Posts tonen met het label Dichtsels. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Dichtsels. Alle posts tonen

Doe het zelf dicht

Graag zou ik een gedichtje schrijven
zoals jij me stuurde
Over stilte, liefde, samen blijven
en dat het eeuwig duurde
....

Ik ben hier op 6 mei 1985 mee begonnen. Het is rijp om afgemaakt te worden. Kom op, allemaal een regeltje of twee.

Op reis

Two people, both still tied but free
floating in an awkward way
in China's friendly sea.
Both looking for some happiness
a bit in now and here
but keeping up with memories
of someone far and dear.

Two people looking for a friend
a bit of fun and shelter
a soul who feels the same.
They meet and let it sparkle
and then they go their way.
The one up in the distance
allows them not to stay.

So they go, look at each other
wave a bit and smile
Goodbye to you
the warmth we shared
will hang on for a while.

Chengdu, december 1989

l'Amour

Sommige dingen moeten zo nu en dan herhaald worden om ze aan de vergetelheid te ontworstelen. De tekst van de titelsong van de film l'Adolescente bijvoorbeeld.
Jeanne Moreau en Yves Duteil zongen om beurten een coupletje. Jeanne was het mooist, maar Yves zong het mooist.

Zonder muziek is het een mooi gedicht.

Dis, où est l'amour
Le grand amour
Que j'attendais ?
Est-il, dans une ville
Ou dans une île
Qu'on a perdu ?

Il est dans le berceau des destins
A la croisée des chemins
Sous les rameaux de jasmins
Dans la chaleur de l'été
Caché dans le creux des mains
Tout près de la vérité

Dis, c'est quoi l'amour
Le grand amour
Que j'attendais ?
Est-il un oiseau fou
Un chien, un loup
Qui s'est perdu ?

Il est un voyageur étranger
Un solitaire messager
Qui vient pour tout déranger
Dans la chaleur de l'été
Il est la peur du berger
Qui garde la vérité

Dis, qui est l'amour
Le grand amour
Que j'attendais ?
Est-il fort comme le vent
Longue comme le temps
Le temps perdu ?

Il est, comme le trajet de la fronde
Comme la course du monde
La mélodie de la ronde
Dans la chaleur de l'été
Comme les fleurs qui abondent
Tout près de la vérité

Oui, c'est toi l'amour
Le grand amour
Que j'attendais
Tu es l'ange, le fou,
L'oiseau, le loup
Jamais perdu

Ridder

Er was eens in vervlogen tijden
een ridder, moedig als geen twijde.
Hij was zo krachtig als de beul
en woonde in een groot kasteul
met tachtig strijders, hele ruwe
en zocht een vrouw om mee te truwen.

Hij was verzot op steektoernooien.
Van 's morgens vroeg, bij't hanekrooien
tot 's avonds laat trok hij ten strijde.
Het land had hij aan pais en vrijde.

Nu hoorde men dat in die dagen
veel ridders naar de bergen tagen
omdat daar, volgens de berichten,
een maagd in ene kerker zichtte
die daar bewaakt werd door een draak.
De ridder riep: "Dan ga ik aak!
Wilt goed op mijn kasteel hier passen,
want ik ga deze maagd verlassen."

En bij het krieken van de morgen
trok onze ridder naar de borgen.
Plotsling daar stond hij voor de draak,
maar dat bracht hem niet van de kaak.
Hij trok zijn zwaard, wou't ondier doden,
maar kreeg plots last van medeloden.

De draak was hierdoor zeer ontroerd
nam met verstikte stem het woerd
en sprak met tranen in zijn baard:
"Doe maar een wens, hij wordt verhaard".
De ridder sprak hierop verheugd:
"Ik wens de vrijheid van de meugd
die gij hier opgesloten houdt".
De draak zei: "Yo, maar luister goud.
Maak eerst een vers op jullie samen."

Hij kreeg haar nooit.
Hij kon niet ramen.

Kinderen

Sommige teksten zijn kaalgesleten, uitgekauwde open deuren. Tot een nieuwe generatie mensen is opgegroeid en de teksten weer opnieuw ontdekt.

Bij deze, om die ontdekking wat te versnellen en voor wie het al kende maar weer vergeten was. Voor ouders van baby's, pubers en bejaarden en alles wat daar tussen zit.

Kahlil Gibran schreef het als eerste op.

Je kinderen zijn je kinderen niet.
Ze zijn de zonen en dochters van het verlangen van het leven naar zichzelf.
Ze komen via jou, maar zijn niet van jou.
En alhoewel ze bij je zijn, behoren ze je niet toe.
Je mag hun je liefde schenken, maar niet je gedachten,
want ze hebben hun eigen gedachten.
Je mag hun lichamen een huis geven, maar niet hun zielen,
want hun zielen vertoeven in het huis van morgen, dat je niet kunt bezoeken, zelfs niet in je dromen.
Je kunt proberen als hen te zijn, maar maak ze niet gelijk aan jou,
want het leven gaat niet terug noch draalt het bij gisteren.

Steen

Muren heb ik ook
maar niet zo hoog als jij.
Meters, met prikkeldraad
en gewapend verzet
tegen minnaars
vrienden
mij?

Mijn lege handen op mijn hoofd
breken geen stenen
en je deur trap ik niet in.
Maar als je ooit naar buiten komt
sta ik gewapend met mijn mooiste lach
en de herinnering aan die ene avond
waarop je vrolijk was
om iets.

Er ligt een mooie zwarte steen
te glanzen op je hart.

Onmogelijk
om te houden van jou,
als ik al niet verloren was.

Bier en knechten

Vroeger, ach vroeger. Het is vandaag ( vrijdag 13 juli) veertig jaar geleden dat Tommy Simpson van z'n fiets viel, er weer op gezet werd en nog een keer viel, om nooit meer op te staan.

Het was op de flanken van de Mont Ventoux en het was heet. De Tour de France was toen anders dan nu. Je had heren en knechten, net als nu. De knechten zorgen voor het eten en drinken, dat was toen zo en dat is nu zo. Nu pakken de knechten het drinken aan uit de auto van de ploegleider en rijden dan naar hun makkertjes om het uit te delen.

In 1967 stopten knechten bij een café, legden 30 franc op de toonbank en kochten limonade (waarschijnlijk felroze of groene Exota in kogelflesjes) of bier. Dat stopten ze in hun trui. Ooit zijn er twee knechten een half uurtje ingesloten geweest in de koelcel van een café, toen ze koud bier aan het halen waren.
En daarna fietsten ze weer verder. De langste etappes waren rond de 350 km, de gemiddelde rond de 200 km.

Tommy Simpson had een slechte dag, die 13e juli. Hij was geen knecht, maar stopte onderweg bij een café voor een glaasje pastis en een glaasje cognac. Weer op de fiets gezeten dronk hij nog anderhalf biertje. Hitte en uitputting waren officieel de doodsoorzaak. Alcohol en amfetaminen hebben een handje geholpen. Begeleidend artsen en verzorgers waren nog niet zo kritisch in die tijd.

Jan Kal heeft een prachtig sonnet geschreven over de Mont Ventoux. Ik mag het hier vast wel overschrijven van hem.

Mont Ventoux door Jan Kal

Dichten is fietsen op de Mont Ventoux,
waar Tommy Simpson toen is overleden.
Onder zo tragische omstandigheden
werd hier de wereldkampioen doodmoe.

Op deze col zijn velen losgereden,
eerste categorie, sindsdien taboe.
Het ruikt naar dennengeur, Sunsilk Shampoo,
die je wel nodig hebt, eenmaal beneden.

Alles is onuitsprekelijk vermoeiend;
de Mont Ventoux opfietsen wel heel erg,
waarvoor ook geldt: bezint eer gij begint.

Toch haal ik, ook al is de hitte schroeiend,
de top van deze kaalgeslagen berg:
ijdelheid en het najagen van wind.

Uitgesteld (gedicht van Thom Schrijer)

Uit het noorderzwart
van maanden kropen wij,
koud,
ondergronds van bewegen,
ons denken traag en
uitgesteld,
kleine haperingen tussen
onze woorden,
weggedraaid van het licht
wantrouwig ook,
onze handen nog verlegen
voor elkaar.

Uit kranten bleek dat
het maart was, begin maart,
westenwind
en zon tussen de regen,

dan moest het nu toch
langzaam anders worden.

uit: Lege schommels, De Koperen Tuin, Goes, 2001

Het hoort totaal niet bij deze zomerse zonnedagen. Maar toch, om het niet te vergeten.

Nacht

Het water naast de Leidseweg spiegelt gladder dan ooit
de lichtjes van twee keer twee ophaalbruggen tegemoet.
Zwijgend staat de molen aanwezig.

Stil is de weg naar mijn dorp aan de rivier,
ook al is het een wijk aan een kanaal en
is de snelweg goed te horen.

Bij de Munt staan extra fietsenrekken
want de koning van morgen komt het geld van gister tentoonstellen.

Bommelding

Peuteren in verwaaide jaren
brengt zelden mensen tot bedaren.
Staren naar te komen tijden
kan bijna nooit een mens verblijden.

Maar vrolijk worden we allemaal,
van een voedzaam doch eenvoudig maal.

A2

om me heen zie ik bekeken ogen
verweerde ogen
te vaak gelogen

geil en gretig voor een nieuwe wedstrijd
geld en geen tijd
allang de weg kwijt

krokodilletranen vullen glazen
nog een motie
geen emotie

ik verstop me en vergeet mijn zorgen
goed geborgen
nooit meer morgen

en het is een beetje grappig, het is een raar verhaal
de droom waarin ik doodga is het mooist van allemaal
't is gek om te vertellen, maar 'k zit er zelf niet mee
als mensen blijven rennen wordt het langzaam aan een

A2

Dompers en ignorantijnen

Grijs en nat, de kleur verdwenen. Een warme herfst, wat raar.
Koud en stijf, geen speelsheid meer. Het einde van een jaar.
Een jaar zonder bijzonderheden, verkiezingen, een moord,
Milosevic is overleden en fans van Feyenoord.

De kortste dag is overleefd, het donker gaat verdwijnen
nog even kerst en oud en nieuw, dan gaat het licht weer schijnen.
En dan, als lenteknoppen bloeien en frisse morgendauw
parelt in de ochtendzon, dan ontmoet ik jou.

Praten zullen we en lachen. En rennen door het gras.
En als we afscheid nemen moeten, wensen dat het vroeger was.
Zo zullen uren langzaam lengen, warmer wordt de wind
en elk moment zal twinkels brengen en schaters van een kind.

Als we dan verzadigd zijn en dronken van elkaar
dan zeggen we: 't is mooi geweest
misschien tot volgend jaar.

De lezer verleid

Hé, wat leuk
dacht ik
en was meteen vertrokken.
Het duurde dagen voor ik
weer grond onder me voelde.

Terwijl jij rustig en nuchter
je dingen deed
probeerde ik langzaam in je blikveld te verschijnen.

Er was een harde uitspraak nodig
om je te bereiken,
maar toen lag al m'n charme klaar
om opgeraapt te worden.
Je kon me lezen tussen regels door
en feitelijke feiten.

Een kruimel zacht
een steentje stoer
strooide ik op jouw gevoel
en je kwam
steeds dichterbij.

Het beeld voelt zacht, de ware geest
laat zich niet onderdrukken.
Pas als je niet meer zonder kunt
dan zal ik weggaan.

Ziek zijn is pet

Dagen lag ik in m'n bed
met op m'n hoofd zo'n rare pet.
Zo nu en dan een hoesttablet
of twee of soms een heel pakket.

Ik voelde me totaal niet vet
met op m'n hoofd geen coole pet.
Een koppie thee stond naast m'n bed
dat had ik voor mezelf gezet.

Hij was wel leuk, maar gaf geen pret
daar op m'n hoofd, die maffe pet.
M'n lichaam was totaal besmet.
Dat duurt een tijdje, luidt de wet.

Vaak zat ik ook op het toilet
met op m'n hoofd die leipe pet.
Bepaald geen fleurig fijn boeket
waaide door m'n kleine flat.

Ik at geen warm of koud buffet
met op m'n hoofd die vreemde pet.
En alle letters van banket
die heb ik aan de straat gezet.

Het werd een soort van amulet
daar op m'n hoofd, die gekke pet.
Ik heb hem niet meer afgezet
en sprak soms snel een schietgebed.

Haal ik nu m'n tentamen net
met op m'n hoofd die malle pet?
Ontvang ik dan toch m'n brevet
gekleed in keurig net jacquet?

Dan zing ik vrolijk in falset
de ode aan de dwaze pet.
Het liefst met iemand in duet
met op m'n hoofd.....

lekker helemaal niks!

Oefenen voor Sinterklaas (6)

Oude Generaal Pardon
lag heerlijk in de winterzon.
Het verblijf hier in Madrid
gaf zijn oude botten pit.

Vier jaar was hij hier geweest
en het leven was een feest.
Maar in pas verstreken dagen
kwamen onverwachte vragen.

Hij zou moeten retourneren
want in Holland waren heren,
die smeekten om zijn strategie
Hij kwam in actie, wis en drie.

De Tweede Kamer had besloten
na kiezen door heel Nederland:
Generaal Pardon moest onverdroten
terugkeren naar het moederland.

De regering nu, die had gemeend
dit besluit maar te ontkrachten.
Geen gratie werd aan hen verleend
die al zo lang en hoopvol wachtten.

"Bliksems", zei de Generaal
"Sodemieters, allemaal.
Bush die neemt het niet zo zwaar
ontvangt er veel meer elk jaar".

"Balkie, maak nu geen rumoer
doe zoals je grote broer
laat die mensen lekker hier
en doe de meerderheid plezier"

Maar helaas, door de grote mond
van Rita-ik-ben-recht-door-zee
werd Jan Petertje terstond
reserve van de VVD.

Sinterklaas stond toen perplex
zond een boot naar de Spaanse zon
En oude Generaal Pardon
werd opgehaald: nu per-expresse.

Snel met heel erg veel plezier
kwam Generaal Pardon naar hier.
En om het evenwicht te bewaren
mocht Jan Peter,
- met Geert en Rita en Marco en Joost
en alle andere mensen die zich hier niet op hun gemak voelen-
met Sinterklaas
naar Madrid terugvaren.

Kort


Onze liefde was een zonsondergang:
Mooi en hevig en het duurde niet lang.

 

Oefenen voor Sinterklaas (4)

Een liedje dit keer, op de melodie van "Moon over Bourbon Street" van Sting

Er schijnt een maan in de Oude Gracht vannacht
In het lamplicht zie ik mensen waar ik stil op wacht.
Ik moet gaan, want mijn zak is al leeg,
maar ik wacht tot ze voorbij zijn in de donk're steeg.

Ik ren en ik klim en ik spring,
terwijl ik zacht een heel oud liedje zing.
Oh mijn schaduw zie je niet en mijn voetstap is zacht
Bij volle maan op de Oude Gracht

Ooit werd naar mij gezwaaid, de herinnering is vaag.
Ik stond dan te juichen, maar dat kan niet meer vandaag.
Ze mogen mij hier niet zien staan
dus sluip ik van schemer naar schaduw in het licht van de maan

Sinds Wilders populair is, ben ik hier illegaal.
Waar is toch die tijd van bonnebonne en kabaal.
Oh mijn schaduw zie je niet en mijn voetstap is zacht
Bij volle maan op de Oude Gracht.

Ik loop regelmatig door het oude centrum rond
van de vroege avond tot aan de morgenstond.
En ik gluur en ik loer door een raam in de nacht.
Ik moet kadoos bezorgen, maar Verdonk heeft nu de macht.

Waarom moet het zo zijn en ik roep de goden aan.
Waarom ben ik ongewenst hier, ik doe ook gewoon mijn baan!
Oh mijn schaduw zie je niet en mijn voetstap is zacht
Bij volle maan op de Oude Gracht.

Oefenen voor Sinterklaas (3)

Het waren schoenen die gedwee
bij de kachel stonden.
Heel verschillend alletwee:
een hoekige en een ronde.

Ook waren beide schoenen links
wat vreemd is voor een paar.
De één had in z'n vorm iets flinks,
de ander minder zwaar.

De ene bruin, de ander rood
en allebei niet erg groot.
In één een peen, in d'ander hooi.
De kachel brandde hard en mooi.

Het was een koude dag geweest,
dus loeide hard de haard.
En morgen was het grote feest,
dan kwam Sint met z'n paard!

Een ieder lag al op één oor,
zodat niemand meer meer dacht:
"Zo hard stoken hoeft niet, hoor
ik zet de kachel zacht".

De schoenen bleven heel bedaard
vlak bij de kachel staan.
Al stak die gloeiendhete haard
hun veters bijna aan.

Het hooi ging eerst in vlammen op.
De peen rookte nog stevig,
maar toen gaf hij de weerstand op
en fikte kort maar hevig.

Het kleed vond warmte ook wel fijn
en ging in vlammen heen.
Met passie danste het gordijn
met de vlammen om haar heen.

De koude nacht werd fel verlicht
Toen het hele huis oplaaide,
terwijl het gezin, de ogen dicht
zich voor het laatst omdraaide.

De kleine jongen was niet blij, want hij was heel erg dood.
Maar op het lijstje in de bruine schoen stond: "Brandweerauto. Groot!"

Oefenen voor Sinterklaas (2)

Als ieder mens een mengsel is
van bloed en weefsel, spier en pees
hoe kan het dan dat vrolijkheid
wordt opgevolgd door angst en vrees?

Als welvaart, groei en "geld is tijd"
ons dorsten stilt, ons streven staakt
waarom is dan aan haat en nijd
en oorlog nooit een eind gemaakt?

Als ik hier rondloop zonder doel
dan vrede voor mijn eigen lust
bereik ik dan ooit mijn gevoel
en leidt het leven me naar rust?

Een lach, een kus, een zonsopgang
muziek die me van binnen raakt
dat is vooral wat ik verlang
als alle voedsel niet meer smaakt.

Het is iets anders dat ons bindt
dan macht en angst en winstbejag
de frisheid van de oostenwind
het gloren van een nieuwe dag.

Mijn ondergang

Dit is de tekst van een liedje. Je kunt het lezen als een gedicht, maar dan mis je een heleboel. Er hoort namelijk een mooie melodie bij.
Als je het niet verder vertelt zal ik zeggen waar je die melodie kunt horen: hier!

Kenners onder ons herkennen natuurlijk onmiddelijk Elvis Costello. Hij heeft het lied oorspronkelijk geschreven over de scheepswerven in Engeland, die weer werk kregen door de Falklandoorlog. Dat betekende werk voor veel werkloze mannen, maar ook dat hun zoons naar de oorlog werden gestuurd en soms niet meer terugkwamen. Ik heb het omgezet naar een Nederlandse setting: de mijnen in Limburg.
De trompetsolo is van Chet Baker, die in Amsterdam stoned uit het raam van een hotel viel. Een soort Herman Brood avant la lettre, maar dan per ongeluk.

Wat een treurigheid allemaal.

De commentaaroptie onder aan dit stukje staat open voor uitingen van bijval of afkeer. Dan weet ik tenminste of ik hier m'n carriere van moet gaan maken.
O ja, meelezen terwijl Elvis Costello de oorspronkelijke versie op de achtergrond zingt, werkt het beste. Daar gaat-ie.


Is er geld voor
een paar mooie schoenen en een knappe jas voor mij
en een fiets voor die kleine z'n verjaardag

't is een verhaaltje dat al maanden wordt verteld
bij de bakker en de slager
de mijn zou weer open gaan

Zou dat kunnen...
M'n zoon zei "pa ik moet een maandje naar benee
maar met kerst zal ik er wel weer zijn"

't is een verhaaltje dat al maanden wordt verteld
iemand zei dat een ander was ontslagen
voor het vertellen dat er soms dooien lagen
door verstikking en gewoon onder de schragen

Met alle kracht in ons lijf
gravend naar zekerheid
maar we raken de parels kwijt.

't is een verhaaltje dat al maanden wordt verteld
't staat in de krant: ze starten de machines
de mijn gaat open en we gaan weer iets verdienen
En wie geofferd wordt zien we wel weer
je gaat toch-een keer.

We gaan de mijn in
met grote tegenzin.

met alle kracht in ons lijf
gravend naar zekerheid
maar we raken de parels kwijt