herinner me m'n buurmeisje van vroeger, dat ik wiskundebijles gaf. Dat was geen blijles. Zij begreep het niet en was verliefd op me. Ik begreep niet waarom zij het niet begreep en ging op steeds hogere toon uitleggen hoe het zat. Ik was niet verliefd op haar, anders hadden we die wiskundeboeken wel aan de kant gegooid. Maar ja, ze was ook zeker twee jaar jonger dan ik, wat verwacht je dan.
Nu begrijp ik hoe zij zich gevoeld moet hebben.

Gefrustreerd liep ik het lokaal uit, de grote lege hal in, waar zacht zoemende apparaten troost verkochten. Dat had ik nodig: warme troost voor een kwartje, als je 25 eurocent van een chippas nog zo mag noemen.
In de hal liep een dame met een hoofddoek en een lichtblauw Hago schort met een stofzuiger te slepen. Ze viel op, omdat de hal zo leeg was. Een typisch voorbeeld van een Turkse of Marokkaanse mevrouw die onze zooi opruimt. Er hangt altijd iets licht melancholisch om die dames heen, alsof ze hier niet op hun plaats zijn. De dame stond stil en keek om, naar een schoonmaakkarretje dat werd voortgeduwd door een andere dame in een lichtblauw schort. Het schoonmaakkarretje was hoog opgeladen met volle afvalzakken, zodat de bestuurster er omheen moest kijken om koers te houden.
"Ha! Bus 12" riep de stofzuigmevrouw. En dat vonden ze allebei zo'n treffende uitspraak dat ik voor het eerst in m'n leven getuige was van twee van het lachen dubbelgevouwen dames met een Hago schort aan. Ze bleven nog een aantal keren de toverformule "Bus 12" tegen elkaar herhalen en begonnen dan weer opnieuw te lachen.

Met m'n bakkie troost en een grote glimlach ben ik weer aan m'n opgave begonnen.
Proost! Op bus 12.

Onmogelijk

Wat is er heerlijker dan ziek op de bank naar speelfilms liggen kijken?
Ik weet het wel: niet ziek zijn.

Maar helaas was dat vandaag geen optie, dus na een dag worstelen tussen de logicaproblemen, die ik aanstaande woensdag onder de knie moet hebben en m'n bed heb ik vanavond toegegeven aan de bank en de film. En het werd de avond van de onmogelijke liefdes. Twee mooie films gezien, die me geraakt hebben.

Eerst "Una Giornata Particolare". De hopeloze liefde tussen een ongelukkige homo en een quasi gelukkige huisvrouw, tegen de achtergrond van de schetterende radio die verslag doet van Hitler's bezoek aan Rome in 1939. Wat een film! Als je de snelheid van informatieverwerken terug kunt schakelen naar het tempo van 1977 (dat lukt best met koorts en een snothoofd) is het geweldig. Het speelt zich helemaal af tussen twee mensen in een appartementgebouw in Rome.
Ze zoeken elkaar op, stoten elkaar af, hebben elkaar nodig en houden van elkaar, zonder dat het waar kan zijn of mag worden.
Het enige dat je nodig hebt om zo'n film te maken is twee mensen.

Daarna "The Body". Een beetje te modern sausje, met allerlei politiek militaire conflicten, maar het basisgegeven is prachtig. Een vrijgevochten Joodse archeologe (ze sprak volmaakt Cambridge Engels, wat niet klopt maar wel heerlijk klinkt) lijkt het skelet van Jezus te hebben gevonden in een pas ontdekte graftombe. Er wordt namens het Vaticaan een priester-wetenschapper heen gestuurd om te zorgen dat het niet echt Jezus blijkt te zijn, want die is immers verrezen. (In de film zeggen ze "resurrection". Dat klinkt toch iets minder alsof het uit een kookboek komt.)
Prachtige spanning tussen geloof, liefde en wetenschap, vooral bij de priester die z'n geloof op een manier beproefd ziet als nooit eerder. Niet alleen komt hij steeds dichter bij het delen van de wetenschappelijke conclusies van zijn -erg mooie (red.)- collega, zij komt ook steeds dichter bij z'n hart. En Jezus is uiteindelijk toch vooral liefde.
Je ziet de spanning er van afspatten, maar ook hier kan en mag het niet. Gelukkig geen halfzacht "ze leefden nog lang en gelukkig" einde.

"Soms is film net het echte leven". Dat was de laatste samenhangende gedachte die ik nog kon produceren voor ik me maar weer eens in bed hees.

Memen

Een tijdje terug was ik naar een symposium over memen. Nee, dit is geen spelfout. Memen zijn ideeën, die zich gedragen als genen. Ze vermenigvuldigen zich en sterven uit als ze niet succesvol zijn, net als ons genetisch materiaal.

Het is een leuke manier om naar de dingen om ons heen te kijken. Bijna alles is een meem, zou je kunnen zeggen, behalve dat wat biologisch is. Een glas is een meem (althans het idee dat achter een glas zit), een politiek stelsel, een goeie mop. Alles wat als idee bestaat en doorgegeven wordt en zich op die manier verspreidt over de wereld. Een slechte mop is ook een meem, maar dan eentje die gedoemd is uit te sterven.
Communicatie is voor memen dé manier om zich voort te planten. Vooral massacommunicatie (radio, TV, internet) is een soort orgie. Een uitzending zorgt voor de bevruchting van vele breinen, die het kleine meempje liefdevol opnemen en er vervolgens voor zorgen dat de collega of buurvrouw ook bevrucht wordt. Goed beschouwd is onze hele (westerse) maatschappij zich steeds meer aan het inzetten om de memenfokkerij zo goed mogelijk te laten verlopen. Boeken, DVD's, computernetwerken, TV stations: allemaal voor het welzijn der memen.

De voorstanders van de mementheorie zijn niet overtuigd van de goede bedoelingen van het meem. Zo is het condoomgebruikmeem bepaald niet goed voor de voortplanting van onze soort. Dat is iets wat onze genen tandenknarsend zouden aanzien, als ze tanden hadden gehad.
Ook religie wordt als een zeer succesvol kwaadaardig meem gezien. Het zorgt ervoor dat we allerlei improductieve dingen doen, zoals dure kerken bouwen en mensen op brandstapels zetten en oorlog voeren in de naam van de allerhoogste, terwijl we ook voor nageslacht hadden kunnen zorgen. Gelukkig hadden de oude pastoors daar iets op gevonden: veel kroost eisen!

De tegenstanders van dit grappige idee vielen op het symposium in twee groepen uiteen (er waren twee tegenstanders).
De één vond het allemaal maar onzin. Er was niet eens een zuivere definitie van "meem". gegeven, dus hoe kon je daar nu iets mee. Dat vind ik nou weer onzin. Ik denk zo vaak na over dingen waar geen definitie van is gegeven. De was, bijvoorbeeld.
De ander vond dat memen allemaal verklaard konden worden uit de winst die wij als mens konden halen uit zo'n goed idee. Condooms zorgen er gewoon voor dat je lekker -nou ja, lekker- kunt vrijen, zonder dat je iedere keer zwanger wordt. Niks meem die de wereld wil veroveren, gewoon mens die lui is en verwend wil worden.

Ik ben het wel met hem eens. Memen bestaan, denk ik, maar dan als idee om over ideeën na te denken. Als meem, zou je kunnen zeggen. En sommige memen zijn hartstikke gestoord.

Spijkerbroeken met voorgefabriceerde slijtplekken er in. Frans Bauer op één. Onderweg naar morgen.

Kadodo's

Sinterklaas wordt toch een jaartje ouder.

Ik had op m'n lijstje een hond staan (die zichzelf uitlaat en zo nu en dan een wasje voor me doet). Ik kreeg zo'n heel-hard-weggooilepel met een tennisballetje er in.
Dus als iemand nog een hond over heeft (die zichzelf uitlaat, zo nu en dan een wasje doet en een beetje handig is met zo'n balletjeslepel)...



Ik had op m'n lijstje ook een heksenbezem staan. Totaal nutteloos. Kreeg ik hem nog ook. Een exotische nog wel, van bamboe. Nu zoek ik nog een leuke exotische heks.

Liefst eentje die van honden houdt.

Watje

Daar stond hij dan. De baksteen in z'n hand voelde zwaar. Hij stelde zich voor hoe de ruit met de sierlijke reclameletters straks in duizend scherven uit elkaar zou spatten en er een alarm af zou gaan. Symbolisch was wel dat de gehate naam er zo prominent op prijkte: "J. Smeek, Juwelier".

"Smeek", de naam die hij dertien jaar lang opgedrongen had gekregen. Het was niet zijn eigen naam en zou het ook nooit worden. Net zo goed als hij nooit iets anders dan "pa" uit z'n mond zou krijgen als hij de man aansprak. In het begin was het nog "oom Jaap", maar de schone schijn moest opgehouden worden. Hij moest de zoon lijken van een succesvol gezin in een doorzonwoning en niet de bastaard die hij eigenlijk was. De man hield van schone schijn, daarom was hij ook juwelier, waarschijnlijk.

De man hield er ook van dat de dingen liepen zoals hij graag wilde. Als hij thuis was mocht er geen lawaai zijn, moesten er biefstukjes voor hem gebakken worden en mocht niemand door de TV heen praten. En als iemand het daar niet mee eens was vielen er klappen.
Hoewel de zoon prettig was voor de schone schijn was het verder een watje. Altijd met z'n neus in de boeken, nooit buiten, snel huilen. Niet geschikt voor de handel. Die jongen moest eens wat harder aangepakt worden, maar als hij dat probeerde stond altijd die vrouw in de weg. Die moest de klappen dan maar opvangen en doorgeven.

De jongen leerde de man haten. Haat was onbekend in z'n vierjarig leven, maar iedere avond dat hij zag of hoorde hoe z'n moeder geslagen werd, groeide het. Na dertien jaar was het genoeg. Hij stond aardappels te schillen -watje als hij was- toen weer het geluid van onbeheerste woede uit de huiskamer kwam. De man stond over z'n moeder gebogen en raakte haar waar hij haar al zo vaak had geraakt. Overal.
Waarom is het na dertien jaar opeens genoeg? Het aardappelschilmesje zorgde ervoor dat de klappen ophielden. Z'n moeder moest het voortaan alleen opnemen tegen de man. Hij werd ergens anders ondergebracht.

Maar de boosheid bleef. Dus stond hij daar, met de baksteen. Eindelijk kon hij de man raken, in de schone schijn.
Maar omdat hij echt een watje was, legde hij de baksteen weer neer.
Hij zou het op een andere manier op moeten lossen.

Oefenen voor Sinterklaas (6)

Oude Generaal Pardon
lag heerlijk in de winterzon.
Het verblijf hier in Madrid
gaf zijn oude botten pit.

Vier jaar was hij hier geweest
en het leven was een feest.
Maar in pas verstreken dagen
kwamen onverwachte vragen.

Hij zou moeten retourneren
want in Holland waren heren,
die smeekten om zijn strategie
Hij kwam in actie, wis en drie.

De Tweede Kamer had besloten
na kiezen door heel Nederland:
Generaal Pardon moest onverdroten
terugkeren naar het moederland.

De regering nu, die had gemeend
dit besluit maar te ontkrachten.
Geen gratie werd aan hen verleend
die al zo lang en hoopvol wachtten.

"Bliksems", zei de Generaal
"Sodemieters, allemaal.
Bush die neemt het niet zo zwaar
ontvangt er veel meer elk jaar".

"Balkie, maak nu geen rumoer
doe zoals je grote broer
laat die mensen lekker hier
en doe de meerderheid plezier"

Maar helaas, door de grote mond
van Rita-ik-ben-recht-door-zee
werd Jan Petertje terstond
reserve van de VVD.

Sinterklaas stond toen perplex
zond een boot naar de Spaanse zon
En oude Generaal Pardon
werd opgehaald: nu per-expresse.

Snel met heel erg veel plezier
kwam Generaal Pardon naar hier.
En om het evenwicht te bewaren
mocht Jan Peter,
- met Geert en Rita en Marco en Joost
en alle andere mensen die zich hier niet op hun gemak voelen-
met Sinterklaas
naar Madrid terugvaren.

Smiling addiction

Het liedje van het filmpje van een tijdje geleden bleef rondzingen in mijn hoofd. Om het mijn lezers en mezelf makkelijk te maken, hier een link om de mp3 te downloaden (voor de verandering is dit legaal!) en de songtekst:

Happiness is the absence of common sense, a smoking gun.
Everything wil be just fine just bite your lip and close your eyes
where there are no wars, there is no hope.
Drink to forget what you've seen, this life is just a dream with candy all around
Got a smiling addiction, a smiling addiction,
Got a smiling addiction, treat your smiling addiction, today, today.

Say goodbye to all your pains and feel alive when the feeling's gone
Atrophy of the hardened mind is but a gift from the leading blind
why should we change, when we've got no will
Drink to forget what you've seen, this life is just a dream with candy all around
Got a smiling addiction, a smiling addiction,
Got a smiling addiction, treat your smiling addiction, today, today.

Smile today

Oefenen voor Sinterklaas (5)

Papier maché is prachtig spul. Je kunt er van alles van maken als je handig bent. Even kijken, hoe was het ook weer. Behangselplak en oude kranten, dat waren de hoofdingrediënten.

Ik rommel wat in de oude kast in de schuur, waarbij ik een verbazingwekkende hoeveelheid muggen wakker maak. Horen die niet dood te zijn, begin december? Zowaar vind ik een half pakje behangplakpoeder. Ik woon hier al tien jaar en heb hier nog nooit behangen, dus het is een wonder dat dit pakje bestaat en een nog groter wonder dat ik het terugvind. Eens kijken of het nog werkt. Het is Perfax Super Plus, dus dat geeft hoop.

Een teiltje met op goed geluk wat water. De lettertjes op het pakje zijn erg klein en m'n leesbril (ssst, niet verder vertellen) ligt onbereikbaar ver weg in de kamer. Afstand is een keuze.
Het poeder dat ik in het water gooi vormt een gezellige klont, die ik met de stampotstamper in kleinere klontjes verdeel en daarna met een vork in nog kleinere klontjes. Maar het werkt wel, want in een mum van tijd zijn m'n handen bedekt met een verdacht glibberige laag snot.
De kranten nu. Ik meen me te herinneren dat je die in strookjes moet scheuren, dus na tien minuten ligt het teiltje vol met strookjes oud nieuws. Tevreden over zo weinig tegenslag bedek ik m'n zorgvuldig uitgekozen kado met karton, dat de basis moet vormen van mijn creativiteit. Visioenen van prachtig resultaat vertroebelen mijn blik.

De snotdoorweekte strookjes werken alleen niet leuk mee. Als ik er één uit het teiltje haal, breekt hij meteen en bovendien zit het plaksel er zo dik op, dat ik ieder snippertje uit moet wringen voor het op z'n uiteindelijke bestemming kan komen. Ach, snippertjes zijn ook leuk.
Na een uurtje of twee heb ik alles bedekt met snotpapier en is het onderliggende karton zo doorweekt dat het een nogal vormeloze vorm is geworden.

De rest zal ik u besparen. Het duurde vier dagen op de verwarming tot het stijfsel hard was geworden en toen was er geen modelleren meer aan. Bovendien was m'n kunstwerk zo stevig aan de verwarming gaan hechten dat er nu krant zit aan de verwarming en verwarmingverf aan m'n kunstwerk.
Ergens heb ik iets verkeerd gedaan.

Volgend jaar maar weer gewoon stroop en ketchup.

Zoeken

Tussen het Sinterklaasgedoe door zoek ik naar een antwoord. Waarom moet een kind sterven?

Het enige antwoord dat ik vind is: chaos. Geen doel, geen systeem. Alleen wat er hier en nu is telt. Ik kan en wil niet geloven dat er een god is die dit bestuurt en dan blijven alleen de ondoorgrondelijke toevalligheden van de natuur over.

Dus eet en drink, bemin en geniet van het mooie dat de dag ons brengt.

Alleen vandaag nog niet. Ik blijf nog even huilen en zoeken.

Duizend!

Het is zover! Voor de duizendste keer heeft iemand een pagina van dit weblog aangeklikt. Ja, u bent zich er misschien niet van bewust, trouwe lezer, maar elke beweging van u wordt gadegeslagen door een leger van trouwe rapporteurs, die precies vertellen waar u vandaan kwam gesurft, waar u allemaal op klikte en wanneer. Alleen vertellen ze niet wie u bent, helaas.

Ik kan wel zien waar uw internetprovider gevestigd is. Niet dat ik daarin geinteresseerd ben, dat werkt alleen maar verwarrend. Zo zit mijn provider in Amsterdam en die van mijn buurvrouw in Den Haag. En zelfs in Velzen schijnen providers te zitten, evenals Almere en Bunschoten.

Nee, wie u bent weet ik niet en waar u woont al evenmin. Maar u leest mijn schrijfsels en dat vind ik al heel wat. Of u klikt er alleen maar op om mij een hart onder riem te steken. De goede daad van vandaag: veertig pagina's van webloggers aanklikken, zodat ze het idee hebben dat ze het ergens voor doen.

Ik ken wel de mensen die reacties achterlaten enigszins. Sommigen laten de URL van hun eigen weblog achter. Zo ontstaat er een aardig incestclubje van webloggers die elkaar lezen. Daar schijnen zelfs families van loggers uit te ontstaan, die elkaar "linken". Dat is helemaal niet erotisch, dat betekent dat je op je weblog een aanklikbare koppeling (link, dus) zet naar andere weblogs. En zij weer naar jou.

En omdat verschillende groepen mensen verschillende, maar gezamenlijke voorkeuren hebben, linken ze vooral naar weblogs die ze leuk vinden, waardoor er families van weblogs ontstaan. Maar ja, ik link niet, dus ben ik een weblogwees, zonder familie. Nee, dat is niet waar. Stoere Schrijfster heeft me geadopteerd, dus bij deze één keer een link naar Stoere Schrijfster. En zie je me daar staan, onder "Superschrijvers"? Glimglim. Verkeerd gespeld, maar dat vergeef ik Stoere Schrijfsters graag.
En ook Stan heeft me gelinkt. Stan heeft een herfstdipje, dus graag wat aandacht.

Reacties zijn leuk voor een schrijver, want dan weet ik voor wie ik het allemaal doe. Dus wilt u deze mijlpaal van 1000 klikken meevieren, laat dan uw naam achter als reactie. Als de hele naam te eng is, mag alleen voornaam ook.
Waar dat moet? Onderaan elk stukje staat het woord "comments". Als u daar op klikt wijst het zich vanzelve. Felicitaties, aanmoedigingen, slagroomtaarten e.d. zijn daar ook welkom, uiteraard.

Ik had geen idee waar ik aan begon, twee maanden geleden. Veel geleerd, veel geschreven, het waren twee fantastische maanden. Met uw steun en support gaan we er iets geweldigs van maken. We kunnen het! Op naar de tweeduizend!

En ik beloof dat ik pas bij tienduizend weer zo'n slap stukje zal schrijven.

Naschrift: slechts 3 namen. Ik begrijp het: u bent de lezer, ik de schrijver. Nu, lees dan, in anonimiteit. Ik blijf graag voor u schrijven.