Los

Ik moet het nobele streven loslaten om elke dag iets te schrijven. Het lukt gewoon niet, op dit moment. Geen idee hoe het komt, maar waar de stukjes eens uit de toetsen stroomden, zit ik nu te knarsen.

En er wordt al genoeg geknarst in de wereld. Dus kom nog eens terug en kijk wat je vindt. Misschien niets, misschien een pareltje.

Fijne week.

Kinderfeestje

Kinderverjaardagen waren kort en hevig. Tenminste, de feestjes voor de vriendjes en vriendinnetjes van school. Ik kon er behoorlijk tegenop zien, die bijeenkomsten waarop een stuk of tien kleuters tevreden en in de gaten gehouden moesten worden. We kozen dan ook altijd voor de pure aanpak: taart eten en spelletjes doen. Speurtochten, knutselen, alles wat het moeilijk maakt om de aandacht vast te houden. Pas op het eind mocht er een video aan, anders was het niet echt een feestje geweest.
Ik was meestal gesloopt na zo'n middag en had weer meer bewondering voor de talloze onderbetaalde onderbouwjuffen.

Later werd het al eenvoudiger. Het vertier moest van buiten het huis komen: de bowlingbaan, het zwembad, de laserquestbunker, de bioscoop. Een stuk duurder, maar wel zo makkelijk. Boekje mee of gewoon zelf meedoen (heerlijk met zo'n lasergeweer die kleine ettertjes afschieten).

En nu heb ik net het toppunt van gemak achter de rug. Ik werd vanaf gisteravond 8 uur verbannen naar de slaapkamer en de heren regelden het allemaal zelf wel. Zo nu en dan iets te eten aandragen en zorgen voor voldoende spelcomputers en DVD's. Meer is niet nodig.

Er is alleen één nadeel: die feestjes duren zo lang. Ze blijven allemaal slapen en gaan de volgende ochtend gewoon door met gamen, TV'en en eten.
Om een uur of 3 vanmiddag mocht ik weer uit de slaapkamer komen om de rotzooi op te ruimen.

Liedje

Soms hoef je zelf niet zo veel te schrijven, omdat andere mensen al iets moois gemaakt hebben. Ik geef het door, bij deze.

Veel genoegen.

http://www.youtube.com/watch?v=zwFS69nA-1w

Kroegje

Een oud en vertrouwd kroegje. Nieuwe vrienden met een vertrouwde uitstraling. Muziek op de achtergrond en gehaktballetjes als je hongerig wordt. Verhalen en bekentenissen, lachen en ernstige rimpels. Vragen zonder al te veel antwoorden. Enthousiasme, verrassing. En natuurlijk bier.

Wat heeft een mens meer nodig om een gelukkige avond te hebben.

Leefbaar

Zo de verkiezingen zijn weer achter de rug. De indruk die ik van de bestuurlijke bekommeringen van de provincie kreeg, werd gevormd door de radio. Veel milieugedoe in de provincie, is mijn conclusie.

Een aantal reportages vanaf lokatie gingen tussen voor- en tegenstanders van dierenleed. Moeilijk om die mensen uit elkaar te houden. Allemaal presenteren ze zich namelijk als beschermer der dieren. Dat zal wel met het succes van de Partij voor de Dieren te maken hebben. Kievitseirapers schijnen ook enorme liefhebbers te zijn van kievitten buiten het ei. Want wie moet anders de eieren voor volgend jaar leggen? En zonder eieren, niks te rapen.

Het verschil zit hem in de nuances. Zo wil de één een hek van 2,40 meter om Zandvoort heen hebben, zodat de damherten er niet overheen kunnen springen om aangereden te worden. De ander schiet de herten liever af, zodat er zo weinig overblijven dat ze niet meer over hekken heenspringen.

Ik denk wel te weten wat een damhert zelf zal prefereren. Maar dat denken de schietgragen ook te weten. Zo wist er eentje te vertellen dat er toch echt honderden reeën afgeschoten moeten worden. "Om het leefbaar te houden voor mens en dier", wist hij er bij te vertellen.

Bijzonder.

Dipje

Het lijkt er op dat er vandaag weer geen stukje komt. We wachten af of het een definitieve depressie is of een voorbijgaand voorjaarsbuitje.

Oud en wijs

Ze zaten tegenover elkaar in de trein. Beiden ruim boven de zestig. Soms kunnen bejaarde stelletjes iets moois hebben. Een soort vergroeidheid, waardoor ze helemaal bij elkaar passen en samen bewegen, als acteurs in een oude zwartwit-film. En waardoor ze nog steeds lief naar elkaar kunnen kijken, naar elkaars rimpelige koppie.

Zo'n stel was dit niet.

Deze mensen hadden elkaar hun hele gezamenlijke leven op het randje gehouden. Het werd nooit zo erg dat ze uit elkaar zijn gegaan, maar wel erg genoeg om het levenslang als optie open te houden.

Langs elkaar heen keken ze uit het raam.
"Zo'n jas zou ik niet meer aan doen", zei de vrouw, met haar hoofd refererend aan wat ze buiten zag.
"Wat voor jas?" vroeg de man.
"Zo één, zo'n pantervel, die die vrouw daar aan heeft".
"Welke vrouw?"
"Daar, die vrouw bij dat bushokje, recht voor je"
De man schoof met tegenzin een beetje naar voor uit z'n stoel en draaide zijn bovenlichaam in de kijkrichting van de vrouw.
"Ik zie geen vrouw met een pantervel"
"Daar! In dat bushokje." De vrouw werd ongeduldig.
"Ik zie wel een man", zei de man.
"Welke man?"
"In dat bushokje" Hij had het initiatief op slinkse wijze heroverd.
"Welk bushokje dan?" Nu raakte zij de draad kwijt.

Hij maakte het stijlvol af.
"Daar, naast die vrouw met die panterjas"

Daarna schoof hij weer naar achter in z'n stoel en sloot z'n ogen. Moe maar voldaan.

Aan en af

Aan en af hebben een rare relatie. Ze hebben iets met elkaar, spreken elkaar tegen, vullen elkaar aan, maar toch niet helemaal. Als een echtpaar dat tot elkaar veroordeeld is.
Uit is eigenlijk de natuurlijke partner van aan. Je kunt iets aanzetten en uitzetten en dat heft elkaar aardig op. Maar je kunt ook iets afzetten. Een hoed of een regering, bijvoorbeeld.

Aanstellen en afstellen. Aanzuigen en afzuigen. Aanmaken en afmaken. Aanbellen en afbellen. Waar een aan is, is een af, maar het is altijd net een beetje scheef. Niet de tegenpool, want dat is uit. Meer de scheefpool.

En het meest duidelijk komt dat tot uiting bij het voltooid deelwoord van aanprijzen. Aanprijzen wordt aangeprezen, maar afprijzen wordt afgeprijsd.

Wie dat kan verklaren, krijgt van mij het Gouden Oog voor taalkunde.

Honden

Ze stonden dichter bij elkaar dan je zou verwachten van twee vreemden. Al hun aandacht was gericht op de twee honden, die dol om hen heen renden. De honden renden in twee grote cirkels, die samenkwamen op het plekje waar de man en de vrouw stonden.
Allebei hadden ze een petje op, de man en de vrouw, hij een zwarte en zij een rode. Al maanden liepen ze elkaar tegemoet langs het kanaal, zagen ze de ander steeds groter worden, groetten ze elkaar, passeerden ze elkaar en liepen ze verder. De man had nog wel eens omgekeken, een keer.

De honden hadden wel belangstelling getoond, maar werden onverbiddelijk meegetrokken.

Vandaag liep de hond van de man niet aan de lijn. Al van verre herkende hij z'n nog steeds wel aangelijnde soortgenoot en rende er uitgelaten op af en omheen. De vrouw moest moest met stapjes, sprongetjes en draaien voorkomen dat ze door de riem werd ingepakt. Tenslotte liet ze haar hond ook maar los.

Hoe lang kun je samen vertederd naar twee uitzinnig blije honden kijken voordat het intiem wordt? Daarna moet er gepraat worden, om het ongemak van elkaars aanwezigheid te verhelpen.
Dat lukte goed, want toen ze na een kwartier verder liepen, gingen ze allemaal dezelfde kant op. Twee honden, een man en een vrouw. En twee petjes, een zwarte en een rode.

Toneel

Ik speel toneel. Niet gewoon de hele dag zoals iedereen, maar extra, voor een voorstelling.

Het is leuk om toneel te spelen, dat heb ik altijd al gevonden. Leuk en spannend. Vanaf die keer dat ik Mozes was op school (erg lang geoefend op dat stukje met die Rode Zee) tot nu ik Anton ben. Ik B& Anton, dus. Ik zal toespelingen op drieëenheid achterwege laten.

Anton is een rol waarmee ik me heel moeilijk kan identificeren. Hij is een succesvolle TV-persoonlijkheid die de mensen (met name die van het vrouwelijk geslacht) om hem heen gebruikt zo het hem uitkomt. Hij redt zich overal uit met z'n charmante glimlach.
Het is leuk om zo'n persoon neer te zetten.

Meer dan tien jaar geleden heb ik voor het laatst op het toneel gestaan. Het plezier is nog hetzelfde, maar mijn kwaliteiten zijn in tien jaar verschoven en dat is raar om te ervaren. Tien jaar geleden had ik nog veel meer gêne om me te laten zien. Dat gaat nu beter. De schaamte voorbij, zoiets.

Maar waar ik tien jaar geleden in een vloek en een zucht mijn tekst kende, kost het me nu veel moeite om hem er letterlijk in te krijgen. En nog meer moeite om hem letterlijk te reproduceren op het moment dat dat moet.
Een rare realisatie: mijn brein is in de afgelopen tien jaar slechter gaan functioneren. Niets wereldschokkends, al lang bekend, in theorie. Maar in de praktijk is het nog even wennen.

Presentatie

Vandaag zou ik een presentatie geven. Nu is dat geen hobby van me. Aandacht vind ik leuk, als het gaat om aandacht voor mijn stukjes. Aandacht voor mijn verschijning vind ik lastig. M'n lichaam gaat dan m'n gedachten in de weg zitten.

Het was vandaag extra lastig omdat gevraagd werd een presentatie te geven over een zeer abstract onderwerp. RDF, OWL, ontologies, voer dat maar eens aan Google. Vorige week kon ik daar nog weinig over vertellen. Vandaag moest er een presentatie over komen. Ik mocht de praktijkoefeningen doen.

Tijdens de voorbereiding (vooral het doorlezen van 200 bladzijden informatie) voelde ik al dat ik dit niet helemaal ging redden. Het was te veel. Daar kreeg ik het benauwd van en om dat tegen te gaan ging ik nog harder lezen en nog meer proberen de informatie onder controle te krijgen, wat nog steeds niet lukte. Tot ik, het was inmiddels al gisteravond, concludeerde dat ik het niet zou redden en dat ik om hulp zou moeten vragen aan mijn publiek. Dat voelde als falen en bevrijding tegelijk.

Daarna was het niet meer moeilijk. Ik trad mijn publiek ontspannen tegemoet, presenteerde wat ik wel had en vroeg om hulp bij wat ik niet had. En toen werd het heel leuk.

Goede tip voor volgende keer: geen onmenselijke inspanning meer proberen te doen, gewoon zeggen dat je het niet redt en hulp vragen. Het blijft lastig.

Gelukkige mensen

Op de Denen na zijn wij de gelukkigste mensen van de wereld, wij hier in Nederland. Dat komt natuurlijk omdat we van die gelukkige kinderen hebben.

Volgens mijn gelukkige kinderen is het onzin om dat soort dingen te beweren, want je kan niet meten hoe gelukkig iemand is.

Dat krijg je als je ze te veel Jeugdjournaal en Kidsweek enzo laat kijken en lezen. Gelukkig, maar veel te bijdehand.

Update: weer een ánder onderzoek
Jaarlijks proberen 94.000 volwassenen in Nederland zelfmoord te plegen. Verder zitten 410.000 mensen zo in de put dat zij aan zelfmoord denken. Dat blijkt uit onderzoek van het Trimbos-instituut. Elk jaar plegen 1600 mensen zelfmoord.

Gelukkig zijn het er niet meer.

Bomen

De grote storm heeft er aan meegeholpen. Na afloop lagen er weer stukken boom op het gras en veel mensen vinden dat onveilig. Bijzonder zijn ze niet: gewoon populieren. En misschien zelfs van een uitheemse soort. Maar ze gaven schaduw en ruisigheid en lieten de drukke autoweg een beetje verdwijnen.

Nu is besloten dat ze té onveilig zijn. Er staan huizen en auto's in de valrichting. Er zijn belangen in het geding.

Dus moeten ze weg. Vandaag zijn ze daarmee begonnen en dus heeft Moeder Natuur gezorgd voor een passende rouwlucht, sterk contrastrerend met de vrolijke gele en oranje kleuren van de beulen, die natuurlijk ook maar hun werk doen. En de bange overburen kunnen er ook niets aan doen dat ze bang zijn. En de ambtenaar die het besluit nam volgt gewoon de Regels en Criteria voor Vernietiging van Dreigende Bomen.
Dus ben ik maar gewoon treurig om de bomen, dat ze het niet hebben gered.

De baas van de vrolijke mannen verzekerde me dat er nieuwe bomen zouden komen.
Dat wist ik al.
Er zullen altijd nieuwe bomen komen, lang nog nadat wij onszelf voorbijgestreefd hebben.

Wii

Gisteren heb ik geWiid. Wiiën is een nieuw werkwoord, bij deze. Het betekent: met een soort afstandsbediening in je handen voor de TV staan zwaaien om op die manier mannetjes en vrouwtjes op dat TV-scherm te besturen.

Op die manier kun je allerlei dingen doen, die ze spelletjes noemen. Maar geloof me, het is gewoon hard werken. Vroeger waren computerspelletjes gewoon lekker lui. Met een wijsvinger en een duim kwam je al een heel eind. Soms een beetje met de pols werken, maar je luie billen bleven gewoon op de stoel.

Maar nu is er de Wii. En de Wii is leuk, omdat je met z'n tweeën kan boksen, golfen, tennissen en niet te vergeten lelijke konijntjes met gootsteenploppers dood kan schieten. En daarbij moet je de hele afstandsbediening bewegen -niet alleen een knopje- dus voor je het weet sta je te rennen en te springen, te hijgen en te zweten.

En dat is een veel betere manier om de jeugd aan het bewegen te krijgen dan die SIRE campagnes, getuige het feit dat de Wiis niet aan te slepen zijn. Familie B& gaat er eentje bestellen, maar het duurt nog tot komende zomer voor er ook werkelijk eentje zal staan.
Dus waren we erg blij dat we hem alvast uit mochten testen bij twee young urban professionals met een gastvrij hart en een huis vol dieren (en spelcomputers en electronische gadgets en een enorme plasma TV).

En omdat m'n agenda toch al zo vol is, stel ik de nieuwe minister van Gezin, Geloof en Sport (geloof ik) om vanaf komende zomer de week uit te breiden met een Wiidag.

Zelf door de sportieve burger in te plannen, maar ik adviseer tussen vrijdag en zaterdag, een zogenaamd Wiikend.

Klad

Vandaag zit het er niet in. De puf, bedoel ik. De puf is op en de rest is te druk. Vandaar een stukje van niks.

"Maar schrijf dan echt niks, B&", zou u zeggen. Maar de klad ligt op de loer. Ik ben bang dat hij er in komt, als ik echt niks schrijf.

Dus pseudo niks. Vandaag. Morgen weer spannende avonturen.

Foutloos

O.h.m.d.i.d.s. (op het moment dat ik dit schrijf) is het 24 februari 2007. Wat hieronder staat is dubbelzinnig. Eens kijken hoeveel jaren verstrijken voordat de spelling zo veranderd is dat de dubbelzinnigheid uit deze zin is verdwenen.

Foutloos Nederlands schrijven is makkelijker als je denkt.

Eens

"Kijk schaapjes"
"Aap!"
"Wat zeggen de schaapjes"
"Beh"
"Ja, beeeh zeggen ze"
"Aap"
"Schaapjes, ja"

Zo praten we wat over onze ervaringen, mijn dochter en ik. De zon schijnt, de wind ligt achter de horizon te schuilen en het leven is mooi en overzichtelijk. Mijn stoere fiets brengt ons waar mijn benen hem heen duwen, onvermoeibaar. Mijn dochter zit in haar stoeltje, tussen mijn armen aan het stuur. Haar koppie onder mijn kin en alles wat we zeggen kunnen we van elkaar horen. Zachtjes snorren de banden over het asfalt.

Ik voel me groot en sterk, een echte vader. Geen draak die ons iets kan doen, als ik me zo voel. Ik ben veel groter dan mezelf, want ik heb iets te beschermen dat ik meer lief heb dan mezelf.
Maar al die grote gedachten kunnen binnen blijven. Er zijn immers geen draken, er is alleen de zon, de weg, de schapen en wij.

Het kleine koppie tussen m'n armen begint te knikkebollen en ondanks de riempjes dreigt het voorover tegen de handgrepen aan te komen. Ik pak met m'n linkerhand het midden van het stuur, zodat m'n arm een hoek maakt. Daarin kan het kleine koppie rusten, zodat alle schaapjes en andere indrukken er een plekje in kunnen vinden. De kleine slaapt en ik voel me stoer.

Geen kramp die mij klein gaat krijgen. Die arm blijft daar, zodat mijn prinsesje kan slapen, terwijl de zon en de schapen en de weg voorbij glijden. We zijn op weg naar huis, maar de eeuwigheid mag nu beginnen. Altijd zó vader blijven, met een klein koppie in de holte van mijn arm en de wereld in harmonie om ons heen.

Graag, als het kan.

Bos

Je zult toch W. Bos heten en lijsttrekker zijn van de Partij van de Arbeid. En dan straks, na de verkiezingen, word je geen vice-premier en minister van financieën, maar gewoon lid van de provinciale staten van Utrecht.

Klassieke fout: er is een Wim Kok en een Wouter Bos. Dan moet je als Wim Bos natuurlijk niet iets in de politiek gaan doen. Wordt sympathieke bakker of rijwielspecialist, desnoods.

Maar ja, eigenwijs natuurlijk...

Virtueel

Mijn zoon was echt boos en echt verdrietig. Hij was in een hinderlaag gelokt, verblind door een mooie deal: een mantel voor maar 200.000 goudstukken. Terwijl zo'n mantel meestal 300.000 goudstukken kost.
Uiteindelijke was hij 200.000 goudstukken armer en een teleurstelling en een ervaring rijker.

Gelukkig was dit allemaal virtueel, in een spel. De goudstukken en de mantel tenminste. De ervaring was echt, net zoals het aanzien onder de andere spelers echt was geweest als hij die mantel wel had kunnen kopen en dragen.

Ik las vanavond dat er kinderporno is vastgesteld in Second Life -een virtuele wereld- en dat de Nederlandse regering dat strafbaar wil stellen. Ik begrijp dat streven en ik sta er ook achter. Hoe haalbaar en reëel het is, daar heb ik m'n twijfels over. Moord is in de meeste spelletjes allerminst strafbaar. Het is eerder doel.

De vraag is of we in digitale werelden een alternatieve uitlaatklep gaan zoeken, waar dingen kunnen die in de gewone wereld niet mogen. Of wordt het een verlengstuk van de gewone wereld, met alle normen en waarden van dien?
Is de beroving van mijn zoon moreel verwerpelijk? Hij wist dat het kon gebeuren en liet zich verleiden om in een gevaarlijke situatie terecht te komen. De bouwers van het spel hebben diefstal en moord (maar gelukkig ook onberkte reïncarnatie) als mogelijkheid ingebouwd. Misschien om het interessant te houden?

Daar waar de virtuele en de echte wereld in elkaar over gaan lopen, daar wordt het oppassen geblazen. Als een huisje in Second Life wordt verkocht voor echte dollars of echte kinderen moordplannen krijgen door het spelen van moordspelletjes.

Het is raar. De bouwers van een virtuele wereld bepalen wat er wel en niet mag in die wereld. Ze zijn opperwezens. Ze zijn echter niet almachtig, want ze worden zelf geregeerd door twee wetten.
De wet van de markt, waardoor ze hun wereld interessant en prettig moeten maken voor zo veel mogelijk mensen. Met een digitale variant van de vogelgriep of de pest zullen ze niet veel klanten winnen. Met allerlei kinky uitwassen voor specifieke doelgroepen wel.
En daarnaast hebben ze te maken met de wet- en regelgeving van de echte mensenwereld. Minister Hirsch Ballin (geen familie van Frodo, overigens) kan beperkingen opleggen. Maar ja, in hoeverre zo'n internationaal gedistribueerde spelletjesleverancier zich daar aan moet houden... Er is altijd wel een schurkenstaat waar ze hun servers neer kunnen zetten.

Het is een wonderlijke ontwikkeling en ik volg het met plezier. Zo lang ik ook nog gewoon op m'n fietsje kan stappen en de regen op m'n kop kan voelen.

Erik

Ik kwam Erik de Jong uit Nieuwegein tegen. We zijn uit hetzelfde bouwjaar, maar daar houden de overeenkomsten ongeveer op. Nou ja, we waren allebei in Vredenburg, dat ook.

Erik was er echter om te werken en ik om te kijken, luisteren en proeven, want Erik doet z'n best alle zintuigen te bespelen. Hij liet nu zelfs de ingewanden niet onberoerd. Sinds enkele jaren gaat hij door het leven onder de naam "Spinvis", wat een stuk exotischer klinkt dan Erik de J. uit N.

Het was een mooie voorstelling. Totaal anders dan z'n swingende optreden in Tivoli een paar maanden eerder, maar mooi. Hij had een keur aan hulpjes meegenomen: een zangeres met een heerlijk lage stem, een jazztrompettist, een arts met een machine die "ping" zegt, een stripper en een Simon Vinkenoog. Allemaal gezellig op een grote bank gezeten, met glaasjes water en schemerlampen, onder het motto: "Afdaling in de ingewanden".
Jammer dat de celliste van Tivoli er niet meer bij was, ik heb een zwak voor cellistes. Haar plaats werd ingenomen door het Metropole orkest (met twee slagwerkers en een drummer).

Al met al een heel gezelschap op een fors podium onder een groot videodoek. En op dat videodoek waren bizarre zaken te zien. Het bereiden van een zwezerik, bijvoorbeeld (behoorlijk bah, zeker op een doek van 5 bij 5 meter), een live gastroscopie door de dokter met de machine die "ping" zegt (heel erg bah, vooral het geborrel van de maagsappen) en een striptease van een erg mooie jonge dame (allerminst bah, maar wel raar zo midden in Vredenburg). Dat alles omlijst met mooie muziek en verstilde Spinvis-liedjes en zo nu en dan wat geschreeuw van Neerlands oudste LSD addict.

Ik ben blij dat Erik uit Nieuwegein is gekomen en ons al dit moois voor zet. En dan vergeet ik nog net de wortels niet. Rondgeschrapte zoete worteltjes, voor heel het Vredenburgs publiek. Zodat ook de ingewanden zelf vrolijk mee konden doen.

Piano

Ze kon niet veel meer doen in het huis. Ze kon immers haar eigen benen niet meer zo goed vertrouwen. Soms deed ze een stap en dan viel ze opeens, zomaar zonder reden. Gewoon omdat dat been het niet meer deed. En dan die beefhandjes. Tien keer mikken om een vork in het goede vakje te krijgen, in de besteklade.

Maar daarvoor had ze dan ook hulp. Dat meisje kon het natuurlijk niet zoals zij het zelf deed. Veel te gehaast en nergens tijd voor. Maar van de piano bleef het meisje af. Dat kon ze zelf nog wel. Iedere dag werd hij opgepoetst en zette ze een ander boek open op de muziekdrempel aan de binnenkant van de klep. Hij zou eens onverwacht kunnen komen en dan moest alles klaar staan.

En als hij dan kwam, dan ging ze op de hoge stoel aan tafel zitten, waar ze eigenlijk altijd zat, de laatste jaren. Hoeveel jaren alweer?
Dan zat ze aan tafel, waar ze hem goed kon zien zitten. Z'n rechte mannelijke rug, de krulletjes in z'n nek, z'n rechter oorschelp en z'n mooi gevormde kaaklijn. En dan luisterde ze hoe hij speelde, hoe z'n vingers over de toetsen dansten. En dan zag ze Johan zitten. Soms was de illusie zo sterk dat ze de neiging had op te staan en haar wang tegen z'n hoofd te leggen om met gesloten ogen mee te wiegen. Haar Johan, die voor haar speelde. Maar ze vertrouwde haar benen niet meer.

"Zo mevrouw, die is weer gestemd", zei Johan, die natuurlijk niet echt Johan was. Dat wist ze ook wel. Hij schreef een bonnetje uit en glimlachte, maar toen hij het bij haar op tafel legde deinsde hij terug. In z'n gezicht zag ze lichte afkeer. Ook haar blaas kon ze niet altijd vertrouwen.
"Tot volgende maand dan maar weer, mevrouw" zei hij. Maar dat was alweer lang geleden. Maanden? Jaren?

Maar als hij zou komen, stond de piano klaar.

Dvorak

Wie benieuwd is geworden naar een alternatieve toetsenbord layout, zie hier:



Dit heet een "Dvorak" layout. Hoe je dit kunt activeren op je Windows computer lees je in dit artikel van Microsoft
Ik heb hem nu zo geinstalleerd dat ik rechtsonder in m'n scherm zo'n blauw blokje heb waar 'NL' in staat. Als ik dat aanklik, kan ik wisselen tussen een gewone en een Dvorak layout.

Nog wel even iets verzinnen om op de toetsen te plakken. Je kunt ze ook losmaken (voorzichtig met een schroevendraaier er onder wrikken) en op de nieuwe plaats vastklikken.

Fijne lentezondag gewenst allemaal.

Toetsen

Deze week had ik college van mijn tweede nieuwe vak. Hierin gaat het er om een computer zo te programmeren dat hij schijnbaar intelligent gedrag gaat vertonen.
Het ging over toetsenborden, zo eentje waarop ik nu aan het typen ben. De toetsen zitten hartstikke stom op zo'n toetsenbord, wat veel te veel kleine bewegingen vereist en RSI op kan leveren. Maar verzin maar eens de beste indeling. Je kunt op een toetsenbord de toetsen op grofweg 100.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000 manieren verdelen. Echt waar!
Als je die allemaal gaat uitproberen, gaat dat niet meer lukken voor het universum ten einde is.
Met die slimme computerprogramma's kun je toch tot één van de beste verdelingen komen, door de beste toetsenborden zich te laten "voortplanten", net zoals dat in de natuur gebeurt. De sterksten, mooisten of besten krijgen de meeste kinderen.

Het enige dat je hoeft te verzinnen is hoe je bepaalt welke toetsindeling beter is. Dat kan bijvoorbeeld door te kijken naar de verplaatsingen die je vingers moeten maken bij het typen van een tekst. Dus één indeling heeft bijvoorbeeld 233 verplaatsingen nodig en een andere 450. Die van 233 is dan dus beter.
Verder is het makkelijk. Je verzint gewoon 50 willekeurige toetsenborden. Sommige zullen onhandig zijn, met alle klinkers links bovenin bijvoorbeeld en de Q in het midden. Andere zullen minder onhandig zijn. Van die 50 reken je uit welke de 25 beste zijn, dus met de minste verplaatsingen. Die bewaar je en die andere 25 gooi je weg. De beste 25 kopieer je, zodat je er weer 50 hebt en dan breng je kleine veranderingen aan. Je draait een paar toetsen om ofzo. Niet bij elk van de 50 dezelfde veranderingen, gewoon willekeurig, je doet maar wat. Dan bekijk je weer wat de 25 beste zijn en die bewaar en kopieer je enzovoorts. Een blind paard kan de was doen.

En wat blijkt nu: na een keer of duizend selecteren, kopieren en muteren komt er een geweldige toetsenbordindeling uit. Poe hé B&, hoor ik u zeggen, duizend keer. Daar ben je eeuwen mee bezig.
Nee, want dat kunnen computers voor ons doen, heel snel. Binnen 5 minuten is dat klaar. Maar die 100.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000 mogelijkheden systematisch één voor één doorzoeken, dat lukt ook een computer niet.

Alleen jammer dat niemand dat geweldige toetsenbord wil. Iedereen is al gewend aan dat slechte toetsenbord dat we allemaal gebruiken, uit de tijd van de typemachine. En iedereen die leert typen, leert dat ook weer op zo'n slecht toetsenbord. Dus dat gaat er nooit uit, hoe hard de evolutie ook z'n best doet.
En zo gaat dat ook met talen (Esperanto is een zachte dood gestorven) en links rijden en inches en yards. Die worden gewoon iedere generatie weer meegekopieerd.

Gek hè.

Gelukkige kinderen

Een persbericht voor alle zwoegende vaders en moeders, vooral die van pubers.

--------------------------------------------------------------------------------
VN: Nederlandse kinderen gelukkigst

Nederlandse kinderen zijn er beter aan toe dan leeftijdgenoten in andere rijke landen. Dat blijkt uit onderzoek door het kinderfonds van de VN, Unicef. In 21 geïndustrialiseerde landen keek Unicef naar tientallen factoren die een rol spelen, zoals armoede, veiligheid en onderwijs.

Nederland voert de lijst aan. Denemarken en Zweden volgen op de voet. Helemaal onderaan staat Groot-Brittannië met net daarboven de Verenigde Staten.

Tsjechië staat ook in de lijst en doet het beter dan rijkere landen. Dat wijst er volgens Unicef op dat welvaart niet altijd leidt tot een beter leven. (dùh red.)
--------------------------------------------------------------------------------

Mijn pubertjes keken niet bijzonder blij van dit bericht. Gek hè.

Het rapport is hier te downloaden

Valentijn

Valentijn. Het duurde tot half 11 (22.38 uur om precies te zijn) voor hij mijn postbus gevonden had. En dan was het ook nog slechts mijn digitale postbus. Een postzegel was teveel gedoe zeker, vooral nu je er ook nog 5 cent bij moet plakken.

Gmail beperkte zich gelukkig tot één discrete advertentie voor een relatiebemiddelingsbureau. Maar ik wil helemaal geen relatie, ik wil liefde!

Ik heb het altijd al een beetje lullige naam gevonden, trouwens. Valentijn. Wel een mooi liedje.
Vooral deze, de oerversie. Maar ook deze artiest (God hebbe ook zijn ziel), die het niet zo nauw neemt met de tekst. En dan natuurlijk deze swingende broeders, wie kent ze niet. En deze keurige versie, met het inleidend coupletje. Of vol, zwoel, licht hees en erotisch.

Omdat het inleidend coupletje minder bekend is, hier de tekst:

Behold the way our fine feathered friend,
His virtue doth parade
Thou knowest not, my dim-witted friend
The picture thou hast made
Thy vacant brow, and thy tousled hair
Conceal thy good intent
Thou noble upright truthful sincere,
And slightly dopey gent

Een eervolle vermelding voor degene die de artiesten thuis kan brengen.

Hardlopers

"Het is of de duvel er mee speelt". Dat zei m'n oma altijd als er iets toevalligs gebeurde. Ik heb me nooit afgevraagd wat nu precies het verband is tussen dat waar de duivel mee speelt en het toeval. Als kind accepteer je wat grote mensen zeggen en onthou je het zo goed dat je er veertig jaar later nog een stukje over kunt schrijven.

Maar toevallig is het wel. Vandaag heb ik samen met mijn zoon de winter weggelopen. We zijn weer begonnen aan ons wekelijkse rondje hardlopen en net als bij het laatste rondje van vorig jaar liep hij mij er uit, met twintig seconden over 3,5 km. Het deed minder pijn dan vorig jaar, om er uit gelopen te worden door je zoon van 33 jaar jonger. Ook dat is een aspect van ouderdom dat wel zal wennen.

Erger zie ik op tegen het rondje van morgenochtend, met m'n dochter. Zij wil niet, maar moet van mij, omdat ik wil dat ze sport. Want sport hoort bij een goede opvoeding, is het idee dat ooit in mijn brein is binnengeslopen. Via een ingewikkelde guerilla van protesteren, klagen over plotselinge pijnen en sabotage ("oh, m'n hardloopschoenen op school laten liggen") weet ze het plezier in het hardlopen aardig te drukken.

Ingeklemd tussen deze hardloopactiviteiten heb ik geluisterd naar Midas Dekkers, live! Hij kwam praten over opvoeden. Nu vindt hij kinderen krijgen een natuurlijke behoefte die je vooral moet zien te onderdrukken en opvoeden vindt hij nauwelijks de moeite waard. Maar het toppunt van onnozelheid vindt hij lichamelijke opvoeding en dan vooral sport. Je spieren opkweken, terwijl de rest van je organen hetzelfde blijft, dat is vragen om ellende: scheurende pezen, brekende botten. Als je zorgt voor geestelijke opvoeding, dan kweek je verstandige mensen en verstandige mensen zorgen goed voor hun lichaam.

En ik moet toegeven, ik heb mijn opa en oma nooit snel zien bewegen, mijn ouders nooit zien sporten en toch zorg ik goed voor mijn lichaam.

Dus dochter, je bent gered door Midas Dekkers. Geen gedwongen hardlopen meer. 't Is of de duvel er mee speelt.

Cijfer

Hoe nat kan je rug worden bij het openen van een webpagina met tentamenuitslagen? Hoe snel de paniek als je je eigen nummer niet zo snel kunt vinden in de lijst? Hoe groot de opluchting als er uiteindelijk een 6.5 achter staat? En er ook blijft staan, ook als je hem nog vijf keer opnieuw doorleest!

Ik heb mijn laatste verplichte vak gehaald! In juli krijg ik mijn bachelor diploma. Een half jaar onzekerheid is afgesloten.

Ik ben blij!

Midas

Hij heeft z'n laatste column uitgesproken en ik heb hem gehoord. Niet dat ik er op zat te wachten, het was gewoon omdat de radio aan stond. De zondagochtend is al niet meer hetzelfde en zal ook nooit meer hetzelfde zijn. Anders, maar dat is misschien ook wel mooi.

Heel lang geleden, toen ik nog geen vader was en op zaterdag tot diep in de nacht vertier zocht, zorgde ik er altijd voor dat m'n wekkerradio op 7 uur stond. Dan werd ik wakker met de Ko de Boswachtershow. Ik lag daar enorm van te genieten met m'n half benevelde hoofd. De meligheden van Berny Bos en Anton Gleuf, de postbode en vooral de ingezonden brieven ("Beste Ko, ik had een hamster, maar die is dood. En toen kreeg ik een goudvis, maar die ging ook dood en nu hebben we een hond en twee poezen en een Siberische dwergtijger."). Later gingen ze op TV, maar dat was niet half zo leuk. Kwamen er opeens verkeerde hoofden bij die stemmen.
Na Ko, viel ik weer in slaap, om ver na Vroege Vogels wakker te worden.

Dat werd anders door het vaderschap. De zondag begon ook weer om 7 uur, maar slapen was er niet meer bij. En om de schattige, maar nogal oppervlakkige conversatie met mijn kinderen te compenseren ("Hapje. Ja, lekker he. Nog een hapje. Niet uitspugen. Haal je handen uit je pap.") luisterde ik naar Vroege Vogels. Vijftien jaar lang al, want nu de kinderen ouder zijn, blijkt dat het vroege wakker worden en opstaan wortel heeft geschoten.

Zo hebben Ivo de Wijs en Midas Dekkers mij begeleid. Voor beide heren heb ik bewondering gekregen om hun nuchtere, maar niet gevoelloze kijk op het leven. Zo wil ik man zijn.

Nu moet ik het voortaan alleen doen op zondagochtend. Een nieuwe generatie presentatoren heeft het overgenomen. Adequaat, maar mijn hart hebben ze nog niet.

Misschien toch weer eens leren uitslapen.

Ruggen

Om te vieren dat de Christenunie nu toch echt gaat regeren (vroegah, toen ik jong en links was, was dat reden geweest om te emigreren) hou ik me vandaag aan de zondagsrust. Geen stukje dus om te lezen, want ik rust en dat zou u ook moeten doen. In plaats daarvan bent u internet aan het afstruinen en tijd aan het vermorsen. Foei!

Nou, een kleintje dan. Om over na te denken terwijl u aan het zondagsrusten bent.
Hoe kan het toch kunnen dat we heel goed in staat zijn om mensen te herkennen aan hun achterzijde, terwijl we die zelden zien...

En nu niet gaan zeuren "Is dat wel zo, dat we mensen goed herkennen aan hun achterzijde?", want dat heb ik zelf proefondervindelijk ondervonden. Probeer het anders zelf maar eens. Vooral op de fiets lukt het goed.

Rust zacht, verder.

Four seasons of one day

Dat is géén liedje van Crowded House, want dit stukje gaat helemaal niet over liedjes. Het gaat over seizoenen.

Ik heb het helemaal begrepen hoe het zit met het weer en het klimaat. We hebben namelijk tegenwoordig seizoenen van één dag. Donderdag was het winter, met veel sneeuw en koud. En gisteren was het weer over en dus geen winter meer.

Zo hebben we een klein maandje geleden herfst gehad. Een beetje te laat, maar dat is ook het devies van deze nieuwe klimaatregeling: je moet wel een beetje opletten, anders mis je het.

Dus voor iedereen die de winter van dit jaar gemist heeft, omdat-ie in een conferentieoord zat of zich gewoon verslapen had of ziek was: hier is de winter van 2007 nog even in de herhaling. Veel plezier ermee.

Tandarts

Als Merel Roze het mag, mag ik het ook. Hoewel die van haar erger was.

Sinds de wisseling van 2006 in 2007 deed m'n kaak niet leuk meer mee. Hij begon eerst een dag lang hevig pijn te doen. De roze M&M's die menig vrouw van hevige menstruatiepijnen hebben verlost, schoten ook mij te hulp.
Na een weekje pijn stillen was de pijn ergens anders z'n geluk gaan beproeven. Maar na nog een weekje kwam hij weer vrolijk terug en niet zo'n beetje ook. Hij had een prettig plekje gevonden in een achtersteondersterechtse kies, die waar de tandarts van zegt "occusaal dorsaal 4 rechts" of zoiets. Maar ja, tentamens in aantocht en zo, eerst die maar even achter de rug.

Vanmiddag was mijn afspraak. (De tentamenuitslagen zijn overigens nog niet binnen. Ze hebben nog twee werkdagen de tijd.) Ik was twee uur eerder opgetrommeld, zodat de tandarts niet twee uur op mij hoefde zitten wachten. Het liep echter een beetje uit, zodat ik twee uur te vroeg drie kwartier heb zitten wachten. Gelukkig ben ik een geduldig mens en had ik een mooi boek bij me.

Het was een gaatje en omdat ik nooit verdoving doe bij boren en vullen, ook nu niet. Ik ben tenslotte geen watje.
De tandarts (hij heet Jeroen en hij is heel aardig) heeft me nog gewaarschuwd, dat "hij mogelijk toch wat gevoeliger zou zijn dan anders". Waah! Als de pijn zo erg wordt dat al je spieren zich spannen en je echt wilt gillen (dat doet-ie anders nooit!), dan moet je je bewust ontspannen en aan yin en yang denken. Dat voorkomt dat je boren en vingers en zuigslurfjes -die "ffflllsssslllllggghhh" doen- doormidden bijt.

Ik heb zojuist m'n laatste roze verdover genomen, zodat dat mannetje met die drilboor in m'n kies even pauze neemt. Opdat hij zijn geluk elders beproeve.

Contact

Wat een mooie contrasten zitten er toch in mijn studie. Gisteren taalverwerving bij kinderen, vandaag zich "intelligent" gedragende computerprogramma's.

Om de contrasten nog wat verder te schetsen: Ik zat vandaag in de Uithof, een met betonnen kubussen beklede polder die als "Brainpark" aan de mens wordt gepresenteerd. De sfeervolle zaal met eikenhouten kasten, versierd plafond en deuren met prachtig houtsnijwerk was hier een functionele kantoorinrichting met TL licht en gesloten jaloezieën. De plaats van de meisjes van gisteren was ingenomen door ongeveer twintig jongens van dezelfde leeftijd. En de docent, die gisteren drie uur lang aan elkaar babbelde, was een wat stugge man die heel soms een zweem van een glimlach liet zien. Tijdens het praten hield hij zijn blik steeds net boven onze hoofden gericht, alsof hij met een seance of een gebed bezig was in plaats van een college.

De groep voelde zich daardoor blijkbaar niet zo door hem aangesproken, want als er de gelegenheid was tot het stellen van vragen, bleef het angstig stil. De meisjes van gisteren lieten geen gelegenheid onbenut om te vragen. En ook als er geen gelegenheid was vroegen ze allerlei vanzelfsprekende dingen om zeker te weten dat ze het begrepen hadden.
Het illustreert niet alleen het verschil tussen meisjes en jongens in de adolescentie, maar zeker ook het verschil tussen de alfa's van gisteren en de beta's van vandaag.

En ik voel me bij allebei op een andere manier prettig. Vandaag bij het rechtlijnige en opzienbarende van de grote getallen en de kunstige rekenmethoden. Gisteren bij het wollige aan elkaar praten van feitjes en feiten.

Alleen gisteren was er meer contact, meer samenhang in de groep. Blijkbaar moet je daarvoor toch veel praten.

Vakkennis

Ik ben met een nieuw vak begonnen, dat gaat over taal en kinderen. Het lijkt me erg leuk, maar het begin viel een beetje tegen.

Dat lag niet aan de omstandigheden. Ik krijg les in een prachtige oude zaal in een prachtig oud pand in de binnenstad van Utrecht. Daarbij ben ik omringd door een stuk of veertig meisjes van een jaar of twintig. Ja, zodra een vak over kinderen gaat, haken de mannen massaal af. En het zonnetje scheen ook nog naar binnen.

Het lag wel aan de lengte van het college. Drie uur luisteren is best lang, zeker als het zonnetje naar binnen schijnt en wat verteld wordt niet erg nieuw en spannend is. Maar ik werd wel goed wakker toen de docent onwaarheden ging vertellen. En één van die onwaarheden was de legende van het aantal woorden dat Eskimo's (Inuït, zo u wilt) voor "sneeuw" hebben. Volgens de legende zijn dat er honderden.

Die legende is in de wereld geholpen door meneer Whorf. Meneer Sapir had onderzoek gedaan naar taal onder de Indianen en kwam, na een ontmoeting met dhr. Whorf, met een indianenverhaal, dat de hypothese van Sapir-Whorf wordt genoemd. Volgens die hypothese kun je alleen maar denken over iets als je er taal voor hebt. Je hoeft maar een creche binnen te lopen waar twee dreumesen elkaar proberen te vermoorden om te weten dat die hypothese niet deugt.
Als ondersteuning voor de hypothese kwam dhr. Whorf met het verhaal over de Eskimo's (Inuït, zo u wilt) en de sneeuw. Wij kennen minder woorden voor sneeuw en dus kunnen wij ook minder soorten sneeuw onderscheiden, aldus het illustere tweetal.

Die hele Sapir-Whorf theorie is inmiddels onderuit gehaald en zeker het verhaal over de sneeuwwoorden. De wetenschappelijke argumenten mail ik u op verzoek na, maar neem maar even van mij aan: Eskimo's kennen niet meer woorden voor sneeuw dan wij.

Maar niet volgens mijn docent van vanmiddag. Die stond met droge ogen te vertellen dat die noorderlingen zoveel meer woorden voor sneeuw hebben. Ja en wat doe je dan, als oudere jongere op het eerste college?

Je besluit dat het allemaal niet zo belangrijk is en knijpt je ogen nog eens dicht in het zonnetje. Sneeuw is toch een uitstervend verschijnsel.

Hoorspel

Vannacht gaat het beginnen, om kwart voor 1. Vierhonderveertig weeknachten lang zal ik in de komende twee jaar aan de radio gekluisterd liggen, van kwart voor één tot één uur. Net zoals ik dat van januari 2005 tot september 2006 heb gedaan met de uitzendingen van Het Bureau.

Het Bureau, het toppunt van dikke boeken gevuld met de saaiheid en uitzichtloosheid van het wetenschappelijk ambtenarenbestaan. Ik moest er niet aan denken om dat te gaan lezen. Tot ik het per ongeluk tegenkwam midden in de nacht op de radio. En ik was verkocht. Voortaan liet ik me bijna iedere nacht in slaap praten door Maarten Koning en z'n hinderlijke collega's en niet te vergeten z'n narrige vrouw Nicolien, waarin ik Yvonne van den Hurk bijna niet meer kon herkennen.
Het herkenningsmuziekje van de hoorspelserie werd mijn favoriete blues: "Nobody loves you when you're down and out". Zo heerlijk om op die tonen in een troostrijke slaap te vallen.

Maar slopend was het wel. Nooit vóór 1 uur slapen en altijd rond 7 uur op. Met gemengde gevoelens heb ik naar de laatste aflevering geluisterd. Er bleef een soort leegte achter, alsof ik niet meer ingestopt werd, maar om 12 uur slapen was ook wel lekker.

En nu is er dus Bommel, het hoorspel. Vierhonderveertig nachten. Zal ik er aan beginnen? Ik kan het ook podcasten en dan op de MP3 speler luisteren, gewoon overdag ofzo. Maar dan mis ik wel dat lekkere gevoel: in m'n bed in het donker, radio zachtjes aan en inslapen bij de stem van een Heer van Stand.

Ach, die wallen gaan toch nooit meer over. Aflevering 1, ik ben er klaar voor!

Wolk


De lucht boven de A2 blijft boeiend.

 

Klimaat

Pfoe, wat had ik het vandaag warm. Of misschien verbeeld ik het me maar, gevoed door de berichtgeving over Het Rapport.

Het is weer terug op de politieke agenda, het milieu. Een jaar of tien uit de mode geweest, want het is maar lastig om bewust om te gaan met je omgeving. Nadenken of je de auto moet nemen naar Albert Heijn of met polypropyleenvrije plastic tassen aan het stuur van je fiets moet gaan zeulen. En die groene of bruine kliko stonk zo, dus ging na een goede start bij veel mensen het groenafval gewoon bij het grijze in de zak. En wat merkte je er nu eigenlijk van, van dat milieu. De Centerparkshuisjes stonden er nog gewoon in de Dennenheugte of Het Lange Leemveld. En de zure regen, waar jarenlang hel en verdoemenis over werd gesproken, die was toch ook opeens niet meer in het nieuws. Zeker overgewaaid, net als het ozongat.

Het lijkt ingebakken, ons verlangen naar meer, anders en nieuw. En om dat verlangen te bevredigen moeten we consumeren. Niet dat het verlangen daarmee over gaat, maar het stilt het, eventjes. En het consuméren zorgt voor opwarming en de opwarming zorgt voor een ander milieu. Warmer, minder voorspelbaar, meer gedoe.

Ik heb al eens gemijmerd over het rapport van de Club van Rome, dertig jaar geleden. De berichten in dat rapport waren niet wezenlijk anders dan in het rapport van nu. De politici hebben zich nu echter in ferme bewoordingen uitgelaten: er moet nu echt iets gebeuren, anders is het te laat.

Maar -sorry kinders- ik ben bang dat het al te laat is. Er staan 2,5 miljard Chinezen en Indiërs te trappelen om op dezelfde manier energie te mogen gaan gebruiken zoals wij en onze Bush-brothers dat nu al doen. Gaan we die vertellen dat dat niet mag? Of gaan we het goede voorbeeld geven en allemaal onze auto weg doen? Fabrieken sluiten en minder produceren?
Het meest revolutionaire voorstel dat ik de afgelopen dagen heb gehoord was de wettelijke verplichting tot spaarlampgebruik. Yes! Toen de poolkap dat hoorde liepen de koude rillingen over haar rug.

Ik ga me verdiepen in de verzorging van palmbomen en alvast een vergunning aanvragen voor het aanleggen van een strandje langs het kanaal, met koek en zopie.

Maar ik blijf fietsen.

Je kunt hier de samenvatting voor beleidsmakers van het klimaatrapport van de VN downloaden.

Hoera

Mijn bijzondere felicitaties gaan vandaag uit naar een stoere Peuter, waarvan ik de belevenissen met veel plezier volg. Hij is precies 43 jaar jonger dan ik.

En daarnaast feliciteer ik natuurlijk mijn precies twee jaar jongere hartsvriend B, waar ik al 23 jaar (mijn halve leven) onze verjaardag mee deel.

En dan feliciteer ik ook alle ander mensen die op deze mooie dag jarig zijn. Met de kou van de winter in onze botten, maar onze blik op de lente gericht kwamen we ooit deze wereld binnenstappen.

En als ik dan toch bezig ben: iedereen gefeliciteerd met deze bijzonder mooie dag! Het is er weer één waar allerlei leuke dingen mee te doen zijn. En als-ie tegenvalt, dan wordt morgen vast een veel betere.

Beter

Huize B& leeft onder de terreur van de radio. Radio 1, wel te verstaan en dat is-ie ook. In bijna iedere ruimte in het huis staat -vooral 's ochtends- een radio het wereldnieuws te achtergronden. Ik ben benieuwd in hoeveel therapeutische sessies mijn kinderen hier op hun dertigste een plekje aan weten te geven.

Fijn is het vast niet, maar het is niet anders. Geen betere manier om mijn neuronen wakker te maken dat een flinke portie ellende.
Soms is al die informatie ook voor mij geen pretje. Vaak bij de reclame, die 's morgens op radio 1 erg gericht is op één doelgroep: de autorijdende, vermogende man van middelbare leeftijd die erg bang is voor ongelukjes. Ik dus niet.

Nu stroomt al dat reclamegedoe over het algemeen gewoon langs de gesmeerde boterhammen en de geschilde appeltjes het afvoerputje in, maar er is een uitzondering. De reclame voor de apotheker. Nadat eerst een stem heeft verteld dat apothekers zulke goede dingen doen -ze mengen namelijk soms zelf medicijnen (joepie)- komt de slotzin. De slogan, waar de jongens en meisjes van reclamebureau LMAO&HhvVJ zeker 14 brainsessies aan gewijd hebben. De slogan die Nederland moet verpletteren. Bent u er klaar voor?

Medicijnen werken beter
dankzij uw apotheker.

Als ik dit gedrocht van een onrijm eenmaal heb gehoord, wordt het nooit meer goed die dag. En het ergste is dat deze campagne genomineerd is voor een prijs!!!! Kijk even mee op http://www.knmp.nl/copy_of_knmp-vandaag/nieuws-publicaties/persberichten-knmp/campagne-medicijnen-werken-beter-dankzij-uw-apotheker-genomineerd-voor-san-accent/
die vast genomineerd wordt voor de mooiste URL van een reclamecampagnenominatie.

Wie nog even verder spit in de wondere wereld die apotheek heet, komt bij een persbericht waarin vol trots wordt aangekondigd dat de Verenigde Nederlandse Apotheken gaan fuseren met Brocacef.
Was dat geen farmaceutisch bedrijf?
De apotheker schuwt geen enkel cliché, want "Door deze samenvoeging ontstaat een sterke speler op de Nederlandse markt."

Ik ben blij en trots op een maatschappij die zoveel creatieve apothekers kent, maar ik weet het zeker en ik doe het beter: die apotheker deugt voor geen meter.

Kanker

J heeft kanker. En hij is niet de enige. Het lijkt of ik een grens over ben gegaan. Boven een bepaalde leeftijd krijgen de mensen om je heen kanker.
Mijn vader is tien jaar geleden al strijdend ten onder gegaan, maar gaandeweg beginnen ook ooms en tantes slachtoffer te worden. Er lijkt geen peil op te trekken wie er hoe getroffen wordt. Een zeer bewust levende, biologisch etende tante: darmkanker. Een oom die z'n hele leven gerookt heeft: lever en nieren.

Maar waarom J het krijgt is mij een raadsel. Iets over de vijftig, met het lichaam en de conditie van een jonge vent. Fietst nog regelmatig "even" heen en weer naar Duitsland vanuit Utrecht, in één dag. Skate, danst, loopt harder hard dan ik in mijn hoogtijdagen. Flirt als een jonge hond. Waarom krijgt hij nu kanker? Waarvan krijgt hij kanker?

Gelukkig is z'n lichaam sterk en ik heb er goeie hoop op dat de behandeling hem er doorheen helpt, zodat hij weer met overgave kan dansen en sjansen. Hij bericht z'n vrienden en kennissen zeer openhartig over de ontwikkelingen, wat de drempel om hem te benaderen laag houdt, gelukkig.

Mijn zeer gewaardeerde Google mailprogramma dacht daar overigens anders over. Ik heb al eerder geschreven over de advertenties die ongevraagd worden toegevoegd.
Aan het eerste mailtje waarin J meldde dat hij kanker had, had Google fijntjes de advertenties van twee uitvaartcentra geplakt.

De wereld van de marktwerking: wij zoeken op basis van statistiek uit waar jij behoefte aan hebt. En dat bieden we je dan aan, want daar word je blij van.

Maar nu even niet.

Goedemorgen

Mijn fietspad loopt dwars door de stad. Daarom is het op mijn fietspad vaak druk, maar dat vind ik niet erg. Al die andere mensen moeten ook ergens heen en gelukkig zijn ze niet in de auto gekropen, dus deel ik mijn fietspad graag met hen.

Omdat het regelmatig 's ochtends vroeg is, gebeuren er ook wel eens ongelukjes op het fietspad. Niet iedereen is even fluitend 's ochtends, tenslotte. Maar hoe zo'n ongelukje dan verloopt, dat kan nogal verschillend zijn.

Bijvoorbeeld: er komt een meisje mijn fietspad op vanuit een zijstraat. Ze kijkt niet op of om en duwt mij zo de straat op, waar net die twee bereden politieagenten van een paar dagen geleden weer aan komen galopperen. De paarden remmen gelukkig op tijd, catastrofe net voorkomen. Ik haal het meisje in en vraag haar of ze wat beter kan kijken als ze m'n fietspad op komt, omdat ik haar anders echt de toegang moet ontzeggen. "Ik keek echt wel", antwoordde ze, zonder me aan te kijken. En of ze die "t" uitsprak weet ik niet helemaal zeker. Het was vroeg. Zij boos, ik boos, overal adrenaline en daar was het echt veel te vroeg voor.

Ander voorbeeld: een meneer (op een fiets, duh) haalt iemand in terwijl ik hem net zelf aan het inhalen ben en duwt mij de straat op, waar toevallig net helemaal niets aan komt rijden. Hij merkt zijn vergissing, draait zijn hoofd om, kijkt me aan en zegt "Sorry". Ik zeg "OK" en lach een beetje schaperig. En allebei zijn we blij dat het zo'n mooie morgen is.

Het grote verschil is elkaar aankijken. Dan zie je dat we gewoon slaperige stomme mensen zijn, die niet alles tegelijk in de gaten kunnen houden en fouten maken. En dat is helemaal niet erg, als je maar "sorry" zegt en een beetje dom lacht.

Dus als u nog eens te gast bent op mijn fietspad: wees welkom en glimlach. En mocht u zingen, dan krijgt u bonuspunten.

Veelzijdig

"Wij hebben een veelzijdige baan voor u". Zo probeert adverteerbedrijf JCDecaux (van de bushokjes) posterplakkers te werven. Een baan met een voorzijde en een achterzijde, vrees ik. En op de achterzijde zit stijfsel.

Het hoort een beetje bij deze pimp-tijd. "Pimp my job-description" is een bezigheid waar veel mensen zich mee bezighouden. Dat is logisch en niet alleen omdat je er dan meer geld voor krijgt. Wat je de hele dag aan het doen bent, daar wil je trots op zijn. Het is dus ook helemaal niet gek dat mensen hun eigen werk meestal leuk vinden. Zoals de cassière, die vindt dat ze zo'n afwisselende en leuke baan heeft, omdat ze er van houdt om met mensen te werken.

Gelukkig maar dat onze geest zo flexibel is dat we ons er altijd wel uitkletsen. Zo geven we in ieder geval onszelf de illusie dat we precies aan het doen zijn wat we altijd gewild hebben.

Zo vond ik het de afgelopen dagen geweldig om met onbegrijpelijke logische formules en afleidingen bezig te zijn, zodat ik vanmiddag in twee uur iets begrijpelijks voor de docent op papier kon zetten. En nu maar hopen dat hij van mijn papier het gevoel krijgt dat ik het voldoende begrepen heb. Ik heb mijn twijfels.

Iedereen bedankt voor de morele steun in de afgelopen dagen. Het grote wachten begint. En als het niet lukt: "JCDecaux, here I come!"

B& blokt

en daarom blog ik pas dinsdag weer.

Ik zie ik zie wat ik niet zie

Aanstaande maandag worden de afgelopen 3 jaar samengebald in een tentamen van 2 uur. Het laatste verplichte vak dat ik moet doen en meteen ook het moeilijkste. Als ik het niet haal kan ik volgend jaar niet aan mijn master beginnen en moet ik de studie onderbreken. Ik was me al een jaar geleden bewust dat die aanstaande maandag er een keer aan zou komen.

De focus op die maandag is zo sterk dat ik bijna vergeet dat ik vandaag ook een tentamen heb. Nog wel van een erg leuk vak, psychologie van taal. Ik heb er heel veel geleerd over hoe dat nou zit, met mensen en taal.
Eén van de bekende feiten op dit gebied is dat het taalcentrum bij de meeste mensen in de linker hersenhelft zit. Zo'n beetje boven je oor.

Dat dat echt klopt is het meest doeltreffend bewezen door experimenten met split-brain patiënten. Deze ongelukkigen hadden zeer sterke epilepsieaanvallen en om te zorgen dat deze beperkt bleven tot één helft van het brein, werd de verbinding tussen de linker- en rechter hersenhelft doorgesneden. Onder verdoving en zo, hoor.

Deze mensen kregen voor een experiment een schotje tussen hun ogen, zodat het linker- en het rechteroog niet bij elkaar konden afkijken. Vervolgens lieten ze een plaatje zien aan het linkeroog en niet aan het rechteroog. Die informatie komt in het rechterdeel van de hersenen terecht, want om een of andere duistere reden wordt alles wat we zien verwerkt door de tegenoverliggende hersenhelft. Hersenhelft rechts ziet dus bijvoorbeeld een plaatje van een fiets.

Het bizarre is nu, dat als je aan deze persoon vraagt wat zij gezien heeft, ze zal antwoorden: "niets". Taal wordt namelijk gemaakt door hersenhelft links en die heeft niets gezien. De helften waren van elkaar losgesneden.
Vraag je vervolgens of ze aan kan wijzen wat ze gezien heeft, dan zal de proefpersoon met de linkerhand (want die wordt door hersenhelft rechts bestuurd) een fiets aan kunnen wijzen, maar met de rechterhand niet (want die wordt door de onnozele linkerhelft bestuurd).

Het is bijna niet voor te stellen, maar echt waar! En de grote vraag is: heeft die persoon nu een fiets gezien of niet?

Die vraag zal straks wel niet gesteld worden.

Slagwerk

Gisteren heb ik een geweldige uitvoering van de zevende symfonie van Mahler gezien, door het Utrechts Studenten Concert. Dat is een volledig symfonieorkest dat helemaal uit studenten bestaat, die niet eens conservatoriumstudenten zijn.

De zevende van Mahler is geen gemiddeld symfonietje, waarin je met gesloten ogen rustig mee kan drijven. Het is een stuk in vijf delen ("niet klappen tussen de delen in", drukte een meespelend klasgenote me op het hart), waarin echt van alles gebeurt.
Rustig meedeinen met de violen wordt afgewisseld door enorme dissonante akkoorden, tempowisselingen en gevechten tussen verschillende groepen instrumenten over wie nu het thema mag spelen.

Het allermooist is het slagwerk. Bij de meeste symfonieën zit helemaal achteraan een man. Het is altijd een man: slagwerk is nu eenmaal mannenwerk. Bij de strijkers zie je meer vrouwen en dat hoeft ook niemand te verbazen.

Nu is het niet bepaald een macho baantje hoor, slagwerker. Het klinkt leuk, maar volgens mij kun je nog beter altviolist zijn (en dat wil wat zeggen).

Maar goed, daar zit dan achterin zo'n man, ingespannen de partituur meelezend. Hij doet niets! Lijkt volledig nutteloos een rokkostuum te hebben gehuurd. Maar dan, rond maat 745 staat hij op. Slagwerkers bewegen altijd in slow-motion. In slow-motion en met uiterste behoedzaamheid tilt de slagwerker een triangel op van een tafeltje en gaat klaar staan, al die tijd z'n ogen verkleefd met de partituur, alsof de dirigent plotseling een paar maten overslaat als hij even niet op zou letten.
Dan, in maat 812 slaat hij op de eerste en de derde tel op de triangel. Ook zo tragisch aan slagwerkers vind ik dat ze hun slagwerk bijna nooit gewoon uit mogen laten klinken. Bijna altijd knijpen ze er na een paar tellen in of houden hun hand er op, terwijl die triangel best nog wel even door wil galmen. Mag niet van de componist.
Geheel niet gefrustreerd legt hij vervolgens met dezelfde behoedzaamheid de triangel neer en gaat weer zitten. De werkdag zit er weer op.
Maar de slagwerker is solidair. Ook al heeft hij niets meer op het podium te zoeken, hij blijft gewoon zitten en meelezen, met dezelfde concentratie als daarvoor.

Zo niet vanavond! Er was een uitstekend op elkaar ingespeeld team van zes (!) slagwerkers, die op en met alles geslagen hebben wat ooit bij elkaar verzonnen is. Natuurlijk triangels, maar ook bekkens, een tamboerijn, een heeeeele grote trom, een gong, koeiebellen in allerlei soorten en maten, veeeel paukengeroffel en een stellage met vier stukken plaatstaal. Geen idee hoe dat heet. Eentje ging zelfs met bezempjes op de zijkant van die heeeele grote trom slaan.

Maar als je nu een beeld voor je ziet van een gezellige chaos waarbij iedereen er lekker ritmisch op los mept, dan zie je het verkeerd. Ieder tikje, iedere klap, ieder veegje is met rituele zorgvuldigheid uitgevoerd, de ogen gericht op de partituur. Want je zou je gigaknal met die bekkens toch eens net een halve tel te vroeg doen...

Respect voor het Utrechts Studenten Concert, maar zeker voor de slagwerkers.

Genesis

Het is toch grappig hoe het balletje van het toeval kan rollen. Een paar weken geleden schreef ik hier over Genesis, in een bijrol weliswaar, maar toch. Ik had al jaren niet meer aan Genesis gedacht. Passé, oude mannen muziek (u mag zelf twee van de drie voorgaande woorden aan elkaar plakken voor het gewenste resultaat).

En nu krijg ik zomaar twee vrijkaartjes voor een evenement in de schoot geworpen: de volledige reconstructie van de tour uit 1973. Wel met andere muzikanten, maar dat is maar goed ook. Peter Gabriel is minstens tachtig en Phil Collins doet musicals met Tarzan tegenwoordig. Hij werkt samen met Martine Bijl!!! Mijn progressieve wereldbestormers met hun hervormende teksten en muziek die nieuwe dimensies opende. Samenwerken met mevrouw Hak!!!

Erg grappig dat ik nu de kans krijg om een show te zien die de wereld in vervoering bracht toen ik 12 was en waar ik later veel van heb gehoord en flarden van heb gezien.

Het enige probleempje is dat ik mijn vrienden van toen uit het oog ben verloren en voor mijn huidige klasgenoten is 1973 wel heel erg prehistorie.
Dus wie wil aanstaande maandag, 29 januari met B& mee naar Den Haag?

De enige die voorrang krijgt is mijn dochter. Ze twijfelt nog.

Lente

Hoewel het kouder wordt, komt zij er aan! De lente! Ik voel het in de lucht als hij blauw is en de zon schijnt. En ik heb de eerste ganzen in grote V-vorm alweer naar het noorden zien vliegen. De laatste naar het zuiden waren nog maar drie weken geleden vertrokken.

Maar bovendien en bovenal voel ik het in mezelf. De liedjes beginnen weer te borrelen als ik op de fiets zit. Er komt weer inspiratie om stukjes te schrijven. De zin in het leven gaat weer bruisen. Alleen het tentamen van 29 januari werpt nog een winterse schaduw vooruit.

Vanochtend fietste ik met een erg leuke en slimme medestudente naar de universiteit. Ze merkte op dat we op moesten passen voor politiecontrole, omdat het het einde van de maand is. Ik was in al die jaren fietsen nog nooit tot die conclusie gekomen, maar het lijkt wel logisch. Eind van de maand, streefcijfer nog niet gehaald: bonnen schrijven.
Maar nergens politie te zien. Ik vond dat ik m'n bijdrage ook wel had geleverd in de afgelopen weken.
Helaas fietste mijn behoedster niet mee toen ik op weg was naar huis. En je raadt het al...

Ik ben gewoon zacht zingend doorgefietst naar huis. Als dat geen lente is.

Raar

Rare namen
Snodgrass, Neurowetenschapper (VS)
Retemayer, Officier van Justitie (DU)
Garfield, Taalwetenschapper (VS)

Rare mensen
Als je op het perron staat te wachten en de trein rolt langzaam het station binnen, zijn er altijd veel mensen die met de trein mee gaan lopen, alsof ze al weten dat de deur een paar meter verderop terecht gaat komen. Nooit loopt er iemand tegen de rijrichting van de trein in.
Sommige mensen kijken er erg vastberaden bij. Met een blik die zegt: "Vorige keer is hij me al eens onglipt, dat gaat me geen tweede keer gebeuren".

Grappig

Heeft u daar misschien ook last van, lieve lezer? Dan kunnen we een belangenvereniging oprichten en subsidie aanvragen, voor onderzoek.

Ik heb last van grappigheid in mijn hoofd.

Met name woordgrappigheid kan mij enorm plagen. Woordgrappigheid treedt op de meest ongewenste momenten op. Als ik ernstig met mensen in gesprek ben of naar een zielige film zit te kijken, bijvoorbeeld. Dan komt er opeens een woordgrap opborrelen. En ik kan u uit ervaring meedelen: de meeste grappen denken heel wat van zichzelf, maar er zijn er maar weinig echt leuk. Allemaal hebben ze echter de onstuitbare drang om zichzelf aan de wereld te presenteren en als ik niet oplet werk ik daar nog aan mee ook.

En dat is niet goed voor je sociale leven, je carriere en soms zelfs je gezondheid.

Ter illustratie van bovenstaande: mijn 10 jaar jongere schoonbroertje (nu een ruime dertiger, maar destijds prille twintiger) noemde mijn woordgrappen destijds "dertigershumor". Probeer dan nog maar eens de oudere, maar toch heel leuke zwager met de jonge uitstraling te blijven spelen.
Maar het kan erger. Een vriendin van mijn dochter betitelde een ontsnappende woordgrap als een "Bassie-grap", waarmee ze mij in een ernstige depressie stortte. Als ik iemand niet kan uitstaan dan is het wel die half zwakzinnige bejaarde broer van die acrobaat.

"Maar", zult u zeggen, "gezondheid B&, overdrijf je nu niet een beetje". Nee!
Vanmiddag fietste ik in/door de regen in/door de stad, toen ik een meisje zag fietsen met een schilderijlijst om haar schouder en nek. "Om in te lijsten" grapte mijn hoofd er onmiddelijk op los en voor ik het wist had ik haar ingehaald en haar verteld dat ze om in te lijsten was. Ze was waarschijnlijk geen fan van Bassie.

Het schijnt dat die zwelling op het oog met hulp van wat ijs binnen een paar dagen wegtrekt.

Pech

Pas achteraf weet je dat het een foute beslissing was. Pas als alles fout is gegaan en de weg terug nog erger is dan de weg vooruit, dan pas weet je dat je het niet had moeten doen. Terugkijkend kun je dan zien: daar had ik een ander besluit moeten nemen. Dat weet je dan voor de volgende keer, maar dan zijn de dingen toch net weer even anders.

Van woensdag weet ik het, waar het fout ging. Ik was op de universiteit tot 2 uur, moest van 2 tot half 3 in de stad zijn en om 5 uur weer terug op de universiteit.
Toen besloot ik toch nog even naar huis te fietsen. Daar ging het fout.

Het regende al, dus vrijwillig een kwartiertje omrijden was niet fijn. Het werd nog minder fijn, toen ik in mijn haast thuis te komen tussen twee paarden doorfietste bij een rood licht. De voetgangerslichten waren al groen, dus ik verwachtte ook groen voor ons.
De voetgangerslichten werden echter rood en de paarden bleken van stoere politiemannen te zijn, die in vol galop de achtervolging inzetten. Nu kan ik goed fietsen en bovendien heb ik geprobeerd ze te demotiveren door te roepen dat het nog lang geen Sinterklaas is, maar het mocht niet baten. Ik werd klemgereden (vreemd dat op een paard ook "rijden" heet, eigenlijk) en mocht mijn identiteitsbewijs laten zien. Ach ja, die mensen moeten ook eten.

Zienderogen natter en armer fietste ik door tot mijn ketting brak. Het leek een herhaling van eerdere logs te worden, maar dan natter. Lopen leek de enige remedie: thuis was dichterbij dan de rijwielspecialist.

Thuis aangekomen bleek ik in het gevecht met de Ridders van de Sterke Arm mijn concertkaartjes te zijn verloren. En die had ik pas die ochtend gekregen...

Nu ik warm en droog achter mijn kopje koffie zit, kan ik de balans opmaken. Was het nu echt allemaal zo vreselijk?
- De regen is opgehouden en alles aan mijn lichaam is weer droog.
- De ketting is weer gerepareerd en had ook kunnen breken toen ik Ver Weg was.
- De kaartjes lagen (erg verzopen) in de tuin op me te wachten.
- De sponsoring van de bereden politie draagt bij tot het geluk van minstens twee paarden. Marianne van de Dieren is vast trots op me.

Het was gewoon een dag die onthouden wilde worden.

Storm

Gisteren leefde ik even midden in de wereld. Toen ik wakker werd hoorde ik van mijn wekkerradio al dat mijn overkant onderdeel vormde van 30 km file. De weg stond bij Oog in Al onder water en daarom was in beide richtingen de rechter rijstrook afgesloten. Dat vond ik wel raar, de rechterrijstrook in beide richtingen.
Later op de dag waaide bij Vinkeveen van alles op de weg, zodat de gehele A2 werd afgesloten. Hierdoor ontstond de bizarre situatie dat op een dag waarop heel Nederland vol stond met files, mijn trouwe file aan de overkant er niet was!

Vervolgens waaide een bouwkraan om, bovenop het gebouw waar ik op maandagmorgen m'n wiskundesommetjes zit te maken. Gelukkig zat er op dat moment niemand sommetjes te maken en dat zal ook nog wel even duren. Een lokaal met open dak is niet fijn in de winter.
Heel grappig vond ik de woordvoerder van de politie, die verklaarde dat het omvallen van de kraan mogelijk iets te maken had met de storm. Voorzichtig met al te stellige uitspraken, had hij bij de mediatraining geleerd.

En toen ging ook nog al het treinverkeer plat, waardoor de Jaarbeurs de grootste sleep-inn van Nederland werd. De Hema kon de onderbroeken en tandenborstels niet aangesleept krijgen. Gelukkig heb ik nog tandenborstels en onderbroeken genoeg, dus gun ik treinvluchtelingen graag hun hygiëne. Wij Utrechters zijn reuze gastvrij.

Er was ook nog een omroepbericht op het station dat me deed nadenken: "Tot nader order zijn er geen treinen in alle richtingen". Jammer. Ik had graag eens zo'n trein gezien.
En bijzonder tragisch was de nieuwslezer, die verkondigde dat er meer dan 150 ongevallen waren gebeurd met minimaal 3 dodelijke slachtoffers.

Met z'n allen hebben we 50% meer gebeld dan op een andere donderdag, zodat we wisten waar we waren en dat het goed met ons ging. Dat bewijst maar weer dat onheil verbroedert.

De vierde wand

Verdriet. Daarin was het prettig vluchten. Diep snottend, adembenemend verdriet. Want tranen en diepe snikken lieten geen ruimte voor gedachten. Gedachten die vertelden dat het altijd zo zou blijven, gedachten over eenzaamheid die nooit over zou gaan, gedachten over de mislukking, die nu al onomstotelijk vaststond.

We kwamen uit andere werelden: hij van de straat, ik uit de boeken. Hij had geen respect voor mij en liet niet na dat te uiten. Het bleef een ongelijke strijd. Het vermijden van die strijd was van levensbelang. Daarmee leerde ik mensen lezen.

Verdriet en mijn kussen. Het kussen, dat geduldig mijn tranen, snot en kwijl absorbeerde, mij zachtheid gaf en iets om me aan vast te houden. Mijn kussen begreep me en als ik weg zou gaan zou ik alleen mijn kussen meenemen, dat wist ik.

Natuurlijk ging ik nooit weg. Niet lichamelijk althans, wel geestelijk. De vierde wand werd langzaam hoger. De voltooing van de wand viel samen met het begin van de puberteit. Geen kwetsbaarheid meer, geen contact meer. En nooit meer huilen! Het lukte me om door mensen vooraf snel en goed te lezen onzichtbaar te zijn, geen aanleiding te geven.

Verdriet en mijn vader. Hij, mijn afwezige vader, was het die mij in gedachten troostte en die ik in mijn fantasie opblies tot grote proporties, die ik bovenmenselijke kwaliteiten meegaf. De realiteit kreeg nooit de kans door te dringen tot deze fantasie.

Binnen de rust van de vier wanden lukte het om eigenwaarde op te bouwen en iets van zelfvertrouwen, omwikkeld door wantrouwen en cynisme. Het lukte niet om echt contact te maken, noch met de totaliteit van mezelf, noch met anderen. Voor het contact met de buitenwereld gebruikte ik het wisselende gezicht dat ik inmiddels zo goed kon bedienen. Klantvriendelijkheid ten top: voor iedereen een masker op maat, gebaseerd op wat ik in de mensen las bij het eerste contact.

Het is eenzaam, achter de vierde wand, maar vooral veilig. Het voelt er zoals ik me kan voorstellen dat een anti-depressivum werkt: de dalen volgestort, de toppen afgevlakt. Geen reden voor diep verdriet, geen reden voor euforie.

Tot het moment dat de werkelijkheid zich zo dwingend opdrong dat de wand het niet meer hield. Vader, kussen, verdriet en verstand stortten in scherven ineen en het leek of het huilen nooit meer ophield.

Naakt voelt het leven nu tussen drie wanden. Iedereen kan naar binnen kijken en me zien. Ook mijn lelijkheid en mijn onvermogen. Maar de wereld kan me raken en ik kan de wereld raken.

Ik kan de vierde wand missen.

- Met dank aan Arthur Japin voor het beeld van de vierde wand -

Muziek

Muziek is bijzonder. Uit het oogpunt van de evolutie lijkt er geen enkele reden waarom er muziek zou zijn. Er zijn bijzonder veel levensvormen die helemaal geen muziek kennen en er heel goed in slagen om te overleven. En de melancholisch zingende walvissen lijken juist ten onder te gaan, hoewel het zingen daar weinig mee te maken heeft. Als je de geluiden die ze maken al zingen mag noemen.

Vogels zingen ook en dat hoor ik graag, maar mensen zijn het meest creatief met muziek. Mensen kunnen muziek maken die emoties beroert. Ik herinner me nog dat ik in mijn adolescentie voor het eerst een voetbalwedstrijd van het Nederlands elftal meemaakte, echt in het stadion. Ik was links, maatschappijkritisch en me aan het ontwikkelen tot zelfstandig mens. Ik hield wel van voetballen, maar niet van massa's en ook niet van vaderlandsliefde en patriotisme. Maar toen 50.000 mensen het Wilhelmus gingen zingen, stond ik dwars door de brok in m'n keel heen mee te snotteren.

Muziek kan binnenkomen zonder dat de ratio zich er mee bemoeit, zonder dat er weggerelativeerd kan worden, zonder dat er cynisme overheen kan gaan. Gewoon pats, boem, retteketet. Als ik een harmonie hoor spelen staat er kippe(n)vel (kies zelf maar) op m'n armen. En ik kom niet eens uit Limburg.

Misschien is dat wel de rol van muziek in de evolutie: zorgen dat we ook wel eens iets doen dat niet op rationele afwegingen gebaseerd is. En zorgen dat we ons gelukkig voelen, zonder dat er consumptie aan te pas komt. Wie vergeten is hoe dat ook al weer ging, moet maar eens een liedje zingen met een kind.

Ik wens jullie veel muziek.

A2

om me heen zie ik bekeken ogen
verweerde ogen
te vaak gelogen

geil en gretig voor een nieuwe wedstrijd
geld en geen tijd
allang de weg kwijt

krokodilletranen vullen glazen
nog een motie
geen emotie

ik verstop me en vergeet mijn zorgen
goed geborgen
nooit meer morgen

en het is een beetje grappig, het is een raar verhaal
de droom waarin ik doodga is het mooist van allemaal
't is gek om te vertellen, maar 'k zit er zelf niet mee
als mensen blijven rennen wordt het langzaam aan een

A2

Raadsel

Sommige raadsels kun je niet oplossen in je eentje. Onderstaande foto en het bijbehorende onderschrift staan in Wikipedia.

Het onderschrift is intrigerend en lijkt nog het meest op een woordenboekvertaling van iets buitenlands, zoals je ook bij goedkope Chinese produkten tegenkomt.
Het meest treffend vond ik de handleiding bij een softwarepakket, dat mij opdroeg: "Sluit vensters". Ik dacht nog: "...en zet radio of televisie aan", geïndoctrineerd als ik ben door onze nationale morgenzorgcampagne. Na herhaaldelijk doorlezen om te zien waarom het nu relevant was dat ik het raam dicht zou doen, bleek het een iets te letterlijke vertaling te zijn voor het afsluiten van Windows.

Wie helpt me?


Evita vermijdt van reis van staat in Spanje, met Franco.

Passion

Mijn dochter is groot aan het worden. Dat weet ik nu zeker. Ze draagt tegenwoordig allerlei kledingstukken die ik nog nooit gedragen heb. En deze kledingstukken moeten gewassen worden in een speciaal zakje met gaatjes, zodat de ruwe kleding van mijn zoon en mij geen vervelende dingen doet met haar verfijnde weefsels.

Maar waardoor ik echt zeker weet dat ze groot aan het worden is, is het opschrift op het waszakje:

"Private Passion".

Sprinter

De storm was woedend en ik moest heen en weer naar 15 km verderop, dus nam ik de Sprinter. De deuren gingen vanzelf weer dicht, nadat ik was ingestapt. Energiebesparing, zeker. Ze maakten een grappig mobiel telefoongeluidje, terwijl ze dicht gingen.

Ondanks dat het niet druk was, was er genoeg te horen. Twee mensen die elkaar enigszins kenden en elkaar lang niet hadden gezien en een mobelster, type hogere hotelschool, iets met communicatie of misschien wel gewoon rechten. De mobelster had een MP3-speler aan, waardoor ze haar mobiel niet goed hoorde. Of ze dacht dat de deuren weer dicht gingen. Toen ze hem wel had gehoord en heel handig het stekkertje van de MP3 in de mobiel stak, was ze alle contact met de buitenwereld kwijt. Heel hard ging ze vertellen waar ze gisteren geweest was en wie ze allemaal had gezien.

De twee vage kennissen lieten zich niet wegdrukken en voerden het volume op. Intussen bleven de mensen binnenkomen en de deuren zichzelf muzikaal begeleidend sluiten. En toen ging ook de mechanische mevrouw nog vertellen dat dit een Sprinter was en waar we allemaal gingen stoppen. Een net binnengekomen jongeman ging zich ook met de feestvreugde bemoeien en belde iemand aan wie hij "D-specificaties" ging doorgeven:

"Turkse kapperszaak. Ja. Nee, Turks. Dat is 5, 4, 3, 3, 4, 2 en dan 5, 5, 5, 3, 3, 1. Afhankelijk of ze gespecialiseerd zijn. Nou in heren of dames."
Mobielster: "Ja, De Dijk. Maar daar vind ik het best wel niet zo leuk, soms. En daarna Philemon"
Vage kennissen: "Nou z'n ouders schenen Jehova's te zijn en hij had een drankprobleem..."
Mechmevrouw: "...te Amersfoort en dan als stoptrein naar Zwolle".
Deuren: "Tiedeldiedoe, tiedeldiedoe, tiedeldiedoe"
"... Zonnebank: 5, 5, 2, 3, 4, 4, en dan 1, 2, 4, 4, 3, 5..."
"...Nee, die was er niet. Ja, vanavond. Je kunt wel blijven slapen...."
"...bevindt zich in de Sprinter..."
"...maag leeggepompt, toch. En toen hebben ze er een psycholoog op af gestuurd..."
"...tiedeldiedoe, tiedeldiedoe, tiedeldiedoe..."
"...5, 5, 4, 1, 1, 2...."

Gelukkig duurt 15 kilometer maar 15 minuten. Met de Sprinter.

Feest

Nadat de zon de bomen in brand stak en sissend achter de dijk verdronk, kwamen we er achter dat de brommer geen licht had. De dijk ook niet. Gelukkig waren we zo dicht bij de langste dag dat het lang duurde voor het echt pikdonker werd. Dat Hans veertien biertjes op had hielp niet erg bij het navigeren, maar omdat ik er ook veertien op had, kon het me niets schelen. Ik had me overgeleverd aan het instinct tot zelfbehoud van Hans. Misschien gaan we wel dood vanavond, dacht ik. De gedachte had iets neutraal geruststellends. Dan zou er toch een kern van waarheid zitten in die droom.

Vallen, iedere nacht weer, van grote hoogte. Van balkons, uit vliegtuigen, van flats, van ladders, van torens, schoorsteenpijpen. Alles wat flink boven het maaiveld uit kon steken had als podium gediend voor m'n valpartijen. De sensatie was zo echt, dat ik nu precies weet hoe het gaat voelen als het ooit echt gebeurt. De samengeknepen maag, het suizen van de luchtstroom langs m'n oren, de paniekerige en tegelijkertijd heldere gedachten. Maar nooit te pletter slaan, nooit neerkomen, nooit landen. De actie zonder de afloop. De angst zonder het drama.

Het was één van de laatste eindexamenfeesten en we hadden er geen zin meer in, Hans en ik. Ieder feest was hetzelfde: drinken, soms blowen en soms dansen met precies dezelfde mensen in een steeds andere omgeving. Praten met de leuke meisjes, die nooit genoeg dronken om zichzelf te laten gaan en zelden blowden.
En nooit zoenen, nooit vrijen, altijd naar huis in je eentje. Dat gold tenminste voor Hans en mij.
Dit feest was bijzonder. Het was in een schuur ergens in de polder, eerst de rivier over, in onbekend gebied. Iedereen zou blijven slapen en tegen beter weten in gaf dat nieuwe hoop. Om zo min mogelijk mee te hoeven maken van de saaiheid vóór het slapen, zouden we een expeditie doen. Zonder kaart zouden we de bestemming gaan zoeken. En om deze vreselijke ontbering iets te verzachten zouden we bij elke kroeg stoppen die we tegenkwamen, hoe onaantrekkelijk deze er ook uit mocht zien.

[meer feest volgt....]

Feest (2)

Wat zijn er veel kroegen in de buitenwijken van een middelgrote provinciestad. Café's waarvan je achteraf wel wist dat ze bestonden, maar waar je nooit op had gelet. En die bovendien erg gezellig bleken, toen we er naar binnen gingen. Aardige mensen die nieuwe gezichten wel een leuke afwisseling vonden en die trakteerden.

We hadden geen haast. Dertig kilometer is ook met z'n tweeën op een oude brommer wel in een paar uur te doen en het gezelschap was amusant. Voor we de brug overstaken, de grote leegte tegemoet, viel de schemering in. De kroegen zouden niet dik gezaaid zijn, zo tussen de weilanden in, dus we zouden nog redelijk op tijd aankomen. De te volgen route werd wel steeds meer een probleem. Donkere dijken, silhouetten van boerderijen, maar waar was het feest? We hadden een adres en een viltstiftschetsje, dat was het.

Bij een korte stop in een dijkcafé (ja, doe maar een pilsje) werden we op het goede spoor gezet en rond een uur of twee stommelden we de schuur binnen en werden zowaar met gejuich begroet. Ons heroisch voornemen had indruk gemaakt.
Ik belandde in een roes van alcohol en succes naast Miriam, die jarig was geworden om 12 uur.
De avond was mooi geweest, het bier lekker, de mensen aardig en de schuur gevonden. Het examen was achter de rug, de vakantie kwam er aan en als ik dan toch iedere nacht viel, kon ik nu ook wel een keer in het diepe springen.

Ik vertelde Miriam dat ik haar heel erg leuk vond en Hans moest de volgende dag alleen terug op de brommer.

Eten

In de afgelopen weken kreeg ik de kans om zowel in Amsterdam als in Nijmegen uit eten te gaan. Leuk.

In Amsterdam kwam ik met mijn gezelschap in een trendy kitscherig restaurant terecht, pal naast Jort van de Quote, met zijn vriendin Georgina die echte borsten heeft zonder siliconen. Ze praatten nogal luid, deze bekende Nederlanders, zodat het moeite kostte me te concentreren op mijn eigen gesprekspartner. Ik moest natuurlijk ook steeds even kijken of ik het kon zien, dat ze echt helemaal echt waren. Dat leidt ook af.
En er hing een hele grote schilderijlijst in mijn blikveld waarop een Nickelodeon tekenfilm werd vertoond, gelukkig zonder geluid.

Dat deze prikkelrijke omgeving niet bevordelijk is voor de communicatie, bleek toen mijn tafelgenoot later op de avond behoorlijk goed wist samen te vatten wat er allemaal aan het tafeltje naast ons was gezegd. Terwijl ik juist mijn hart aan het uitstorten was geweest.

We hadden nog een beginnersfout gemaakt: bij het raam gaan zitten. Het aanvankelijk rustige restaurant stroomde onmiddelijk vol nadat wij hadden plaatsgenomen. Gelukkig wilde niet iedereen een handtekening, maar de keuken raakte aardig overgekookt van zoveel aanloop. Het aardige was dat je via een ventilatiekanaal vanaf het toilet de gesprekken in de keuken kon horen. Ze waren blijkbaar met z'n drieën en er zaten ongeveer 100 mensen tekenfilms te kijken. Dat gaf wat paniek en lange wachttijden.

Dit allemaal in schril contrast met het voormalige studentencafe in Nijmegen, waar gewoon tafeltjes stonden en stoelen en verder niets, waar iedereen lekker zat te praten en te eten, het eten echt heerlijk was en niemand beroemd. En de rekening de helft.

Leve de provincie.

Treinen

Het was weer gezellig in de trein. Omdat er tussen Den Bosch en Geldermalsen iets ongelukkigs was, gebeurde het in die dagen dat reizigers naar Tiel, Roermond, Eindhoven, Arnhem en Nijmegen allemaal in dezelfde trein terecht kwamen. Ik moest naar Nijmegen en kon tot het einde in de trein blijven zitten. No worries.

Dat gold niet voor de andere mensen in en om mijn zitplaats. Ongerust werden de eindbestemmingen, routes en reisduren besproken, waarbij de wildste stellingen werden betrokken. De trein zou niet via Arnhem rijden (bijzonder), je kon op deze manier in anderhalf uur in Roermond arriveren (bijzonder optimistisch), met de bus van Nijmegen naar Eindhoven was sneller (bijzonder masochistisch) en om in Tiel te komen moest je eerst via Nijmegen naar Den Bosch en dan naar Tiel (bijzonder lang).

Uiteraard werd er ook veel gemobield. Na iedere woeste veronderstelling werd het thuisfront bijgepraat. En gemopperd op de NS, uiteraard. Dat kon toch zo niet en hoe kon je nou afspraken maken op deze manier en volgende keer neem ik de auto weer.

Gelukkig kwam de conducteur het allemaal oplossen. Met engelengeduld en een zakcomputertje rekende hij voor iedereen uit waar overgestapt moest worden, hoe laat de aansluiting kwam, hoe lang de reis zou duren, waar je klachten in kon dienen en hoe je je geld terug kon krijgen. Het meisje dat naar Roermond moest besloot dat ze nu heel erg kwaad was, want ze ging het allemaal niet halen. Dat meldde ze heel resoluut: "Ik ben nu heel erg kwaad". Niet helemaal overtuigend.
Verder was vooral iedereen opgelucht en tevreden. De mobieltjes werden voor de laatste keer getrokken en de rust keerde weer.

En niemand die iets gevraagd had over het ongeluk tussen Den Bosch en Geldermalsen.

School

Aan het eind van het jaar gaat de radio massaal nostalgisch doen. Iedere zender heeft wel een lijstje, al is het maar "de top 500 van afgelopen oktober in willekeurige volgorde gedraaid" (bij de vrolijke jongens van Arrow Rock).
En het moet toch wel een heel raar lijstje zijn als "School" van Supertramp er niet op staat. En dat confronteert mij op harde wijze met een ver verleden.

U moet weten, lieve lezer, dat de culturele opvoeding van B& bestond uit LP's van Jim Reeves, Engelbert Humperdinck en Tom Jones. Dan vergeet ik "Christmas with the Cats" en natuurlijk "James Last in Concert". Het meesterwerk van de collectie was de soundtrack van "Het gebeurde in het Westen", een geschenk van een progressieve oom.
Het leed dat dit alles heeft veroorzaakt is te groot voor één stukje, dat mag duidelijk zijn.

Door op het schoolplein maar zo min mogelijk over muziek te praten en mijn vrienden vooral te zoeken onder jongens zonder oudere broers of zussen, bleef de schade beperkt. Ik luisterde thuis naar mijn LP met in het Duits nagesynchroniseerde liedjes van de Beatles (Sie liebt dich, yeah, yeah, yeah) en verder hadden we het nergens over.

Tot we naar Eric gingen, voor een feestje. Miriam was er ook. Niet dat dat zo bijzonder was, want Miriam was er iedere dag, in de klas. Bij economie naast Carla recht voor me, zodat ik bijna haar haar kon ruiken. Maar voor het eerst was ik op een feestje waar Miriam ook was en andersom.
Natuurlijk gebeurde er niets spectaculairs. Een beetje hangen, een beetje bier drinken en naar muziek luisteren. Eric had twee oudere broers en dat kon je merken aan de muziek. Genesis. Miriam kende Genesis ook, wat helemaal niet raar is voor iemand met zo'n naam. Dat was duidelijk een puntje voor Eric, die al eerder had laten blijken dat hij Miriam wel lustte.

Kniezend zat ik aan mijn biertje te lurken. Dit kon ik nooit meer inhalen, met mijn gebrekkige kennis van symfonische of andere rock. Tot de klaaglijke mondharmonica-akkoorden weerklonken. Yes! Gered! Dit was muziek waarover ik kon meepraten.

Toen ik begon te vertellen over de beginscene en vooral die scene van die man op de schouders van dat jongetje met die mondharmonica in z'n mond zag ik eerst wat verbaasde blikken om me heen. Tot iemand me duidelijk maakte dat dit Supertramp was en niet Ennio.
Ik heb een hele tijd op de WC gezeten en ben daarna iets vroeger dan normaal naar huis gegaan.

Met Miriam is het helemaal goed gekomen, maar dat is een ander verhaal.

Boter

De man was marketingdeskundige van een multinational in voedingsmiddelen. Dat gaf hem zoveel authoriteit dat wij luisterden en hij sprak. Wij waren universiteitsnono's, die helemaal niets wisten van marketing en vooral niets van doelgroepenbeleid. Daar zou onze man ons wel eens even over bijpraten.

Bijpraten was wat mij betrof prima, als ik maar niet zo ging praten als de man. De stukjes communicatie, het marketingplaatje en zelfs het botersegment gingen vlot over tafel. Segmenteren van de markt, dat was de bedoeling. Je deelt je groep klanten in, in zo genuanceerd mogelijke groepen en ontwikkelt voor elke groep een eigen produkt. En deze produkt-marktcombinatie zet je dan in de markt. Waar in de markt dat dan precies is bleef onvermeld.

Als voorbeeld werd het al eerder genoemde botersegment opgevoerd. Hij kon er smeuiig over vertellen, maar mijn mond viel pas echt open toen ik hoorde op welk criterium de klanten werden ingedeeld. Ik verwachtte iets als leeftijd of postcode of inkomensgroep. Niets van dit alles. Om boter zo goed mogelijk te verkopen worden klanten ingedeeld op angst.

Angst dat je hart het af laat weten: "Bevel" met meervoudige levensduur.
Angst dat je je kinderen verkeerd te eten geeft: "Green Band".
Angst dat je niet kunt koken: "Roma".

Klanten worden in angstcategorieën ingedeeld. Vervolgens wordt de angst zachtjes bevestigd in reclame-uitingen en wordt het wonderprodukt onder de aandacht gebracht. Terwijl u dacht dat u lekker TV zat te kijken.

Smeer je boterham maar goed..........en huiver.

Dood

Van alle eigenschappen die ik heb is er één die me toch het meest verbaast. Dood gaan.
Net als alle levende wezens ben ik een geluksvogel. Uit alle miljarden wezens die voor mij hebben bestaan heb ik de juiste eigenschappen om gezond en gelukkig door het leven te stappen. De evolutie is medogenloos, dus iedere soort leven die in de afgelopen miljarden jaren niet mee kon is uitgestorven. Zo ben ik dus een wandelend pakketje succesvolle genen.

Dat succesvolle pakketje genen zorgt er wel voor dat ik dood ga. Als het me lukt alle trams, auto's en kogels te ontwijken ga ik gewoon dood doordat ik te veel vrije radicalen in m'n lichaam krijg, die uiteindelijk m'n cellen kapotmaken.
In al die miljarden uitprobeersels van de afgelopen miljarden jaren is er vast een organisme geweest dat die vrije radicalen beter de baas kon. Toch bestaat dat organisme niet meer. Uitgestorven wegens (bijna) onsterfelijkheid.

Want als extreem langlevende soort ziet het er niet best voor je uit. Je leeft wel lang, maar verandert niet voldoende. Kinderen moet je krijgen, die net iets andere eigenschappen hebben dan jij en dus net iets beter tegen nieuwe omstandigheden kunnen dan jij. Bij de eerstvolgende SARS epidemie leg jij het loodje, maar de kinderen van je kinderen zouden wel eens per ongeluk resistent kunnen zijn.
Evolutionair gezien kun je maar het beste dood gaan als je je hebt voortgeplant. Als je sommige mannen op de bank ziet hangen, is dat niet eens zo'n gek idee.

Tegenwoordig is het overdragen van informatie zonder sex belangrijker dan ooit. De mensen die jouw informatie overnemen, hebben meer kans om te overleven. Dat zijn eigenlijk ook jouw "kinderen". En dan is het helemaal niet nodig om dood te gaan. Als je maar nieuwe dingen te vertellen hebt, blijf je een nuttige rol spelen in de informatie-evolutie.

Ik studeer en schrijf. Alleen met die onsterfelijkheid wil het nog niet zo lukken.

Winnaar

Na een spannende strijd kan de jury bekendmaken dat "Oma" postuum de Gouden Knipoog uitgereikt zal krijgen. Leuk dat ze na zoveel jaar nog die erkenning krijgt.

De conclusie die ik trek uit de uitgebrachte en vooral het aantal niet uitgebrachte stemmen, is dat ik maar gewoon blijf doen wat m'n muzen me influisteren. Die moeten het geheel dan ook maar commerciëel afstemmen en een marketingcursusje doen ofzo.

Sport

Een jaar of twaalf geleden zwom ik kanaal. Of het toen al zappen heette weet ik niet, maar het kwam op hetzelfde neer. Ik drukte lusteloos de knopjes van de afstandsbediening in, geen zin om naar bed te gaan en te flauw om me ergens in te verdiepen, tot ik op het beeld van een dartwedstrijd kwam. Niemand in Nederland keek naar dartwedstrijden, want dat was een saai tafereel van dikke bierdrinkende Engelsen met een onbegrijpelijk enthousiast publiek. Tot mijn verbazing zag ik een Nederlandse naam. Nederlanders darten?? Het bleek een postbode uit Den Haag te zijn. Hij deed z'n best, maar moest het afleggen tegen de Engelse dikbuiken.

Het volgend jaar kwam ik hem weer tegen en omdat alle underdogs op mijn mentale steun kunnen rekenen, heb ik hard "Hup Raymond" geroepen vanachter mijn TV-scherm. Nou ja, hard zachtjes in mijn hoofd dan. En hij werd zowaar kampioen. Ik had toen nog geen weblog, dus het duurde even voordat de rest van Nederland hem leerde kennen. SBS6 stortte zich er op, heel Nederland werd enthousiast en ik verloor m'n interesse.

Gisteren herhaalde de geschiedenis zich. Ik zappte wat rond en zag opeens de bekende gestalte van Raymond van Barneveld, nu peetvader van de Nederlandse darters en al lang geen postbode meer. Overgestapt naar een andere dartbond speelde hij de finale van het WK tegen de legendarische Phil Taylor, die in z'n eentje al meer dan tien jaar alleenheerst in die bond.

Darten vind ik eigenlijk geen sport, evenmin als biljarten en schaken. Ze zweten te weinig en halen veel te rustig adem, die darters. Maar wat ik gisteren zag was een bloedstollende strijd van concentratie en de beheersing van zenuwen. Na een theoretisch niet meer in te halen 3-0 achterstand kwam van Barneveld terug en daarna bleven de mannen nek aan nek darten. Opleving en inzinking volgden elkaar op, vreugde om een voorsprong en teleurstelling om een gemiste kans wisselden elkaar af, tot de strijd op het einde nog door het raak gooien van één pijltje beslist moest worden.

Eén pijltje in een vakje van anderhalve vierkante centimeter gooien. Als het lukt win je 150.000 euro en eeuwige roem. Als je mist, is je tegenstander de winnaar. Je staat al een paar uur op een heet podium onder de spots, in een zaal met bierdrinkende, rokende en schreeuwende mensen. Iemand die dat kan is geen sporter, maar een zenuwtovenaar.

Gisteren was dat Raymond van Barneveld. Mooie sporter.

Nieuw

Het oude jaar was op en versleten, dus moest er een nieuw komen. Het grappige aan nieuwe jaren is dat je ze niet in één keer uit kunt pakken. Dat moet elke dag een klein stukje, zodat je pas aan het eind weet wat voor een jaar het is, in z'n geheel. En dan krijg je weer een nieuw.

Dit jaar was ik naar Zwolle getogen met de nieuwe dienstregeling, die lekker zat. Daar ging ik het nieuwe jaar inluiden met drie allochtone dames, geboren in respectievelijk Yogjakarta, Bangkok en Rome. B& start het nieuwe jaar in vreemde culturen, gewapend met oliebollen en sterretjes.

Het vieren van het nieuwe jaar gaat in Zwolle gepaard met luidruchtig lawaai in het oude. Het vuurwerk was in huis en 31 december was een zondag en de gehele Zwolse binnenstad was leeggewaaid. Zo niet de buitenwijken, waar men de ledigheid probeerde op te vullen met donderend geraas. Hele families stonden op de stoep van de nieuwbouwwijkwoning elkaar af te knallen, zeer tot ongenoegen van de twee kleinste allochtone dames, die nog niet gewend waren aan zoveel feestvreugde. En omdat fietsen met je handen op je oren niet meevalt, hebben we de rest van de dag en avond besteed aan een legpuzzel van 1500 stukjes. Combineer dat met champagne en een poesje van 10 weken en je begrijpt dat we die nét niet af hebben gekregen.

Een nieuw jaar waarin ik nog nooit zo relaxed vuurwerk heb bekeken. Op een bed liggend onder een groot kantelraam, waarboven de overbuurman al z'n dure aankopen schitterend tot ontploffing wist te brengen. En regenen dat het deed.

Vol van Italiaanse kookkunst, Nederlandse baksels, champagne van de Aldi, Chinese vuurkunstwerken en veel plezier heb ik me weer in de trein gehesen. Zwollle is voor mij de culturele parel van 2006.

Ik wens iedereen veel plezier bij het uitpakken van 2007.