Posts tonen met het label Over peinsdingen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Over peinsdingen. Alle posts tonen

Bart

Bart is bijna eenentwintig, maar ik denk niet dat hij dat zelf weet. Bart
is ter wereld gekomen als een gezond mens, maar is door een medische nalatigheid nu al meer dan twintig jaar een mens dat niet praat, niet voor zichzelf kan zorgen en geplaagd wordt door allerlei complicaties, kwalen en ziekten die optreden als je niet meer goed voor jezelf kan zorgen.

Het wonder van Bart is dat hij vaak in mijn gedachten is. Ik probeer in mijn studie door te dringen tot de essentie van het menselijk brein. De geest, het leven, dat wat ons onderscheidt en ons leven zin geeft. Zijn wij een machientje, dat zo knap is gemaakt dat we het zelf niet kunnen doorgronden, met de illusie van een bewustzijn? Of is er toch die Goddelijke Vonk, die ziel, het bewustzijn, de levenskracht?

Op één of andere manier voel ik dat er een deel van het antwoord bij Bart ligt. Het vervelende is alleen dat er een stukje antwoord in beide richtingen te vinden is.

Soms bekruipt me het gevoel dat Bart de mechanistische visie onderschrijft. Ziehier een menselijk machientje dat kapot is gegaan. Weg is het goddelijke, weg de briljante creatieve geest, weg de vernunftige besturingsmechanismes waarmee we onze weg vinden door het leven.
En het bewustzijn? Dat is moeilijk te zeggen, bij iemand die nauwelijks communiceert. Soms hoop ik dat z'n bewustzijn op een heel laag niveau opereert, zodat hij zichzelf en z'n lot niet al te sterk ervaart.

Maar als ik naast hem sta en z'n hand even vastpak of over z'n bol aai, dan voel ik iets, dat hem onderscheidt van planten en dieren. Iets waardoor hij, hoe gemankeerd ook, bij ons hoort.

Misschien is het iets dat door mijzelf opgewekt wordt. Een emotie die opkomt door het besef dat hier een mens zit die kansen en mogelijkheden had, die van hem zijn afgepakt voor hij er iets mee kon gaan doen. Misschien gaat er niet iets van Bart uit, maar wordt er iets losgemaakt in mijzelf. Dan is hij in ieder geval degene die dat losmaakt en is dat een kwaliteit van zijn mens-zijn.

Ik ben in ieder geval blij dat ik hem ken en dat hij me aan het twijfelen houdt. Dat is zo veel leuker dan zeker weten. En ik hoop dat hij kan voelen dat er mensen zijn die van hem houden.

Intenties

Na alle flauwekul van de afgelopen weken weer eens wat ernstiger gedachten. Hoewel, het gaat over een muis en rood en groen voer.

Op de volgende pagina zie je een computersimulatie van een muis die "leert" om van de rode plant af te blijven en de groene plant op te zoeken. Het leuke daarvan is dat de muis niet geprogrammeerd is om een bepaalde route te lopen. Hij is geprogrammeerd om willekeurig een beetje rond te stuiteren. Daarnaast krijgt hij een positieve impuls bij aanraking van het groene bolletje en een negatieve bij aanraking van het rode balletje.
En er is een mechanisme dat die positieve en negatieve impulsen verwerkt in de bewegingen.
Het gevolg is dat de muis steeds doelgerichter gaat bewegen (dat kan een minuut of 5 duren) om het rode balletje te vermijden en het groene balletje aan te raken.

Wat ze tegenwoordig allemaal kunnen, he, met die computers!

Het leuke aan dit geheel is niet zozeer wat het is en doet. De muis is geprogrammeerd om iets te doen en kan niet anders. Het programma is alleen iets ondoorzichtiger dan een programma dat zegt tegen de muis: loop heen en weer tussen de muur en het groene bolletje. Als dat het geval was, was onze interesse er snel af. Te voorspelbaar, te saai.

Nu het voor ons ondoorzichtig is wat de muis "beweegt", zijn we snel geneigd om in menselijke termen over het geheel te gaan spreken, alsof de muis dingen "wil" of "lekker vindt". "De muis vindt het rode bolletje niet fijn." "De muis leert." "De muis wil naar het groene bolletje." Als het groene bolletje vervangen wordt door een rood bolletje en de muis moet rondlopen zonder het groene bolletje te vinden, kan dat zelfs medelijden opwekken bij ons.

Grappig, he, hoe snel dat gaat, intenties, beweegredenen, menselijke gevoelens, emoties en eigenschappen toewijzen aan iets dat zich gewoon mechanisch gedraagt. Dan is het totaal niet vreemd als we ook aan onszelf al die zaken toewijzen als we ons eigenlijk mechanisch gedragen. Met instictieve handelingen zijn we ook bereid dat te accepteren. Als ik met mijn ogen knipper, doe ik dat omdat er een mechanisme ingebouwd is dat er voor zorgt dat mijn ogen knipperen. Dat is fijn voor mijn oogbol, die lekker schoon en vochtig blijft op die manier. Gelukkig hoef ik er niet bewust mee bezig te zijn om mijn ooglid te laten bewegen, wat een gedoe!

Maar als ik iets zeg heb ik de illusie dat dat wel bewust is. Wat ik hier opschrijf is het resultaat van nadenken, formuleren en de juiste knopjes op het toetsenbord indrukken. Maar hoe weet ik nu dat dat niet het produkt is van een automatisch mechanisme -maar dan veel ingewikkelder- net als bij die "muis"? Ik denk, maar waar komen die gedachten vandaan? Ik weet wat de oorzaak is, namelijk de dingen die ik gezien en gehoord heb. Maar die kunnen best een mechanisme in gang gezet hebben dat er voor zorgt dat ik nu de juiste knopjes op mijn toetsen bord in zit te drukken?

Ja maar, B&, ik heb toch gedachten? Ik kan toch kiezen? Ik had ook kunnen kiezen om nu te gaan hardlopen in plaats van die knopjes indrukken.
Hmm, dat lijkt redelijk. Maar als ik kon kiezen voor hardlopen, waarom heb ik dat dan niet gedaan? Omdat ik het blijkbaar belangrijker vond om nu dit stukje te schrijven. En waarom vond ik dat dan belangrijker?

Omdat ik een muis ben. Een hele ingewikkelde, met zulke ingewikkelde mechanismes dat ik ze zelf niet kan doorzien. En jullie ook niet. Dus blijft het onvoorspelbaar wat ik zal doen. Maar net als met de muis, kan ik altijd van mezelf denken dat ik iets doe, omdat ik het zelf wil en er voor kies. Ook al is dat eigenlijk niet waar.

Ook al word ik eigenlijk bestuurd door een heel ingewikkeld mechanisme: het voelt alsof ik een vrije wil heb en de mogelijkheid om te kiezen. Gelukkig maar.

Markt

Onvermijdelijk komen er met de Wii naast sportieve beweegspelletjes ook de ethisch wat mindere soorten op de markt. Horror en slash heeft zich al gemeld en ik vraag me af hoe lang het duurt voor de "adult-industry" deze markt heeft ontdekt. Laten we hopen dat het lang duurt, hoewel de vorm van de afstandbediening het ergste doet vermoeden.

In huize B& is het allemaal nog onschuldig vermaak. Wel is Zelda aangeschaft, waarin je moet paardrijden, zwaardvechten en boogschieten met behulp van de Wiimote (afstandsbediening) en zijn hulpje de Nunchuk. Allemaal erg leuk en het doel is uiteraard om de prinses te bevrijden. Je bent zelf een mannelijke elf.

Nu ben ik bijna het prototype van een mannelijke elf, dus dat stoort mij niet. En ik mag ook graag prinsessen bevrijden. Maar als mijn dochter gaat Zelda'en wordt ze ook een mannelijke elf die een prinses moet bevrijden. Niet bepaald een moderne aanpak van de genderproblematiek. Natuurlijk is het zo dat er meer mannetjes zijn die spelletjes spelen, maar om nu meteen alle speelgrage vrouwen in een mannenrol te duwen...

Niet dat mijn dochter er moeite mee heeft, overigens. Waarschijnlijk is dit hele onderwerp alleen boeiend voor mensen van mijn generatie. En daarbij, als de vrouwen wat meer zouden spelen en vervolgens deze fabrikant boycotten, dan zouden ze wel luisteren. Dan zou de vrije markt spreken en daar luistert iedereen naar.

De maker van het Zelda spel luistert in ieder geval goed naar de spelregels van de vrije markt. Zoals in elk spel zijn er helden en levende wezens van diverse lagere soorten. Deze wezens mogen zonder meer worden opgeofferd voor het bereiken van het hogere doel, te weten de prinses (uiteraard van een buitenaardse schoonheid en hulpeloosheid).
Eén scene speelt zich af in een trollendorp, waar de held de gehele populatie uitmoordt om vervolgens in het plaatselijk trollenwinkeltje spullen te kopen! Echt: iedereen dood, maar hij laat keurig geld achter in ruil voor de spulletjes.

Moraal van dit verhaal: leven is er in soorten en lagere levensvormen mag je dood maken. Iets minder lage levensvormen moeten vooral gered worden, maar bovenal:

Handel is Heilig.

Het schijnt dat kinderen heel goed onderscheid kunnen maken tussen de wereld van spelletjes en de echte wereld.

Schrijven

Sinds ik mijn ziel en zaligheid dagelijks via geschreven boodschappen op internet zet, vragen vooral vrienden mij regelmatig: "Waarom?"

Ik heb dan nooit een pasklaar antwoord. Hoe ik antwoord hangt een beetje af van de situatie en inspiratie. Daarom nu op een overzichtelijk rijtje waarom ik dit doe:

Ik ben begonnen toen ik niet meer avondlijks met mijn allerliefste vriendin belde. Met haar nam ik altijd de dag door of liever: ik vertelde wat me was opgevallen en zij luisterde geduldig. Nu luistert mijn beeldscherm geduldig. Helemaal niet zo leuk, want ik krijg weinig feedback (wie verzint er een goed Nederlands woord voor "feedback") en ik mis haar verhalen.

Mijn twee schatten van puberkinderen luisteren geduldig als ik ze weer eens onderhoud over de geheimen van het leven. Maar ik zie (en weet van mezelf van vroeger) dat het maar matig boeit. Dus schrijf ik het op. Leuk voor later als ze dertig plus zijn en willen weten wat voor man hun vader nu eigenlijk was.

Ik had altijd een enorme hekel aan schrijven. Als iets in mijn hoofd zit dan is het wat mij betreft klaar. Opschrijven is dan een moeizaam proces van vertalen van concepten naar woorden en die dan ook nog intypen met mijn tweeëneenhalve vinger methode.
Dus ik wilde wel eens weten of ik dit een tijdje kon volhouden. Dat is wel gelukt, al is het soms lastig om de vaart er in te houden. Ik heb de muzen leren kennen en de writer's block en de eersten zijn prettiger gezelschap.

Er dwalen duizenden ideeën door mijn hoofd. Soms vind ik ze wel goed, maar blijken ze de toets der kritiek niet te kunnen doorstaan als ik ze aan een ander voorleg. U, lieve lezer, bent die ander, in dit geval. Maar u reageert zo weinig, dat ik dit doel maar laat varen.
Blijft dat het een aardige toets voor mezelf is. Pas als ik het hier op durf te schrijven, bloot voor het oog van de wereld, weet ik dat ik zelf achter zo'n idee sta.

Ik wil onsterfelijk worden, uiteraard. Door dit geneuzel word ik dat, want Google doet enorm z'n best om al mijn woorden te indexeren en op te slaan. Net als van die 265.178.283 andere bloggers. En dat is nog altijd een stuk minder dan 4 miljard.

Schrijven. Het maakt mijn gedachten toegankelijk voor jullie en dat is reden genoeg.

Recht

Een Libiër zit in de asielzoekersgevangenis. Ongetwijfeld heeft hij op zoek naar economische gewin en welvaart onterecht een beroep gedaan op ons land om hem op te nemen als inwoner. Misschien heeft hij er zelfs een beetje bij gelogen.
Hij had moeten begrijpen dat liegen om economisch gewin voorbehouden is aan mensen uit het noorden en westen van deze wereld. En dus wacht hij in de gevangenis op uitwijzing.
Hij rolt een sjekkie van rijstvloei. Iedereen die ooit sjekkies heeft gedraaid van rijstvloei weet hoeveel moeite je moet doen om zo'n ding brandend te houden.

Onze Libiër schiet het sjekkie weg, de hoek van z'n cel in, zonder het te doven. Daar kan brand van komen, maar dat interesseert hem waarschijnlijk niet zo veel op dat moment. Dat was een beetje dom, zou Máxima zeggen.
Later werd het in retrospectief wel heel relevant. Het sjekkie namelijk brandde na het weggooien opeens wel en veroorzaakte brand. Vervolgens werd door nalatigheid, verkeerde beslissingen, het negeren van regels en overtreden van wetten (door anderen dan onze Libische asielzoeker) de brand zo hevig dat er elf mensen dood gingen.
Het kostte twee ministers hun baantje, waarvan er één alweer lekker op het pluche zit. De ander is waarschijnlijk ergens burgemeester.

De Libiër is veroordeeld voor brandstichting met voorbedachte rade en mag nu 3 jaar in Nederland blijven. Ik hoop dat hij een goeie studie kan doen in de cel. En dat hij stopt met roken.

De twaalf Hells Angels die betrokken waren bij een moord zijn allemaal vrijgesproken, omdat niet bepaald kon worden wie nu uiteindelijk de trekker had overgehaald. Ze hebben allemaal hun mond gehouden.

Zoals ik al eens eerder schreef: soms begrijp ik het niet.

Wulk


Heeft u wel eens van de Wulk gehoord? Ja, natuurlijk, hoor ik iedereen nu denken, dat is een soort slak. En weer ben ik zwaar onder de indruk van de eruditie van mijn lezers.

Maar weet u ook dat de wulk uitgestorven is in de Noordzee? Vast niet. Zelfs erudieten ontgaat nog wel eens wat.
Ik ben niet bedroefd over dat feit. Ik wist niet dat hij er ooit geleefd had en ben er ook nooit één tegengekomen, dus ik kan niet zeggen dat ik hem mis.
Het boeiende is wat mij betreft hoe het komt dat de wulk is uitgestorven. Namelijk door een gebrek aan vrouwtjeswulken.

Niet dat die vrouwtjes ineens waren uitgekeken op hun mannetjes en naar Hawaii zijn gezwommen. Of gekropen. Neen, lieve lezers. De vrouwtjeswulken zijn in mannetjes veranderd. Zonder operaties en grote hoeveelheden hormonen. Door verf. Verf van schepen die langsvaren in de Noordzee. Die verf bevat namelijk TBT (een tinverbinding) en dat verstoort in hoge mate de hormoonhuishouding van de wulk.

Gelukkig zijn die soorten verf in België en Nederland nu verboden (lees ik Wikipediërend). Dat scheelt vast enorm.

OK B&, punt gemaakt, slechte verf, wulk dood, shit happens. Maar er is meer. Uit onderzoek blijkt dat ons hetzelfde aan het overkomen is als de wulk. Hoge concentraties PCB's in ons vetweefsel zorgen voor een verandering in onze hormoonhuishouding, waardoor jonge mannetjes zich steeds vrouwelijker gaan gedragen. PCB's krijgen ook de schuld van de afnemende kwaliteit van het menselijk sperma. Aan de ene kant is dat positief interessant, want als dit doorzet kan eindelijk de vrouwelijke kant zich laten gelden bij het besturen van de wereld.

Aan de andere kant ook wel jammer, want we sterven nogal uit met z'n allen als er alleen nog maar vrouwtjes zijn. Om nog maar te zwijgen over voetballen.

Meeuwen

Meeuwen zijn schepselen van de evolutie, net als alle andere dingen. Via een lang en moeizaam proces van verandering en kopiëren, waarbij alleen de besten gekopieerd werden, heeft de meeuw het gered.

En het is niet het minste wezen dat dit aardse laboratorium heeft voortgebracht. Prachtig vliegen, melancholiek krijsen en een mooi gestroomlijnd uiterlijk, wat wil je nog meer. Bovendien zijn meeuwen zo slim dat ze bij slecht weer een beetje de beschutting opzoeken. Als er zwaar westenweer aankomt, kun je langs de Leidsekade grote zeemeeuwen vinden, die de Oude Rijn op zijn gezakt en in Utrecht de bui afwachten. Slim.

Maar toch hebben die rare meeuwen een erg vreemde gewoonte, die tevoorschijn komt als er eten te krijgen is. Lukt het één meeuw om een stukje brood te pakken te krijgen, dan heeft de ongelukkige onmiddelijk een vlucht meeuwen achter zich aan die luid krijsen om ook een stukje.
De broodbezitter laat zich het brood niet uit de bek eten en vliegt en zwenkt, duikt en tuimelt om de belagers kwijt te raken. Eten is er niet bij door al die drukke bezigheden.
Dit kan lang duren, afhankelijk van het uithoudingsvermogen van de "haas" (hihi). Soms valt er een stukje van het brood af, soms lukt het een belager om het brood af te pakken. Die neemt dan meteen de plaats in van de haas en mag de vlucht rondleiden.

De mussen, duiven en eenden zijn intussen op hun gemak de voederplaats leeg aan het eten.

Hoe kan het nu dat meeuwen die zo stom met hun energie omgaan toch door de evolutie gespaard zijn? Er hadden al lang slimmere meeuwen moeten zijn die de buit verdelen of in ieder geval niet zulke idiote achtervolgingen op touw zetten. Meer eten met minder moeite en dus meer energie over om kleine meeuwtjes te maken.

Alle zinnige suggesties worden beloond met een zak oud brood. Voor wetenschappelijke experimenten.

Toetsen

Deze week had ik college van mijn tweede nieuwe vak. Hierin gaat het er om een computer zo te programmeren dat hij schijnbaar intelligent gedrag gaat vertonen.
Het ging over toetsenborden, zo eentje waarop ik nu aan het typen ben. De toetsen zitten hartstikke stom op zo'n toetsenbord, wat veel te veel kleine bewegingen vereist en RSI op kan leveren. Maar verzin maar eens de beste indeling. Je kunt op een toetsenbord de toetsen op grofweg 100.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000 manieren verdelen. Echt waar!
Als je die allemaal gaat uitproberen, gaat dat niet meer lukken voor het universum ten einde is.
Met die slimme computerprogramma's kun je toch tot één van de beste verdelingen komen, door de beste toetsenborden zich te laten "voortplanten", net zoals dat in de natuur gebeurt. De sterksten, mooisten of besten krijgen de meeste kinderen.

Het enige dat je hoeft te verzinnen is hoe je bepaalt welke toetsindeling beter is. Dat kan bijvoorbeeld door te kijken naar de verplaatsingen die je vingers moeten maken bij het typen van een tekst. Dus één indeling heeft bijvoorbeeld 233 verplaatsingen nodig en een andere 450. Die van 233 is dan dus beter.
Verder is het makkelijk. Je verzint gewoon 50 willekeurige toetsenborden. Sommige zullen onhandig zijn, met alle klinkers links bovenin bijvoorbeeld en de Q in het midden. Andere zullen minder onhandig zijn. Van die 50 reken je uit welke de 25 beste zijn, dus met de minste verplaatsingen. Die bewaar je en die andere 25 gooi je weg. De beste 25 kopieer je, zodat je er weer 50 hebt en dan breng je kleine veranderingen aan. Je draait een paar toetsen om ofzo. Niet bij elk van de 50 dezelfde veranderingen, gewoon willekeurig, je doet maar wat. Dan bekijk je weer wat de 25 beste zijn en die bewaar en kopieer je enzovoorts. Een blind paard kan de was doen.

En wat blijkt nu: na een keer of duizend selecteren, kopieren en muteren komt er een geweldige toetsenbordindeling uit. Poe hé B&, hoor ik u zeggen, duizend keer. Daar ben je eeuwen mee bezig.
Nee, want dat kunnen computers voor ons doen, heel snel. Binnen 5 minuten is dat klaar. Maar die 100.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000 mogelijkheden systematisch één voor één doorzoeken, dat lukt ook een computer niet.

Alleen jammer dat niemand dat geweldige toetsenbord wil. Iedereen is al gewend aan dat slechte toetsenbord dat we allemaal gebruiken, uit de tijd van de typemachine. En iedereen die leert typen, leert dat ook weer op zo'n slecht toetsenbord. Dus dat gaat er nooit uit, hoe hard de evolutie ook z'n best doet.
En zo gaat dat ook met talen (Esperanto is een zachte dood gestorven) en links rijden en inches en yards. Die worden gewoon iedere generatie weer meegekopieerd.

Gek hè.

Ruggen

Om te vieren dat de Christenunie nu toch echt gaat regeren (vroegah, toen ik jong en links was, was dat reden geweest om te emigreren) hou ik me vandaag aan de zondagsrust. Geen stukje dus om te lezen, want ik rust en dat zou u ook moeten doen. In plaats daarvan bent u internet aan het afstruinen en tijd aan het vermorsen. Foei!

Nou, een kleintje dan. Om over na te denken terwijl u aan het zondagsrusten bent.
Hoe kan het toch kunnen dat we heel goed in staat zijn om mensen te herkennen aan hun achterzijde, terwijl we die zelden zien...

En nu niet gaan zeuren "Is dat wel zo, dat we mensen goed herkennen aan hun achterzijde?", want dat heb ik zelf proefondervindelijk ondervonden. Probeer het anders zelf maar eens. Vooral op de fiets lukt het goed.

Rust zacht, verder.

Vakkennis

Ik ben met een nieuw vak begonnen, dat gaat over taal en kinderen. Het lijkt me erg leuk, maar het begin viel een beetje tegen.

Dat lag niet aan de omstandigheden. Ik krijg les in een prachtige oude zaal in een prachtig oud pand in de binnenstad van Utrecht. Daarbij ben ik omringd door een stuk of veertig meisjes van een jaar of twintig. Ja, zodra een vak over kinderen gaat, haken de mannen massaal af. En het zonnetje scheen ook nog naar binnen.

Het lag wel aan de lengte van het college. Drie uur luisteren is best lang, zeker als het zonnetje naar binnen schijnt en wat verteld wordt niet erg nieuw en spannend is. Maar ik werd wel goed wakker toen de docent onwaarheden ging vertellen. En één van die onwaarheden was de legende van het aantal woorden dat Eskimo's (Inuït, zo u wilt) voor "sneeuw" hebben. Volgens de legende zijn dat er honderden.

Die legende is in de wereld geholpen door meneer Whorf. Meneer Sapir had onderzoek gedaan naar taal onder de Indianen en kwam, na een ontmoeting met dhr. Whorf, met een indianenverhaal, dat de hypothese van Sapir-Whorf wordt genoemd. Volgens die hypothese kun je alleen maar denken over iets als je er taal voor hebt. Je hoeft maar een creche binnen te lopen waar twee dreumesen elkaar proberen te vermoorden om te weten dat die hypothese niet deugt.
Als ondersteuning voor de hypothese kwam dhr. Whorf met het verhaal over de Eskimo's (Inuït, zo u wilt) en de sneeuw. Wij kennen minder woorden voor sneeuw en dus kunnen wij ook minder soorten sneeuw onderscheiden, aldus het illustere tweetal.

Die hele Sapir-Whorf theorie is inmiddels onderuit gehaald en zeker het verhaal over de sneeuwwoorden. De wetenschappelijke argumenten mail ik u op verzoek na, maar neem maar even van mij aan: Eskimo's kennen niet meer woorden voor sneeuw dan wij.

Maar niet volgens mijn docent van vanmiddag. Die stond met droge ogen te vertellen dat die noorderlingen zoveel meer woorden voor sneeuw hebben. Ja en wat doe je dan, als oudere jongere op het eerste college?

Je besluit dat het allemaal niet zo belangrijk is en knijpt je ogen nog eens dicht in het zonnetje. Sneeuw is toch een uitstervend verschijnsel.

Klimaat

Pfoe, wat had ik het vandaag warm. Of misschien verbeeld ik het me maar, gevoed door de berichtgeving over Het Rapport.

Het is weer terug op de politieke agenda, het milieu. Een jaar of tien uit de mode geweest, want het is maar lastig om bewust om te gaan met je omgeving. Nadenken of je de auto moet nemen naar Albert Heijn of met polypropyleenvrije plastic tassen aan het stuur van je fiets moet gaan zeulen. En die groene of bruine kliko stonk zo, dus ging na een goede start bij veel mensen het groenafval gewoon bij het grijze in de zak. En wat merkte je er nu eigenlijk van, van dat milieu. De Centerparkshuisjes stonden er nog gewoon in de Dennenheugte of Het Lange Leemveld. En de zure regen, waar jarenlang hel en verdoemenis over werd gesproken, die was toch ook opeens niet meer in het nieuws. Zeker overgewaaid, net als het ozongat.

Het lijkt ingebakken, ons verlangen naar meer, anders en nieuw. En om dat verlangen te bevredigen moeten we consumeren. Niet dat het verlangen daarmee over gaat, maar het stilt het, eventjes. En het consuméren zorgt voor opwarming en de opwarming zorgt voor een ander milieu. Warmer, minder voorspelbaar, meer gedoe.

Ik heb al eens gemijmerd over het rapport van de Club van Rome, dertig jaar geleden. De berichten in dat rapport waren niet wezenlijk anders dan in het rapport van nu. De politici hebben zich nu echter in ferme bewoordingen uitgelaten: er moet nu echt iets gebeuren, anders is het te laat.

Maar -sorry kinders- ik ben bang dat het al te laat is. Er staan 2,5 miljard Chinezen en Indiërs te trappelen om op dezelfde manier energie te mogen gaan gebruiken zoals wij en onze Bush-brothers dat nu al doen. Gaan we die vertellen dat dat niet mag? Of gaan we het goede voorbeeld geven en allemaal onze auto weg doen? Fabrieken sluiten en minder produceren?
Het meest revolutionaire voorstel dat ik de afgelopen dagen heb gehoord was de wettelijke verplichting tot spaarlampgebruik. Yes! Toen de poolkap dat hoorde liepen de koude rillingen over haar rug.

Ik ga me verdiepen in de verzorging van palmbomen en alvast een vergunning aanvragen voor het aanleggen van een strandje langs het kanaal, met koek en zopie.

Maar ik blijf fietsen.

Je kunt hier de samenvatting voor beleidsmakers van het klimaatrapport van de VN downloaden.

Ik zie ik zie wat ik niet zie

Aanstaande maandag worden de afgelopen 3 jaar samengebald in een tentamen van 2 uur. Het laatste verplichte vak dat ik moet doen en meteen ook het moeilijkste. Als ik het niet haal kan ik volgend jaar niet aan mijn master beginnen en moet ik de studie onderbreken. Ik was me al een jaar geleden bewust dat die aanstaande maandag er een keer aan zou komen.

De focus op die maandag is zo sterk dat ik bijna vergeet dat ik vandaag ook een tentamen heb. Nog wel van een erg leuk vak, psychologie van taal. Ik heb er heel veel geleerd over hoe dat nou zit, met mensen en taal.
Eén van de bekende feiten op dit gebied is dat het taalcentrum bij de meeste mensen in de linker hersenhelft zit. Zo'n beetje boven je oor.

Dat dat echt klopt is het meest doeltreffend bewezen door experimenten met split-brain patiënten. Deze ongelukkigen hadden zeer sterke epilepsieaanvallen en om te zorgen dat deze beperkt bleven tot één helft van het brein, werd de verbinding tussen de linker- en rechter hersenhelft doorgesneden. Onder verdoving en zo, hoor.

Deze mensen kregen voor een experiment een schotje tussen hun ogen, zodat het linker- en het rechteroog niet bij elkaar konden afkijken. Vervolgens lieten ze een plaatje zien aan het linkeroog en niet aan het rechteroog. Die informatie komt in het rechterdeel van de hersenen terecht, want om een of andere duistere reden wordt alles wat we zien verwerkt door de tegenoverliggende hersenhelft. Hersenhelft rechts ziet dus bijvoorbeeld een plaatje van een fiets.

Het bizarre is nu, dat als je aan deze persoon vraagt wat zij gezien heeft, ze zal antwoorden: "niets". Taal wordt namelijk gemaakt door hersenhelft links en die heeft niets gezien. De helften waren van elkaar losgesneden.
Vraag je vervolgens of ze aan kan wijzen wat ze gezien heeft, dan zal de proefpersoon met de linkerhand (want die wordt door hersenhelft rechts bestuurd) een fiets aan kunnen wijzen, maar met de rechterhand niet (want die wordt door de onnozele linkerhelft bestuurd).

Het is bijna niet voor te stellen, maar echt waar! En de grote vraag is: heeft die persoon nu een fiets gezien of niet?

Die vraag zal straks wel niet gesteld worden.

De vierde wand

Verdriet. Daarin was het prettig vluchten. Diep snottend, adembenemend verdriet. Want tranen en diepe snikken lieten geen ruimte voor gedachten. Gedachten die vertelden dat het altijd zo zou blijven, gedachten over eenzaamheid die nooit over zou gaan, gedachten over de mislukking, die nu al onomstotelijk vaststond.

We kwamen uit andere werelden: hij van de straat, ik uit de boeken. Hij had geen respect voor mij en liet niet na dat te uiten. Het bleef een ongelijke strijd. Het vermijden van die strijd was van levensbelang. Daarmee leerde ik mensen lezen.

Verdriet en mijn kussen. Het kussen, dat geduldig mijn tranen, snot en kwijl absorbeerde, mij zachtheid gaf en iets om me aan vast te houden. Mijn kussen begreep me en als ik weg zou gaan zou ik alleen mijn kussen meenemen, dat wist ik.

Natuurlijk ging ik nooit weg. Niet lichamelijk althans, wel geestelijk. De vierde wand werd langzaam hoger. De voltooing van de wand viel samen met het begin van de puberteit. Geen kwetsbaarheid meer, geen contact meer. En nooit meer huilen! Het lukte me om door mensen vooraf snel en goed te lezen onzichtbaar te zijn, geen aanleiding te geven.

Verdriet en mijn vader. Hij, mijn afwezige vader, was het die mij in gedachten troostte en die ik in mijn fantasie opblies tot grote proporties, die ik bovenmenselijke kwaliteiten meegaf. De realiteit kreeg nooit de kans door te dringen tot deze fantasie.

Binnen de rust van de vier wanden lukte het om eigenwaarde op te bouwen en iets van zelfvertrouwen, omwikkeld door wantrouwen en cynisme. Het lukte niet om echt contact te maken, noch met de totaliteit van mezelf, noch met anderen. Voor het contact met de buitenwereld gebruikte ik het wisselende gezicht dat ik inmiddels zo goed kon bedienen. Klantvriendelijkheid ten top: voor iedereen een masker op maat, gebaseerd op wat ik in de mensen las bij het eerste contact.

Het is eenzaam, achter de vierde wand, maar vooral veilig. Het voelt er zoals ik me kan voorstellen dat een anti-depressivum werkt: de dalen volgestort, de toppen afgevlakt. Geen reden voor diep verdriet, geen reden voor euforie.

Tot het moment dat de werkelijkheid zich zo dwingend opdrong dat de wand het niet meer hield. Vader, kussen, verdriet en verstand stortten in scherven ineen en het leek of het huilen nooit meer ophield.

Naakt voelt het leven nu tussen drie wanden. Iedereen kan naar binnen kijken en me zien. Ook mijn lelijkheid en mijn onvermogen. Maar de wereld kan me raken en ik kan de wereld raken.

Ik kan de vierde wand missen.

- Met dank aan Arthur Japin voor het beeld van de vierde wand -

Muziek

Muziek is bijzonder. Uit het oogpunt van de evolutie lijkt er geen enkele reden waarom er muziek zou zijn. Er zijn bijzonder veel levensvormen die helemaal geen muziek kennen en er heel goed in slagen om te overleven. En de melancholisch zingende walvissen lijken juist ten onder te gaan, hoewel het zingen daar weinig mee te maken heeft. Als je de geluiden die ze maken al zingen mag noemen.

Vogels zingen ook en dat hoor ik graag, maar mensen zijn het meest creatief met muziek. Mensen kunnen muziek maken die emoties beroert. Ik herinner me nog dat ik in mijn adolescentie voor het eerst een voetbalwedstrijd van het Nederlands elftal meemaakte, echt in het stadion. Ik was links, maatschappijkritisch en me aan het ontwikkelen tot zelfstandig mens. Ik hield wel van voetballen, maar niet van massa's en ook niet van vaderlandsliefde en patriotisme. Maar toen 50.000 mensen het Wilhelmus gingen zingen, stond ik dwars door de brok in m'n keel heen mee te snotteren.

Muziek kan binnenkomen zonder dat de ratio zich er mee bemoeit, zonder dat er weggerelativeerd kan worden, zonder dat er cynisme overheen kan gaan. Gewoon pats, boem, retteketet. Als ik een harmonie hoor spelen staat er kippe(n)vel (kies zelf maar) op m'n armen. En ik kom niet eens uit Limburg.

Misschien is dat wel de rol van muziek in de evolutie: zorgen dat we ook wel eens iets doen dat niet op rationele afwegingen gebaseerd is. En zorgen dat we ons gelukkig voelen, zonder dat er consumptie aan te pas komt. Wie vergeten is hoe dat ook al weer ging, moet maar eens een liedje zingen met een kind.

Ik wens jullie veel muziek.

Boter

De man was marketingdeskundige van een multinational in voedingsmiddelen. Dat gaf hem zoveel authoriteit dat wij luisterden en hij sprak. Wij waren universiteitsnono's, die helemaal niets wisten van marketing en vooral niets van doelgroepenbeleid. Daar zou onze man ons wel eens even over bijpraten.

Bijpraten was wat mij betrof prima, als ik maar niet zo ging praten als de man. De stukjes communicatie, het marketingplaatje en zelfs het botersegment gingen vlot over tafel. Segmenteren van de markt, dat was de bedoeling. Je deelt je groep klanten in, in zo genuanceerd mogelijke groepen en ontwikkelt voor elke groep een eigen produkt. En deze produkt-marktcombinatie zet je dan in de markt. Waar in de markt dat dan precies is bleef onvermeld.

Als voorbeeld werd het al eerder genoemde botersegment opgevoerd. Hij kon er smeuiig over vertellen, maar mijn mond viel pas echt open toen ik hoorde op welk criterium de klanten werden ingedeeld. Ik verwachtte iets als leeftijd of postcode of inkomensgroep. Niets van dit alles. Om boter zo goed mogelijk te verkopen worden klanten ingedeeld op angst.

Angst dat je hart het af laat weten: "Bevel" met meervoudige levensduur.
Angst dat je je kinderen verkeerd te eten geeft: "Green Band".
Angst dat je niet kunt koken: "Roma".

Klanten worden in angstcategorieën ingedeeld. Vervolgens wordt de angst zachtjes bevestigd in reclame-uitingen en wordt het wonderprodukt onder de aandacht gebracht. Terwijl u dacht dat u lekker TV zat te kijken.

Smeer je boterham maar goed..........en huiver.

Dood

Van alle eigenschappen die ik heb is er één die me toch het meest verbaast. Dood gaan.
Net als alle levende wezens ben ik een geluksvogel. Uit alle miljarden wezens die voor mij hebben bestaan heb ik de juiste eigenschappen om gezond en gelukkig door het leven te stappen. De evolutie is medogenloos, dus iedere soort leven die in de afgelopen miljarden jaren niet mee kon is uitgestorven. Zo ben ik dus een wandelend pakketje succesvolle genen.

Dat succesvolle pakketje genen zorgt er wel voor dat ik dood ga. Als het me lukt alle trams, auto's en kogels te ontwijken ga ik gewoon dood doordat ik te veel vrije radicalen in m'n lichaam krijg, die uiteindelijk m'n cellen kapotmaken.
In al die miljarden uitprobeersels van de afgelopen miljarden jaren is er vast een organisme geweest dat die vrije radicalen beter de baas kon. Toch bestaat dat organisme niet meer. Uitgestorven wegens (bijna) onsterfelijkheid.

Want als extreem langlevende soort ziet het er niet best voor je uit. Je leeft wel lang, maar verandert niet voldoende. Kinderen moet je krijgen, die net iets andere eigenschappen hebben dan jij en dus net iets beter tegen nieuwe omstandigheden kunnen dan jij. Bij de eerstvolgende SARS epidemie leg jij het loodje, maar de kinderen van je kinderen zouden wel eens per ongeluk resistent kunnen zijn.
Evolutionair gezien kun je maar het beste dood gaan als je je hebt voortgeplant. Als je sommige mannen op de bank ziet hangen, is dat niet eens zo'n gek idee.

Tegenwoordig is het overdragen van informatie zonder sex belangrijker dan ooit. De mensen die jouw informatie overnemen, hebben meer kans om te overleven. Dat zijn eigenlijk ook jouw "kinderen". En dan is het helemaal niet nodig om dood te gaan. Als je maar nieuwe dingen te vertellen hebt, blijf je een nuttige rol spelen in de informatie-evolutie.

Ik studeer en schrijf. Alleen met die onsterfelijkheid wil het nog niet zo lukken.

Waarneming en fantasie

Ik ben nu al een tijdje aan het studeren. Daardoor heb ik de afgelopen drie jaar nagedacht over allerlei dingen die erg vanzelfsprekend zijn voor mensen en de vanzelfsprekendheid gaat er dan wel een beetje af. Als je je bedenkt wat er allemaal nodig is voor het lezen van deze tekst en vervolgens begrijpen wat er staat, is het een wonder dat wij (de schrijver en de lezer) op deze manier kunnen communiceren.

De conclusies die getrokken worden bij het doen van onderzoek zijn gebaseerd op waarnemingen. Waarnemingen doen betekent dat we onze zintuigen (vooral ogen en oren) gebruiken om informatie naar binnen te halen. Die informatie komt dan in ons brein terecht en wordt daar netjes van labeltjes voorzien en in laatjes gestopt. En ons brein zit zo in elkaar dat we op grond van die informatie dingen kunnen voorspellen. Als ik 238 witte zwanen heb gezien, denk ik dat iedere zwaan die ik daarna zal zien ook wit is.
Veel wetenschap wordt op die manier uitgeoefend. Daar heb je een brein voor nodig dat goed labeltjes kan plakken en in laatjes kan stoppen. Een heel methodologisch brein, dat zich aan de regeltjes houdt. Als een appel van een boom valt, geldt een regel die voorspelt dat die appel met een bepaalde snelheid op de grond komt en meestal houden appels zich aan dergelijke regels, net als vliegtuigen en raketten en kogels en bommen (helaas). En dat is wat ik zie als "bewust nadenken". Je neemt dingen waar en laat er dan de regeltjes op los: een grote witte vogel op het water is dus een zwaan.

Maar wat nu als appels opeens met een boogje van bomen gaan vallen. Dan kloppen onze regeltjes niet meer. Die regeltjes horen namelijk te beschrijven wat er in werkelijkheid gebeurt en appels zijn heel erg werkelijkheid. Om dat op te lossen heb je een ander soort brein nodig. Een brein dat creatief is. Creativiteit is dus heel belangrijk bij wetenschap. Maar wat is creativiteit nu eigenlijk precies? Het is niet de bestaande regeltjes toepassen, want die klopten nu juist niet meer. Het heeft met fantasie te maken: je dingen voorstellen die er niet zijn. Dat is niet anders in wetenschap dan in kunst.

Wat ik nu zo bijzonder vind aan fantasie is dat het toch moet werken met die dingen waar je een labeltje op heb geplakt en die je in laatjes hebt gestopt. Iets anders is er niet in je hoofd. Maar het voelt wel alsof het iets heel nieuws is, iets wat je zelf nog niet wist. Dus denk ik dat onze ladenkast heel groot is, veel groter dan dat deel waar we dagelijks mee bezig zijn. En soms, als het rustig is in de bovenkamer, op de fiets of tijdens een wandeling of op de WC of met precies de goede hoeveelheid alcohol in je bloed, gaan er opeens laatjes open die je nog niet kende en waarmee je prachtige nieuwe inzichten krijgt of mooie dingen kan maken. Je had het al wel in je hoofd, maar je wist het niet en opeens komt het in het spotlicht van je bewustzijn terecht. Dat zijn momenten waarop ik me gelukkig voel.

Intuïtie is volgens mij net zoiets. Dat is iets dat je weet, maar je weet niet waarom je het weet. Alsof er niet alleen laatjes zijn opengegaan, maar er ook nog een conclusie uit is getrokken, allemaal in het onbewuste deel van je brein. En alleen die conclusie komt in het spotlicht. Het vervelende is dat je dan niet uit kunt leggen hoe je aan die conclusie komt en daarin zijn mensen (met name mannen) nogal onvergeeflijk.

Fantasie en intuïtie zijn ondergewaardeerd in wetenschap. Maar daar gaat dit stukje verandering in brengen. Ik voel het.

Zen en zoon

In Zen and the Art of Motorcycle Maintainance wordt het verhaal verteld over een man en zijn zoon. Als je het wilt lezen: het staat hier online .

De man lijdt aan een erfelijke geestelijke afwijking. Hij heeft een gespleten persoonlijkheid. In hem huist een ander, Phaedrus genoemd, die zo nu en dan de regie overneemt.

Vader en zoon reizen samen op de motor door de VS en tijdens de reis ontvouwt zich het verhaal en de achtergrond. De vader is vooral bezorgd dat z'n zoon zijn afwijking zal erven. En terecht: zoon ontwikkelt inderdaad hetzelfde vreemde vermogen.
Het boek gaat over nog veel meer dingen, trouwens. Alleen niet over Zen en eigenlijk ook niet over motoronderhoud.

Ik heb het lang geleden gelezen, toen ik in de verste verte nog geen vader was of zou zijn, maar het sprak me toen al aan. Onlangs moest ik er weer aan denken, toen mijn zoon het moeilijk had in z'n eerste jaar brugklas. Twaalf jaar lang was hij een onbezorgd kereltje en nu leek alles opeens een onoverkomelijke berg, die zorgde voor paniek, angst en verdriet.

De dingen waar hij last van heeft zitten in hem. Het is de manier waarop hij tegen de wereld aankijkt en de wereld binnen laat komen die hem de problemen bezorgt, niet zozeer de wereld zelf.
Vroeger toen ik nog een klein B&netje was had ik daar ook last van. Ik heb inmiddels 30 jaar geoefend en geprobeerd, gevallen en opgestaan en weet nu hoe ik ermee kan leven. Maar hoe leg je dat uit? Om je kind te leren fietsen kun je je gek lopen achter zo'n klein fietsje aan. Wiskunde uitleggen is -zelfs voor mij- wel te doen. Hoe je een maaltijd moet klaarmaken kan ik overbrengen, zonder problemen. Dat je aardig voor de mensen om je heen moet zijn en niet altijd alleen aan jezelf moet denken kan ik overdragen. Gewoon, door het te zijn en te doen.

Maar die wijze levenslessen over accepteren wie je bent, welke valkuilen er dreigen en hoe zinloos het is om er bang voor te zijn, wat liefde is en wat echt belangrijk is in je leven. Hoe draag je die nu over?

Misschien door verhalen te vertellen of te schrijven op je weblog. En misschien kan het ook helemaal niet, moet je het gewoon aan je kind overlaten. Vertrouwen hebben dat ze het zelf kunnen en weer zullen opstaan na elke val.

Onderhouden of Zen? Ik weet het niet.

Memen

Een tijdje terug was ik naar een symposium over memen. Nee, dit is geen spelfout. Memen zijn ideeën, die zich gedragen als genen. Ze vermenigvuldigen zich en sterven uit als ze niet succesvol zijn, net als ons genetisch materiaal.

Het is een leuke manier om naar de dingen om ons heen te kijken. Bijna alles is een meem, zou je kunnen zeggen, behalve dat wat biologisch is. Een glas is een meem (althans het idee dat achter een glas zit), een politiek stelsel, een goeie mop. Alles wat als idee bestaat en doorgegeven wordt en zich op die manier verspreidt over de wereld. Een slechte mop is ook een meem, maar dan eentje die gedoemd is uit te sterven.
Communicatie is voor memen dé manier om zich voort te planten. Vooral massacommunicatie (radio, TV, internet) is een soort orgie. Een uitzending zorgt voor de bevruchting van vele breinen, die het kleine meempje liefdevol opnemen en er vervolgens voor zorgen dat de collega of buurvrouw ook bevrucht wordt. Goed beschouwd is onze hele (westerse) maatschappij zich steeds meer aan het inzetten om de memenfokkerij zo goed mogelijk te laten verlopen. Boeken, DVD's, computernetwerken, TV stations: allemaal voor het welzijn der memen.

De voorstanders van de mementheorie zijn niet overtuigd van de goede bedoelingen van het meem. Zo is het condoomgebruikmeem bepaald niet goed voor de voortplanting van onze soort. Dat is iets wat onze genen tandenknarsend zouden aanzien, als ze tanden hadden gehad.
Ook religie wordt als een zeer succesvol kwaadaardig meem gezien. Het zorgt ervoor dat we allerlei improductieve dingen doen, zoals dure kerken bouwen en mensen op brandstapels zetten en oorlog voeren in de naam van de allerhoogste, terwijl we ook voor nageslacht hadden kunnen zorgen. Gelukkig hadden de oude pastoors daar iets op gevonden: veel kroost eisen!

De tegenstanders van dit grappige idee vielen op het symposium in twee groepen uiteen (er waren twee tegenstanders).
De één vond het allemaal maar onzin. Er was niet eens een zuivere definitie van "meem". gegeven, dus hoe kon je daar nu iets mee. Dat vind ik nou weer onzin. Ik denk zo vaak na over dingen waar geen definitie van is gegeven. De was, bijvoorbeeld.
De ander vond dat memen allemaal verklaard konden worden uit de winst die wij als mens konden halen uit zo'n goed idee. Condooms zorgen er gewoon voor dat je lekker -nou ja, lekker- kunt vrijen, zonder dat je iedere keer zwanger wordt. Niks meem die de wereld wil veroveren, gewoon mens die lui is en verwend wil worden.

Ik ben het wel met hem eens. Memen bestaan, denk ik, maar dan als idee om over ideeën na te denken. Als meem, zou je kunnen zeggen. En sommige memen zijn hartstikke gestoord.

Spijkerbroeken met voorgefabriceerde slijtplekken er in. Frans Bauer op één. Onderweg naar morgen.

Zoeken

Tussen het Sinterklaasgedoe door zoek ik naar een antwoord. Waarom moet een kind sterven?

Het enige antwoord dat ik vind is: chaos. Geen doel, geen systeem. Alleen wat er hier en nu is telt. Ik kan en wil niet geloven dat er een god is die dit bestuurt en dan blijven alleen de ondoorgrondelijke toevalligheden van de natuur over.

Dus eet en drink, bemin en geniet van het mooie dat de dag ons brengt.

Alleen vandaag nog niet. Ik blijf nog even huilen en zoeken.